Een goed Frans ontwerp moet zo Frans mogelijk zijn

Patrick le Quément (57), directeur industriële vormgeving bij Renault, maakte naam met revolutionaire auto's als de Twingo en de Scénic. Met zijn nieuwste ontwerp, de Vel Satis, bindt Renault de strijdt aan met de limousines van Mercedes en BMW. `Ik wil de traditie van gedurfd design weer laten herleven.'

Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafael – met enige schroom noemt Patrick le Quément de drie namen. De directeur van de ontwerpafdeling van Renault beseft dat hij een gedurfde vergelijking maakt. De geschiedenis van een autofabrikant markeren met de kopstukken van de Italiaanse renaissance, wie kwaad wil kan zo de spot met hem drijven. Maar de parallellen dringen zich op, verontschuldigt de ontwerper zich

Hoe kwam de metamorfose van Renault tot stand, dát was de vraag aan Le Quément. Nog geen twintig jaar geleden hadden autoliefhebbers weinig te zoeken in de showrooms van het Franse staatsbedrijf. Daar stonden duffe auto's met hoekige carrosserieën die duidelijk door ingenieurs en niet door designers waren gemaakt. Het afgelopen decennium wierp het inmiddels verzelfstandigde Renault het ambtenarenjuk af. Een reeks opmerkelijke auto's getuigde van het nieuwe elan. Inmiddels is het merk met de ruit in de grill uitgegroeid tot de vaandeldrager van de opgebloeide Franse autoindustrie. Het afgelopen jaar verkocht Renault alleen in Europa al bijna anderhalf miljoen auto's, slechts dertigduizend minder dan marktleider Volkswagen.

Zo'n gedaanteverwisseling gaat in stappen, legt Le Quément uit bij een lunch op de Bedrijfsautorai in Amsterdam. De afgelopen vijftien jaar heeft Renault drie gezichten getoond, zegt de ontwerper. Eerst kwamen de intellectuele concepten à la Da Vinci. Daarna kwam de nadruk te liggen op de expressie van Michelangelo en nu is het tijd voor de elegantie van de schilder Raphael.

Le Quément stond aan de basis van de veranderingen bij Renault. In 1988 plukte de toenmalige topman Raymond Lévy zijn landgenoot bij Volkswagen weg, waar de de ontwerper juist was begonnen na carrière te hebben gemaakt bij Ford. Zijn eerste daad als chef design bij Renault bestond uit het afleggen van een beginselverklaring. ,,De directie had destijds een volslagen verkeerd zelfbeeld. Renault een innovatief bedrijf? De consument dacht er heel anders over. Natuurlijk, de Renault 4, de R16 en de Espace hebben de naoorlogse geschiedenis van de auto-industrie mede bepaald. Maar de opvolgers van de succesmodellen stelden vaak teleur. Het programma van Renault leek op morsetaal: slechts af en toe een uitschieter.''

Le Quément prijst de moed van Lévy en zijn opvolger Louis Schweitzer. Zij durfden te breken met ingesleten patronen. Beide topmannen gaven de ontwerpafdeling carte blanche. Niet langer dicteerden de ingenieurs van de techniek ook het designbeleid. Onder leiding van Le Quément verdubbelde de ontwerpafdeling in omvang tot een internationaal team met honderd tekenaars, 21 nationaliteiten en studio's in Parijs, Barcelona en Seoul.

De vrijheid voor de designers resulteerde in een aantal radicale ontwerpen, die veelvuldig door andere fabrikanten zouden worden gekopieerd. Neem de Twingo (1993), een metalen doos met de wielen op de uiterste hoeken. Door zoveel mogelijk onderdelen naar de randen van de auto te verbannen, zwommen de passagiers in dit rijdende badkuipje in een zee van ruimte. Nog meer navolging kreeg de Mégane Scénic (1996). De ruimtewagen voor de kleine beurs ontlokte aanvankelijk schamper gelach, maar inmiddels maakt bijna iedere fabrikant een vergelijkbare middenklasser.

,,Het was ons gelukt sterke concepten te ontwikkelen'', zegt Le Quément. ,,Maar sommige auto's hadden nog weinig karakter. De Twingo en de Scénic wél, maar andere modellen werden op straat niet onmiddellijk als een Renault herkend. Halverwege de jaren negentig ontbrak het ons merk nog aan uitstraling.''

Met een reeks studiemodellen ging zijn ontwerpafdeling op zoek naar nieuwe, herkenbare vormen die de merkidentiteit konden verstevigen. Een zoektocht zonder restricties, dat is Le Quéments favoriete werkwijze. ,,Het werkt belemmerend als technici een boodschappenlijst met eisen opgeven. Bij iedere pennenstreek hebben ontwerpers dan het gevoel dat aan hun tekenarm een gewicht van tien kilo hangt. Met een vrije werkwijze bereik je sneller de toekomst.''

Op autobeurzen toonde Renault zijn futuristische studies om de reacties te peilen. Sommige ontwerpen, zoals die van de Scénic, verschenen een paar jaar later in licht gewijzigde vorm op de markt. Andere studiemodellen, zoals de Initiale, hadden vooral de functie van katalysator. Zij overtuigden de directie dat Renault ook in het duurdere segment van de markt toekomst heeft.

De Franse auto-industrie moet het al decennia hebben van kleine auto's. Evenmin als Citroën met de XM en Peugeot met de 605, wist Renault met zijn topmodel Safrane de Mercedes- en BMW-kopers te verleiden. ,,Toen we nadachten over de toekomst van onze topklasse, besefte ik dat we het anders moesten aanpakken. In een globaliserende wereld moeten onze producten cultureel traceerbaar zijn. Het heeft geen zin om de Duitse limousines na te bootsen en de eigen culturele wortels te verloochenen. President De Gaulle zei ooit: `Goethe is zo Europees omdat hij zo Duits was.' Daar ben ik het roerend mee eens. Een goed Frans ontwerp moet zo Frans mogelijk zijn. Wat Europa interessant maakt, zijn de typische karaktertrekken van de diverse landen. Een Europese Unie met nog maar één soort worst en één soort bier, daar moet je toch niet aan denken.''

Hoe ziet een uitgesproken Franse auto eruit? Een combinatie van lef, raffinement, oog voor details en eenvoud, zegt Le Quément. ,,In Frankrijk is het heel chic om revolutionair te zijn. De traditie van gedurfd design die onze auto-industrie ooit kenmerkte, wil ik weer laten herleven.'' De ontwerper verwijst naar de jongste modellen van Renault. Naar de herkenbare brede en lage kont van de nieuwe Laguna en naar het markante silhouet van de Avantime, de luxueuze vijfpersoons coupé die vorige maand op de markt verscheen.

Maar het meest tevreden is de ontwerper over de Vel Satis, het nieuwe topmodel van Renault dat vanaf volgdende maand in de showroom staat. Deze concurrent van de Mercedes E-klasse en de BMW-5 serie breekt met de tradities van het segment van de dure zakenauto's. Geen lage limousine met lange motorkap, kofferbak en donker interieur, maar een opvallend hoge auto met een blonde en zeer grote binnenruimte.

Le Quément: ,,We hebben geprobeerd te herdefiniëren hoe een auto in het topsegment er uit moet zien. Veel auto's in die categorie kom je moeilijk in en nog moeilijker uit. Wij hebben de Vel Satis daarom, anders dan normaal, van binnen naar buiten ontworpen. We zijn begonnen met vier gelijkwaardige stoelen, waar je makkelijk in- en uitstapt. Geen first class achter het stuur en economy class achterin, maar evenwicht. Van daaruit zijn we verder gegaan met gemak en comfort als leidraad. Dat is waar het in deze klasse om gaat. Met de overvolle wegen een luxe auto ontwerpen die 250 kilometer per uur kan rijden, dat is irrelevant en pathetisch.''

Niet dat het de Vel Satis aan technische snufjes ontbreekt. De auto beschikt over een automatische handrem, een snelheidsregelaar met afstandscontrole, een bandenspanning-controlesysteem, een parkeerhulp en de motor start zonder sleutel met behulp van een chipkaart en een druk op een knop. Ook het veiligheidsniveau is in orde. Die ligt volgens Le Quément zeker op hetzelfde peil als dat van de Laguna, die onlangs door de onafhankelijke keurmeesters van Euro/Ncap tot veiligste auto van Europa is uitgeroepen. Toch zal dat voor weinig Mercedes-rijders een reden zijn hun auto bij de Renault-dealer in te ruilen. Nee, het belangrijkste verkoopargument van de Vel Satis is toch de opvallende vormgeving. Het Franse topmodel, dat 585 miljoen euro aan ontwikkelingskosten vergde, onderscheidt zich wat dat betreft duidelijk van de concurrentie.

Le Quément legt uit hoe diverse afdelingen elk detail onder de loep namen. Een team van niet minder dan vijftien medewerkers met een scherpe neus waakte bijvoorbeeld over de `geurelegantie' van ieder onderdeel. De Vel Satis mocht wel nieuw ruiken, maar slechts in zo'n bescheiden mate dat de inzittenden het meteen weer vergeten.

Een andere afdeling werkte jarenlang aan de akoestiek van de auto. Stilte is weelde, zegt Le Quément. Het streven was een auto waarin je op de snelweg comfortabel met z'n vieren kunt praten. Om aan die eis te voldoen, stak het bedrijf veel energie in het reduceren van de rij-, motor- en aerodynamische geluiden. De winst werd onder meer gevonden in een nieuwe achtertrein, een nieuw motorbevestigingssysteeem en een geluidwerende voorruit.

Een ander team bekommerde zich om de `zichtbare kwaliteit'. ,,De eerste indruk van een auto is doorslaggevend. Daarom hebben we tijdens het ontwerpproces voortdurend het omgevingscomfort laten bewaken. Alles wat in de auto kan worden aangeraakt, moest zijdeachtig en aangenaam aanvoelen. We wilden een blond en stressloos interieur. Geen massief zwart dashboard met zo'n intimiterende hoeveelheid knoppen.''

Pas toen het interieur na vele aanpassingen in harmonie was, tekende Le Quément samen met vijf collega's het exterieur van de Vel Satis. ,,We wilden een auto met présence, geen onderdanige grijze muis. Een Duitse recensent noemde sprak van een Franse Bentley. Daar kan ik me wel in vinden.''

Toen het eerste prototype klaar was, complimenteerden de directie en het ontwerpteam elkaar. Toch volgde in december 2000 nog een hard gevecht met de vijftig Europese marketingmensen van Renault. ,,Ik had jaren dag en nacht met die auto geleefd. En onze directeur Schweitzer had intern al vaak in lovende woorden over de Vel Satis gesproken. Bij de bijeenkomst voor de managers maakte ik daarom de vergissing de auto zonder enige toelichting te onthullen. Normaal volgt er applaus als het doek van de auto is getrokken. Nu bleef het stil. De marketingmanagers waren geshockeerd en kwamen met allerlei suggesties om het ontwerp te verbeteren.

,,Twee maanden later kwamen we opnieuw bij elkaar. De auto werd opnieuw onthuld en nu reageerde het gezelschap laaiend enthousiast. Het regende complimenten. `Geweldig, nu is ie af' en `Je hebt precies de final touches aangebracht'. Het mooie was, dat we niets hadden veranderd. De auto was hetzelfde, de managers waren veranderd. Zelfs professionals kost het tijd om aan een nieuwe auto te wennen.''

Een nieuw ontwerp hoeft niet meteen te behagen, legt Le Quément uit. Met zichtbaar plezier vertelt de ontwerper waarom de carosserie van de Vel Satis enigszins uit evenwicht is. Waarom hij koos voor een statige, lange motorkap met een compacte, breedgeschouderde achterkant. ,,Perfect evenwichtige auto's zijn saai. Kijk maar naar de oude Renault 21, de Audi 80 en heel veel Japanners. Bij die auto's is de motorkap vrijwel identiek aan de kofferbak. Ze zijn net als die fotomontages waarbij de helft van iemands gezicht wordt gekopieerd tot een perfect evenwichtige compositie. Er klopt iets niet, maar je kunt niet zeggen wat. Dat is een les die ik als autodesigner uit de natuur heb getrokken. Lichte vormen van onbalans maken het verschil tussen ongemak en spanning. Een hoge achterkant geeft een auto vaart.''

De Vel Satis is zijn beste auto tot nu toe, vindt Le Quément. ,,Vaak stuit je als ontwerper op de grenzen van het budget. Je hebt een goed idee, maar voor de auto in kwestie is de oplossing te duur. Die frustratie had ik bij de Vel Satis niet. Bijna alles wat ik wilde realiseren, is gerealiseerd.''

De ontwerper heeft maar één ding te mopperen over zijn ontwerp. Van de eerste serie auto's die van de band rolde, kreeg hij een grijsblauw exemplaar toebedeeld. Ook in Frankrijk geldt baas boven baas. Topman Louis Schweitzer pikte Le Quéments favoriet in, het zwarte exemplaar met de beige bekleding. ,,Ach'', zegt de ontwerper, ,,Schweitzer ging met die auto naar een vergadering van de Franse automobielclub en kwam juichend terug. De Vel Satis had het gevecht van de chauffeurs gewonnen. Tijdens de vergadering stonden ze om onze auto en niet bij de andere nieuwe auto's. Dat maakte me gelukkig. En maak je geen zorgen, straks krijg ik zelf ook nog wel een zwart exemplaar.''