Flip Kowlier

In het openingsnummer van zijn cd Ocharme Ik mijmert de Vlaamse zanger Flip Kowlier over de sluwe manieren waarop een popmuzikant een hype rond zijn muziek en persoon kan creëren. Wees vriendelijk tegen radioprogrammeurs en verkoop je ziel aan Satan, fluistert hij zichzelf in, dat werkt wel. De ironie druipt ervan af, want Kowlier zingt in het West-Vlaams en zijn muziek is daarom geen toonbeeld van toegankelijkheid. Toch is er in het Nederlands taalgebied al enige ophef ontstaan rond Kowliers intieme en persoonlijke liedjes, die een oorspronkelijk gevoel van melancholie en warmte uitstralen.

In de categorie regiorock passen Kowlier en zijn band ergens tussen Skik en Meindert Talma, maar ook De Kift en Krang behoren met hun weerbarstige hakketakmuziek tot de geestverwanten; veel meer dan het geografisch nabijere Bløf uit Zeeland. Kowlier maakte eerder deel uit van de Vlaamse rapgroep 't Hof van Commerce en doet nu een stap terug in de tijd naar country- en folkinvloeden. Die worden op een eigenzinnige manier toegepast in weemoedige popmelodieën, waarin de contrabas even vanzelfsprekend klinkt als de synthesizer.

Hij zingt teder over zijn lieve moeder die hij de onheilstijding moet brengen dat de liefde van zijn leven `nen vint' (een vent) is (Moeder lieve moeder). Maar hij kan ook heftig uitpakken tegen een vroegere geliefde die hij `ne welgemeende fuck you, ne welgemeende kust mijn kluoten' toewenst in Welgemeende, een hedendaagse variant op Armands hippieprotest Ben ik te min. De taal van de liefde is universeel, zo blijkt maar weer eens uit teksten die strikt genomen moeilijk te verstaan zijn, maar die alleen al door hun klank en intonatie een zeldzaam intens gevoel op de luisteraar overbrengen. Daarmee is Ocharme Ik een bijzonder album dat ook zonder contract met de duivel een bescheiden West-Vlaamse hype verdient.

Flip Kowlier: Ocharme Ik (Petrol/EMI)