Hollands Dagboek: Harm Quax

Majoor Harm Quax (34) heeft het Drentse Armweide verruild voor Kabul. Hij is commandant van de Neder- landse bijdrage aan de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. Quax is getrouwd met Sandra Pool.

Woensdag 6 februari

Beep-beep. Ook een dag in Kabul begint met het vreselijke geluid van mijn kleine, maar luidruchtige reiswekkertje. Tijd voor het ochtendritueel. Ik rits mijn slaapzak open en rek me uit op mijn veldbed. Drie tentgenoten zijn al op, twee anderen slapen nog. In het schaarse licht dat de tent binnendringt scheer ik me. Ik kleed me aan, pak m'n wapen, wasteil en toilettas en begeef me naar de geïmproviseerde wasplaats. De wc is niet meer dan een onder een hoek van 60 graden ingegraven pvc-buis. Ik was me in de buitenlucht met lauw water uit de waterwagen. Het weer valt tegen. Het is bewolkt, er hangt sneeuw in de lucht; heel wat anders dan de afgelopen weken toen we iedere dag een stralend zonnetje hadden. Na het wassen is het aansluiten in de rij voor het ontbijt: lokaal gekocht bruin brood met een soortelijk gewicht van tropisch hardhout, een cupje honing en een beker lang houdbare melk. De koffie zet ik zelf: voor mij geen dag zonder fatsoenlijke, sterke espresso.

Om 08.30 uur staan de troepen voor onze vlaggenmast, aangetreden voor het dagelijkse appèl. Ik neem het appèl af en doe enige mededelingen aan mijn mensen. Direct daarna volgt de dagelijkse situatie-update in onze operatiekamer. Mijn ondercommandanten krijgen hierbij de laatste informatie over de gebeurtenissen in Afghanistan en in Kabul. Zo zijn zij goed op de hoogte voordat ze vandaag de stad in gaan.

Een drukke dag. Ons tentenkamp moet worden afgebouwd omdat we komende zondag zesenveertig nieuwe Nederlanders verwachten die we dan onder moeten kunnen brengen. Tegelijkertijd lopen en rijden we vandaag de gebruikelijke patrouilles met de Afghaanse politie. Sinds onze aankomst in Kabul is er al het nodige gebeurd: we zijn begonnen met letterlijk niets. Maar ook nu geldt dat, voordat de operatie op volle toeren kan draaien en de volledige internationale troepenmacht in Kabul is ontplooid, er nog vele zweetdruppels zullen vallen.

Donderdag

Vannacht is er een behoorlijk pak sneeuw gevallen. Dat gaat problemen opleveren met het binnenkruien van het resterende materieel en personeel. De geplande vluchten voor de komende dagen (46 Nederlanders en 81 ton materieel en voertuigen) worden ten minste 24 uur uitgesteld. Hopelijk verdwijnt de sneeuw snel en lopen we niet al te veel achterstand op. Met de voorraden die we inmiddels binnen hebben kunnen we het gelukkig nog wel even redden.

In de ochtend had ik een gesprek onder zes ogen (zonder tolk kom je hier niet ver) met een Afghaanse generaal, commandant van een van de politiedistricten waarin wij opereren. Zijn agenten hadden zich eergisteren misdragen tijdens het uitvoeren van een gezamenlijke patrouille. Tijdens zo'n patrouille stroomt de lokale bevolking in groten getale toe. De lokale agenten zijn er niet zo happig op dat de bevolking aan ons westerlingen vertelt wat er zich bij hen in de buurt aan criminaliteit afspeelt. Toegeven dat er criminaliteit in hun wijk plaatsvindt betekent immers een brevet van onvermogen. De bevolking werd dan ook met harde hand door ze weggejaagd. Wij, als neutrale troepenmacht, kunnen dat natuurlijk niet billijken. De betrokken generaal beloofde beterschap. Ik ben benieuwd.

Vrijdag

Vanmorgen hoofdzakelijk papierwerk gedaan: een noodzakelijk kwaad. De vrijdag is daarvoor de meest geschikte dag, omdat het voor de islamieten de rustdag is. Dan valt er minder makkelijk zaken te doen met de Afghanen. Ook al is mijn eenheid nog niet volledig ontplooid, we moeten nu al beginnen na te denken over de aflossing van de eenheid. Dit wordt een logistiek zware inspanning die de nodige voorbereidingen vergt.

In de middag mijn wekelijkse telefoontje naar mijn vrouw Sandra. Gelukkig maakt ze het goed. Goliath (onze jongste hond) was ziek geweest, maar is er gelukkig weer bovenop gekrabbeld.

Aan het eind van de middag de dagelijkse bespreking met onze Duitse collega's. Soms moet ik lachen om mijn eigen taalgebruik. De voertaal is officieel Engels, maar niet alle Duitsers beheersen die taal. Als ik merk dat ze moeite hebben met het volgen van het Engels, gooi ik er een paar Duitse woorden tussendoor. Zo ontstaat er een mooi mengelmoesje.

Vanavond gegeten bij de Nederlandse zaakgelastigde van Buitenlandse Zaken. In de eerste week van januari waren de vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken zo'n beetje de eerste Nederlanders die ik in Kabul tegenkwam. Ook voor hen is het hier pionieren. Inmiddels hebben ze in de binnenstad een, naar onze omstandigheden gemeten, comfortabele woning gehuurd. De maaltijd was goed: na zes weken op rantsoen te hebben gestaan is vers voedsel een verademing. De Hollandse gezelligheid aan tafel was bovendien hartverwarmend.

Zaterdag

Ons tentenkamp is vandaag zo goed als voltooid. Het deel van de eenheid dat nu wordt ingevlogen zal zich waarschijnlijk moeilijk kunnen voorstellen hoe het er hier op 2 januari tijdens mijn eerste bezoek uitzag. Soldaten van de Noordelijke Alliantie bewoonden toen nog dit kapot geschoten fabriekscomplex, dat inmiddels is omgebouwd tot onderkomen voor militairen van meer dan tien westerse landen. We beschikken nu over water, elektriciteit en verwarmde werkruimtes. Een maand geleden lagen de menselijke uitwerpselen nog in de kamers van wat nu het stafgebouw is. Er moest een hoop werk worden verzet.

Tijdens een patrouille vandaag merk ik dat ik inmiddels gewend ben geraakt aan het stadsbeeld. Alles is hier bruin-grijs: het landschap, de wegen, de huizen, de mensen. Het is hier armoe troef. Dit is, wat ik zou willen noemen, een `on-land'. Ook door de jarenlange oorlog zijn de mensen onbezoldigd, ongeletterd, ongeschoold, ongeschoeid, ongewassen. De huizen zijn ongemeubileerd, onbeglaasd, onverwarmd, ongeverfd. Niets in Kabul is onbeschadigd: alles ligt in puin. Het verkeer in de stad is chaotisch. Kamelen, ezels, paarden, fietsers, vrachtauto's en taxi's, alles en iedereen crost hier door elkaar. Rotondes zijn er, maar niemand heeft ooit uitleg gekregen over de werking ervan en dus neemt iedereen de kortste bocht. Het enige waar ik niet aan wen is de geur van de vreselijke smog die altijd boven de stad hangt.

Vanuit onze `compound', die circa 10 kilometer buiten het centrum van deze enorme stad ligt, kun je 's ochtends de bruine rook als een dikke deken boven de stad zien hangen. Toch maken de mensen in Kabul een tevreden indruk. Ze zijn blij verlost te zijn van het Talibaan-regime; een regime waaronder alles behalve bidden verboden was.

Zondag

Vanochtend heb ik uitgeslapen en neem ik tot het begin van de middag tijd voor mezelf. Mijn ontspanningstherapie bestaat uit kleding wassen en brieven schrijven aan het thuisfront.

De middag gaat op aan de voorbereidingen voor het beveiligingsplan van de voetbalwedstrijd die binnenkort tussen het Afghaanse elftal en militairen van de internationale vredesmacht plaatsvindt. De wedstrijd wordt gespeeld in één van `onze' politiedistricten en er worden ruim 35.000 bezoekers verwacht. Een gelijkspel lijkt mij voor de verhoudingen tussen de bevolking en ons de gewenste uitslag. In het stadion groeit trouwens geen grassprietje. De Amsterdam Arena is blijkbaar niet het enige voetbalveld met grasmatproblemen.

Maandag

Vandaag komt de langverwachte ploeg Nederlanders aan. Hierna volgen nog twee vluchten met Nederlandse militairen en dan zijn we compleet. Daar kijken we naar uit, want dan zijn alle benodigde specialiteiten binnen en kunnen we op volle toeren gaan draaien. Tot nu toe hebben we nogal moeten improviseren om al onze taken naar behoren uit te kunnen voeren.

Ik had vandaag gepland de aankomende Nederlanders zelf af te halen van Kabul International Airport. Ik wilde met name mijn plaatsvervanger en goede vriend, kapitein Eelco Koster, welkom heten. Vanaf het moment dat ik me volledig heb moeten richten op de voorbereidingen op mijn vertrek naar Afghanistan, heeft hij de dagelijkse leiding over de compagnie overgenomen.

Aan het gereedmaken van de eenheid in Nederland op logistiek gebied en het verzorgen van de aanvullende training heeft hij de afgelopen twee maanden zijn handen meer dan vol gehad. Al die tijd heb ik zijn gezelschap en goede adviezen moeten ontberen.

Helaas, door een vergadering op het Engelse hoofdkwartier kon ik niet bij zijn aankomst aanwezig zijn. 's Avonds in de tent hebben we ruim de tijd genomen om bij te praten: een goed weerzien!

Dinsdag

Goed nieuws: we hebben de eerste stap gezet in de uitvoering van onze CIMIC-taken. CIMIC staat voor civiel-militaire coöperatie. Tot nu toe waren we al druk met de planning van diverse projecten, maar vandaag heeft onze genie-eenheid een lokale kliniek opgeknapt. Het is een `health centre' dat in de buurt van onze basis ligt en waar de lokale bevolking bij huisartsen van een hulporganisatie op consult kan komen. De Nederlandse militaire arts in ons contingent ondersteunt nu ook bij het dagelijkse spreekuur. Gezien de drukte iedere dag is dat geen overbodige luxe. Zulke concrete projecten doen ons Nederlanders, vanwege de tastbare resultaten, goed. Blije gezichten bij de bevolking: prima!

We hebben nog een aantal CIMIC-projecten in de planning, voornamelijk het opknappen van scholen in de districten waar wij onze taken uitoefenen. Ik hoop dat we op korte termijn ook bij deze projecten letterlijk en figuurlijk spijkers met koppen kunnen slaan.

Woensdag 13 februari

Weer een mijlpaal: mijn eenheid is vandaag compleet. Alle Nederlanders zijn nu in Kabul. Dat betekent dat ik als commandant nu kan beschikken over alle disciplines die voor onze taakuitoefening nodig zijn.

Na een korte inwerkperiode voor het nieuwe personeel zal dat betekenen dat we op vele fronten tegelijk kunnen werken. Hierdoor hopen we door regelmatige patrouilles in de stad de criminaliteit te doen dalen en een toenemend gevoel van veiligheid bij de bevolking te creëren. Daarnaast kunnen we, binnen de grenzen van ons mandaat, hopelijk veel meer doen op het gebied van humanitaire hulpverlening.

Als ik terugkijk op wat er sinds 1 januari bereikt is, ben ik best trots. Tegelijkertijd realiseer ik me maar al te goed dat het werk pas net begonnen is. Ik prijs me daarom gelukkig met het team gemotiveerde militairen dat ik hier om me heen heb: mensen die bereid zijn hun schouders er onder te zetten.

P.S. De voetbalwedstrijd was een succes. Vooraf waren er wel ongeregeldheden, maar die waren niet gericht tegen ISAF-soldaten. Oorzaak was de enorme toeloop op het stadion. De Afghanen waren bijzonder enthousiast, ondanks hun verlies. ISAF won de wedstrijd met 3-1.