Juwelen voor hals, neus, arm en enkel

Elke foto, elk sieraard is goed voor een verhaal bij verzamelaar René van der Star. Zijn bijzondere collectie etnische sieraden is te zien in de Rotterdamse Kunsthal. `Ik reis niet om te kopen, maar ik vind altijd wel wat.'

Wat brengt een man ertoe om tot in de verste uithoeken van de wereld etnische sieraden te verzamelen? Etnisch wil zoveel zeggen als vreemdsoortig, exotisch, vaak niet van edelmetaal, maar wèl een authentiek en traditioneel juweel, dat in een tijd van voortdenderende consumering en historische vergetelheid net zo'n curiosum dreigt te worden als de fibula, de doekspeld uit de oudheid.

Voor René van der Star (47), werkzaam in de gezondheidszorg, ligt zo'n verzameling in het logische verlengde van de Aziatische verzamelingen die er aan vooraf zijn gegaan. En die moeten imposant zijn geweest, afgaande op de circa vijfhonderd sieraden voor hals, hoofd, neus, borst, arm en enkel uit Indonesië, China, India, Afrika en het Zuidzeegebied, die hij nu voor het eerst laat zien in de Kunsthal in Rotterdam. En daar blijken dolfijnentandjes en olifantenstaarthaar zich uitstekend te lenen voor barokke neksnoeren.

,,Mijn liefde voor de aziatica begon 25 jaar geleden met een Japanse houtsnede'', vertelt Van der Star. ,,Wie Japan zegt, komt bij de netsuke, de ivoren gordelknoop, èn bij het lakwerk terecht. Dat gitzwarte lakwerk – in zijn kwetsbaarheid, zijn functionaliteit en technische perfectie – vond ik bijna magisch. Helaas, werd het al snel modieus, en dus te duur.

,,Via de Indonesische textiel die mijn partner verzamelde, stuitte ik toen op kralenwerk. Als man kun je daar natuurlijk weinig mee, maar de verscheidenheid in vorm en kleur intrigeerde me in die mate dat ik steeds breder ging verzamelen. Mijn criteria zijn daarbij dezelfde als bij het lakwerk. Geen streven naar compleetheid, maar ambachtelijke perfectie en esthetiek. Of een zilveren rugsieraad van het Chinese Miao-volk twee eeuwen oud is, doet er niet toe – datering is bij gebrek aan schriftelijke bronnen nauwelijks te checken – voorwaarde is wèl dat het in zo'n gebied gedragen moet zijn.''

Om de Kunsthal-presentatie ,,tot een droom te maken'' werkte Van der Star zo'n drie jaar aan Ethnic Jewellery; from Africa, Asia and Pacific Islands. Het rijk geïllustreerde boek, geënt op de tentoonstelling, lijkt eerder geproduceerd door een gefortuneerd, Amerikaans volkenkundig museum dan door een Nederlandse particulier die overuren draait in een ziekenhuis. Naast beeldschone foto's, inclusief zeldzame, antropologische opnamen, hebben afzonderlijke deskundigen zich gebogen over de geschiedenis, verscheidenheid, vervaardiging en functie van het sieraad in de desbetreffende verzamelgebieden, waar naast zilveren belletjes en gouden filigrain net zo goed lapis lazuli, walvisivoor, geitenleer of emaille worden verwerkt.

,,Over hof- en tempelsieraden is veel gepubliceerd, over het volkse sieraad veel minder. Het was ook niet uniek, het werd niet overerfd, men liet bij gebrek aan geld het zilver en goud gewoon omsmelten. Menig moslim-vrouw draagt het nog steeds als `spaarpot' om de nek. Of het is een object dat als het boze oog fungeert, als verweer tegen het kwaad in al zijn facetten.''

Van der Star doorkruiste Tibet en Jemen, de Indonesische archipel en Noord-Afrika, maar zijn hart ligt bij Oman. ,,Een mooi, leeg en woestijnachtig land, zes keer zo groot als Nederland, waar een vriendelijke bevolking, zonder fundamentalisten, zich koestert in de zorg van de sultan. En ik bof daar, want er zijn ook nog krachtig gevormde sieraden gemaakt, met stekelige versieringen afgeleid van woestijnplanten.

,,Nee, ze zomaar aftroggelen van passanten doe ik niet. Jonge en oude vrouwen dragen ze met zoveel waardigheid, ze zien er vaak zo prachtig uit, dat ik dat onmogelijk over mijn hart kan verkrijgen. Ik vind het ook niet ethisch om ze met een buidel geld daartoe te verleiden. Meestal koop ik mijn stukken in dorpswinkels en lommerds, bij veilingen en de kunsthandel.''

Elke foto in het boek, elk snoer is goed voor een verhaal. Op een van de opnamen staat bijvoorbeeld een Indiaas zigeunermeisje met bovenarmen vol ivoren banden. Nee, zegt Van der Star, is allemaal ivoorkleurig plastic. Of neem nu de vrouwen in het Indiase Gutjarat die tot hun dood banden dragen die Brancusi gemaakt zou kunnen hebben. Of de nomadevrouwen in Rasjasthan die te opdringerige mannen bewerken met hun zilveren `boksbeugel'-sieraden.

,,Ik reis niet om te kopen, maar ik vind altijd wel wat. Natuurlijke materialen trekken me het meest en echte concurrenten heb ik nauwelijks. De vraag is hoelang stukken als deze überhaupt nog gedragen worden. Jonge vrouwen willen geen uitgezakte oorlellen meer. Overal rukken de spijkerbroeken en de scootertjes op, moderniteiten die sommige Aziatische overheden graag stimuleren. Langzaam maar zeer zeker zal het etnische juweel verdwijnen.''

Sieraden uit de Oriënt. T/m 9/6 in de Kunsthal, Rotterdam. Open: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 11-17 uur. Boek: Ethnic Jewellery; from Africa, Asia and Pacific Islands, prijs €35.