Emigreren is geen optie

Urk was ooit een eiland in de Zuiderzee, maar nu een van de weinige pittoreske plaatsen in Flevoland. Tradities blijven, maar Urk moderniseert ook.

Als de streekbus Urk binnenrijdt, lijkt het alsof dit het zoveelste nieuwbouwdorp in de polder is. Maar schijn bedriegt. Na een slingertocht door de nieuwbouwwijk stopt de bus naast een heuvel waarop de schilderachtige dorpskern van het voormalige eiland ligt.

Het oude centrum bestaat uit kriskras geplaatste punthuisjes. In 1939, het jaar waarop Urk verbonden werd met het vasteland, woonden er ongeveer 3.500 mensen. Alle inwoners moesten worden gehuisvest op het twaalf hectare grote, hooggelegen deel van het eiland. Er was weinig ruimte, en dat is nog steeds zichtbaar. De huisjes zijn klein en dicht tegen elkaar gebouwd. De dorpskern is een doolhof van smalle steegjes met daaraan grenzend kleine tuintjes, stuk voor stuk volgezet met manden, potten, beelden en molentjes. Op Urk wappert de was nog in de wind.

Wie om een uur of een 's middags een wandeling maakt door het vissersdorp, waant zich in een spookstad. Alle winkels zijn dicht, de straten zijn verlaten. De Urkers nuttigen namelijk de warme maaltijd. ,,Eten en religie zijn hier de belangrijkste zaken'', vertelt Klaas Romkes, voorzitter van de Dialectkring Urk. ,,Vroeger was het eiland erg arm, daardoor was voedsel van groot belang. `Wat zul je eten?', is hier nog steeds een belangrijke vraag.''

Urkers hechten veel waarde aan tradities. Ze eten elke middag tussen een en twee uur warm en gaan op zondag een of twee keer naar de kerk. Op de jaarlijkse Urkerdag, de zaterdag voor Pinksteren, paraderen Urkers in klederdracht door het dorp. Maar op andere dagen is het moeilijker een inwoner in de traditionele kledij tegen te komen. ,,Er zijn nog tientallen ouderen die de klederdracht dragen, maar hun aantal slinkt'', vertelt Albert van Urk van het Urker museum Het Oude Raadhuis.

De meeste Urkers zijn niet meer als zodanig aan hun klederdracht te herkennen. Jonge Urkse mannen hebben iets anders gevonden om te laten zien dat ze uit het vissersdorp komen: ze dragen gouden oorbellen. Volgens Romkes van de Dialectkring heeft Urk hiermee zijn eigen piercing. ,,Vroeger droegen de zeelieden een gouden oorring. Deze werd na hun overlijden gebruikt om hun begrafenis te financieren. Sinds een jaar of twintig zie je dat de jeugd weer ringen in de oren draagt.'' Veel jongens dragen een ring met daarin een afbeelding van hun beroep. Een gouden oorring met daarin een miniatuurvisje of een scheepje, is een veelvoorkomend sieraad. Van de Urker bevolking is 90 procent direct of indirect afhankelijk van de visindustrie.

De vrouwen en meisjes uit Urk vallen op doordat ze veelal lange rokken dragen. Urk is een protestants dorp. De kerk speelt een centrale rol in het dorpsleven, ,,99 procent van de bewoners is van orthodoxe snit'', aldus Romkes.

Terwijl de rest van Nederland vergrijst, is bijna 50 procent van de Urker bevolking jonger dan 20 jaar. Urkers trouwen jong en krijgen over het algemeen veel kinderen. ,,Van een gezin met vijf of zes kinderen wordt niemand warm of koud. Ook tien kinderen is niet ongebruikelijk'', vertelt museummedewerker Van Urk.

Al die kinderen moeten ook ergens wonen. Op het oude eiland Urk was geen plaats geweest voor de inmiddels 16.500 inwoners. En emigreren, zoals de Urkers dat noemen, is eigenlijk geen optie. Een gezegde luidt: `Urk is van klieven'. Ofwel: eenmaal een Urker, altijd een Urker. En de meeste inwoners zouden het niet anders willen.

De inpoldering heeft de ruimte verschaft die het eiland nodig had. De dag waarop Urk officieel geen eiland meer was, 3 oktober 1939, staat dan ook niet bekend als een zwarte dag in de Urker geschiedenis. Albert van Urk vertelt: ,,Mijn moeder was aanvankelijk wel tegen de inpoldering. Maar ze was nuchter genoeg om de voordelen ervan in te zien. Neem het ziekenvervoer. Vroeger moesten zieke Urkers per boot naar Kampen, in de winter moest men over het ijs. Door de inpoldering zijn er levens gered. Urk is van zijn isolement ontheven.''

De bewoners voelen zich tegenwoordig geen eilanders meer. Ze voelen zich daarentegen ook geen Flevolanders. En dat is ook niet zo verwonderlijk. In 1660 werd Urk bezit van Amsterdam. In 1814 werd het een Noord-Hollandse gemeente. Vanaf 1950 behoorde het dorp tot de provincie Overijssel. En vanaf 1986 is het onderdeel van Flevoland. Tijd voor provinciale binding is er dus eigenlijk niet geweest.

De binding met het eigen dorp daarentegen is groot. De gemeenschap is hecht, sociale contacten met het `buitenland' zijn er weinig. ,,Het heeft zo zijn voordelen. Toen een tijdje geleden een van onze jongens in de gevangenis zat, vertelde de bewaarder dat er nog nooit zoveel post voor iemand was geweest. Het hele dorp leeft mee, in tijden van nood. Het heeft ook zijn nadelen, iedereen weet alles van iedereen'', vertelt Romkes van de Dialectkring.

De Urkers zijn recht door zee en nieuwsgierig. Als een `vreemde' het dorp betreedt, loopt hij niet alleen risico gevraagd te worden naar zijn maaltijd, maar ook naar zijn levensovertuiging. ,,Dat is hier hetzelfde als dat men in den lande vraagt of iemand voor Ajax of Feyenoord is'', aldus Romkes.

Toch is het niet zo dat de gemeenschap hermetisch gesloten is. ,,Als nieuwe mensen hier komen wonen, worden ze zo in de kring opgenomen. Tenminste, als ze de directheid van de Urkers een plaats kunnen geven.''

Ook het Urker dialect, dat door zeker 95 procent van de inwoners gesproken wordt en voor een buitenstaander niet te verstaan is, hoeft geen barrière te zijn. ,,Sommigen leren het in een half jaar'', stelt Romkes.

Ondanks het traditionele karakter van het dorp, is de Urker naar eigen zeggen niet conservatief. Zo kan de Urker vloot gerekend worden tot een van de modernste van Europa. En ook op andere terreinen is er ruimte voor modernisering. Klaas Romkes: ,,De vrouwen schakelen makkelijk over op nieuwe huishoudelijke apparatuur.''