Foto-interviews

BUSH BUSH

Niek (41, gemeenteambtenaar), Wilma (38, verpleegkundige psychiatrie), Niels (15), Korine (13), Rutger (12), Steffen (8) en Elise (6) Haagsma. Woonplaats: Zeewolde

Niek: ,,Oorspronkelijk komen wij uit Groningen. We woonden een paar jaar in Harderwijk, toen ik in 1987 een baan in Zeewolde kreeg. We moesten verhuizen naar een dorp met 2.500 inwoners. Ik vond het niets.''

Wilma: ,,Ik dacht: wat moeten we in deze `bush bush', ik zag tegen de verhuizing op. Maar we leerden de mensen hier snel kennen.''

Niek: ,,De dorpsbanden zijn hier sterk, we werden snel opgenomen. Mensen komen overal vandaan en daardoor ervaar ik dit dorp als een smeltkroes, en dat is fris.''

Steffen: ,,Er zijn hier veel speeltuinen, en er is strand en bos. Het is leuk hier te wonen.'' Elise: ,,Ik vind het hier niet leuk. Ik wil verhuizen.''

Wilma: ,,Zij heeft het wel regelmatig over verhuizen, dat lijkt haar spannend.''

Niels: ,,Ik wil hier later ook blijven wonen. Ik vind verhuizen maar niets. Ik wil bij mijn familie blijven, ik wil niet ver reizen om ze te kunnen zien. Zeewolde is een leuke plaats om te wonen, dus waarom zou je het ergens anders zoeken?''

BETROKKEN

Willem ridder van Rappard (55, burgemeester van Noordoostpolder).

Woonplaats: Emmeloord

,,Ik was burgemeester op Texel toen de plaats in de Noordoostpolder vacant kwam. Ik heb op die plaats gesolliciteerd en ben aangenomen. Noordoostpolder is de grootste plattelandsgemeente van Nederland. De bewoners zijn erg betrokken bij het gemeentebestuur. Zij kennen mij bijna allemaal van gezicht. Dat vind je nergens in Nederland. Ik vind het prettig, ik voel me hier al drieënhalf jaar op mijn plek. Ik pretendeer niet alle inwoners te kennen, maar ik laat mijn gezicht zien en hoor graag wat de mensen denken over het gemeentebestuur. Met dat contact probeer ik mijn voordeel te doen.

,,Als burgemeester realiseer ik mij dat ik niet dezelfde geschiedenis heb meegemaakt als de oorspronkelijke bewoners. De generatie van de pioniers heeft dit land opgebouwd. Hun kinderen hebben het gevoel dat het land van hen is. Dat is goed zichtbaar. Tijdens dorpsoptochten bijvoorbeeld, is er weinig publiek. Dat komt doordat vrijwel iedereen zelf meedoet. De gemeenschap is hecht. En de provincie Flevoland geeft een frisse dynamiek aan het leven. Er zijn korte lijnen met het provinciale bestuur. Er hoeft niet aan allerlei toestanden voldaan te worden voordat je iemand te spreken krijgt. Flevolanders zijn nuchter en direct. Ik wil graag meeliften op die open mentaliteit.''

BEETJE KOUD

Kevin Peters (19, student Information Engineering, secretaris van studentenvereniging Endzjin).

Woonplaats: Almere

,,Mijn studie is alleen in Almere te volgen. Als ik voor een studie kies, kies ik voor een studie, niet voor een stad. Mijn vrienden uit Apeldoorn zijn allemaal ergens anders gaan studeren, zo gaat dat. Het studentenleven is hier natuurlijk heel anders dan in bijvoorbeeld Groningen. Maar dat heeft mijn keuze nooit in de weg gestaan.

,,Tot nu toe is de studentencultuur hier heel bijzonder. Iedereen kent elkaar. Bijna alle studenten wonen in dezelfde straat waar ik ook woon. Dat is heel gezellig.

Ik vind het studentenleven belangrijk, daarom heb ik mij aangesloten bij de vereniging. Met de studentenvereniging organiseren we regelmatig borrels. We hebben ook een eigen gezelligheidshockeyteam. Gisteren hebben we nog tot diep in de nacht een barbecue gehouden. Leden van de studentenverenging krijgen namelijk korting bij de Keurslager.

,,Ik vind het heel bijzonder om hier te studeren. Toch blijf ik hier na mijn studie niet wonen. Almere straalt niets uit. De mensen hier zijn van een ander slag, ze zijn een beetje koud. Dat spreekt mij minder aan.''

OPEN LANDSCHAP

Geke Buimer (49, voormalig secretaresse).

Woonplaats: Dronten

,,Vanaf mijn veertiende jaar woonde ik in de polder. Voor een tiener was het destijds een vreselijk gebied om in te wonen. In de jaren zestig was hier helemaal niets. Ik zat op een middelbare school die bestond uit twee klassen. Ik vond het saai. Dus toen ik op mijn twintigste de polder verliet, deed ik dat niet met pijn in mijn hart.

,,Toch woon ik sinds december weer in de polder. Mijn man kreeg een baan in Emmeloord. Wij besloten in Flevoland te gaan wonen, omdat wij toch het gevoel hadden dat het ons thuis was. In mijn jeugd heb ik eigenlijk overal gewoond. Ik ben opgegroeid in een polder in Suriname. Van alle plaatsen waar ik ben geweest, ben ik hier het meest op mijn plek. Wij hebben voor Dronten gekozen omdat het redelijk groot is, maar toch een dorpse sfeer heeft.

,,Wij zijn tevreden over onze beslissing. Wij houden van het open landschap, van de vlakte en van de wind. Zo ervaren wij de samenleving ook. De mensen hier treden elkaar onbevooroordeeld tegemoet. Wij gaven pasgeleden bijvoorbeeld een feestje om de nieuwe buren te leren kennen. Iedereen reageerde daar enthousiast op. Daar hou ik van. In Almelo had ik altijd het gevoel dat ik geforceerd moest doen. Dat ik er niet echt bij hoorde.''

VADERLAND

Roelof Duijff (42, terreinbeheerder voor Stichting Flevo-landschap).

Woonplaats: Luttelgeest

,,Ik ben in Ens geboren en getogen. Van kind af aan ging ik al de natuur in, het vrije veld verkennen. Ik was vooral vaak op Schokland te vinden. Natuur en cultuur komen daar samen. Tegenwoordig ben ik onder andere verantwoordelijk voor het onderhoud van het Schokkerbos. Nog steeds vind ik het een van de mooiste plekjes van Flevoland.

,,Alle natuur in Flevoland is achter de tekentafel ontworpen. Zelf heb ik tien jaar in en om Zeewolde gewerkt, waar ik bossen inplantte. Als je daar nu komt, zie je een heel ander bos. Dat is heel bijzonder. Het wordt een beetje je kindje, je ziet hoe het zich ontwikkelt.

,,Zo is het ook met Schokland. Sinds 1993 ben ik hier terreinbeheerder. Ik wil de natuur, die ik als kind vaak bezocht, behouden. We proberen de natuurlijke processen te stimuleren, zodat het bos kan uitgroeien tot een volwassen bos.

,,Helaas bestaat het beeld van de boswachter die de hele dag in het bos te vinden is niet meer. Meestal zit ik achter mijn bureau papierwerk te doen. Zo af en toe geef ik een excursie, dat is het mooiste wat er is. Ik trek dan de hele dag met een groep mensen de natuur in. Dan ben ik weer helemaal op mijn plek. Mijn vaderland is de plek waar ik werk.''

GEEN HOKJESMENTALITEIT

Melle Klamer (56, kapper).

Woonplaats: Biddinghuizen

,,In 1966 ben ik vanuit Luttelgeest naar Biddinghuizen verhuisd om daar samen met mijn vader een kapperszaak te openen. Dat ging niet zomaar, je moest je eerst op een zaak inschrijven. Als je het juiste geloof had en de juiste financiële middelen mocht je een zaak openen. Dat hadden wij. In Biddinghuizen kwamen wij met de andere winkeliers in een noodgebouw terecht. Het dorp bestond toen nog maar uit één straat en wij waren de enige kapperszaak. Sinds jaren run ik de zaak samen met mijn vrouw, de kapsalon is gegroeid. Het dorp ook, maar ik ken nog iedereen van de oude kern.

,,Het zijn de mensen die het kappersvak zo mooi maken. Als ik zou stoppen met mijn werk, zou ik de sociale contacten nog het meeste missen. Van kind af aan wilde ik al kapper worden. Ik kan mijn creativiteit kwijt in het vak.

,,Ik heb nog nooit overwogen de polder te verlaten. Ik ben een echte polderfanaat, voor mij is dit het mooiste stukje Nederland. Ik vind de ontwikkeling van de polder heel bijzonder, en ben blij dat ik die heb meegemaakt. Doordat mensen vanuit het hele land hier zijn komen wonen, heerst hier geen hokjesmentaliteit. En dat is goed. Het regeringsmodel heet ook niet voor niets het poldermodel, moet je weten.''