Failliet en veroordeeld tot bijstand

Het aantal faillissementen van bedrijven is vorig jaar met 30 procent gestegen. Na de deconfiture is het drama voor betrokken ondernemers nog lang niet voorbij.

Hij vindt het nog steeds onbegrijpelijk en voelt zich `genomen' door het Nederlands faillissementsrecht. Oud-ondernemer Arnold van der Voort uit Zwolle had 29 jaar een eigen zaak, ging failliet en is nu naar eigen zeggen veroordeeld tot ,,een levenslang verblijf in de bijstand''. Domme pech, een verblijf van een paar weken in het ziekenhuis, een onbetrouwbare opvolger en een, in zijn ogen, te rigide wetgeving deden de succesvolle ondernemer uiteindelijk de das om.

Gisteren werd bekend dat het aantal faillissementen vorig jaar spectaculair is toegenomen. In totaal werden er in 2001 5.832 faillissementen uitgesproken, ruim 1.300 meer dan in 2000. Belangrijkste oorzaak volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): de conjunctuur. Andere `boosdoener': de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp), die in 1998 van kracht werd.

De conjunctuur is helder: het ging in 2001 veel slechter dan in de jaren daarvoor. En als het slecht gaat, vallen er meer bedrijven om. Vooral in de zakelijke dienstverlening was de toename fors: 53 procent meer dan in 2000, voornamelijk onder IT-bedrijven als programmeurs en systeemanalisten.

De Wet schuldsanering natuurlijke personen is complexer. Sinds 1998 mogen personen, maar ook kleine ondernemers, een keer in hun leven `met een schone lei' beginnen na een `bijna' faillissement. In samenspraak met de rechter worden zij, onder bepaalde condities, toegelaten tot de Wsnp. De schuldeisers krijgen slechts een deel van het verschuldigde bedrag van de schuldenaar terug, die in ruil daarvoor drie jaar lang al zijn geld, behalve een minimuminkomen, moet inzetten om een zo groot mogelijk deel van de schuld af te lossen. De rechter kan bepalen dat bijvoorbeeld ook het huis of de auto van de schuldenaar verkocht moet worden. Sinds de wet in december 1998 van kracht werd, zijn zo'n 24.000 mensen de Wsnp in gestroomd. Omdat een deel van hen tijdens hun driejarige periode alsnog failliet wordt verklaard (deels op eigen verzoek overigens) stromen er ieder jaar meer nieuwe ex-Wsnp'ers de statistieken binnen.

Van der Voorts onderneming Hi-Do, gespecialiseerd in dakspoilers voor vrachtverkeer, ging in 1999 failliet. Zijn privé-geld zat in zijn bv, de rechtspersoon en de natuurlijke persoon Van der Voort waren één en dezelfde. Van der Voort zocht, in verband met zijn verslechterende gezondheid, een koper voor zijn bedrijf en vond die ook. Ze beklonken de deal, maar voordat ze bij de notaris waren aanbeland, werd Van der Voort echt ziek. Hij moest het ziekenhuis in. De aanstaande koper bleek bereid het bedrijf tijdelijk waar te nemen. Dat was het begin van de ellende. In plaats van een keurige waarneming gedurende de weken van Van der Voorts ziekte, roofde de koper het hele bedrijf leeg. Met een vervalste handtekening van Van der Voort werden voor miljoen aan goederen besteld, afgeleverd en doorgesluisd. De rekeningen bleven onbetaald liggen.

Toen Van der Voort uit het ziekenhuis kwam, was zijn bedrijf een financiële ravage. Hij vroeg faillissement aan. ,,Dan kon ik na de afhandeling van de hele boel een doorstart maken. Dat leek me zowel financieel als sociaal het beste. Ik had tientallen mensen in dienst'', zegt hij. Van een doorstart is het nooit gekomen. De rechter honoreerde het faillissement, wees een curator aan en die legde binnen twee dagen beslag op alles wat Van der Voort bezat. Van der Voort werd beschuldigd van fraude. ,,Feitelijk klopt dat, maar ik was er niet verantwoordelijk voor. Ik lag op de intensive care terwijl mijn handtekening werd misbruikt.''

En dan begint de lange mars door de instituties. Van der Voort wilde een advocaat inhuren, maar had geen geld meer. Daar had de curator beslag op laten leggen en aangezien zijn privé-vermogen in zijn bv zat, was hij alles kwijt. Voor rechtsbijstand bleek hij niet in aanmerking te komen omdat, zoals Van der Voort het uitlegt, ,,mijn vermogen op papier nog telde en ik domweg te rijk was voor rechtsbijstand''. Feit dat hij niet bij zijn vermogen kon, is volgens hem door het justitieel apparaat over het hoofd gezien. Geen geld, geen advocaat en dus kon hij zich niet verdedigen tegen de beschuldiging.

Op het zakelijk faillissement volgde snel een privé faillissement.

(Vervolg FAILLIET: pagina 15)

Lang wachten op rechtsbijstand

(Vervolg van pagina 13)

Pas toen dat was uitgesproken kwam Van der Voort in aanmerking voor rechtsbijstand. Hij zat volledig aan de grond. Van der Voort knokt door, voor zijn eigen zaak, maar ook ,,om het hyaat in de wetgeving te dichten''. ,,Ondernemers zouden makkelijker toegang moeten krijgen tot rechtsbijstand, dan

zul je zien dat het aantal faillissementen door fraude enorm afneemt.''

Voor Arnold van der Voort is de Wsnp geen optie, weet hij zelf. Omdat hij een uitspraak van de rechter aan zijn broek heeft in verband met fraude, blijft hij in de woorden van Van den Hoff ,,levenslang veroordeeld'' in zijn faillissement.

Het ministerie van Justitie erkent inmiddels dat de Wet op de Rechtsbijstand voor ondernemers wat te rigide is. De wet wordt ten gunste van ondernemers met een eenmanszaak dusdanig aangepast dat zij onder bepaalde voorwaarden ook in aanmerking komen voor rechtsbijstand. Maar ook dit biedt geen soelaas voor Van der Voort. Bestuurders van een bv komen er niet voor in aanmerking, omdat normaalgesproken de rechtspersoon bv en de natuurlijke persoon (Van der Voort) gescheiden zijn.

Van der Voort is zich er allemaal van bewust. ,,Maar wat had ik dan moeten doen? Ik kon niks, het is buiten me om gebeurd'', verzucht hij. Bronnen binnen Justitie, die de zaak-Van der Voort persoonlijk kennen, zijn het eigenlijk met hem eens. ,,Hij kon er niks aan doen'', zegt een ingewijde. ,,Domme pech.''