DE SCHOK

De val van de Canadese sprinter Jeremy Wotherspoon, eerder deze week op de 500 meter in Salt Lake City, was vrijwel identiek aan de tuimeling die de Nederlandse allrounder Ard Schenk tijdens de Winterspelen in Sapporo maakte.

Hij ging op dezelfde afstand en op vrijwel dezelfde plek onderuit. In tegenstelling tot de ontgoochelde Wotherspoon krabbelde Schenk snel overeind en reed hij nog een acceptabele tijd. Hij had een paar dagen eerder de vijf kilometer gewonnen en was ook favoriet op de 1.500 meter en de tien kilometer. Hij zou de 500 meter als een veredelde trainingsrit hebben beschouwd. Volgens ooggetuigen was hij niet geconcentreerd aan de race begonnen. Vlak voor de start stond hij nog te keuvelen met kennissen langs de kant. Schenk zelf had een andere lezing. Hij zou uit zijn concentratie zijn gehaald door een bliksemstart van zijn Amerikaanse tegenstander Blatchford. In de meeste terugblikken op het incident valt te lezen dat Schenk door zijn val een vrijwel zekere medaille misliep. Die constatering is onjuist. Hij was geen uitblinker op de kortste schaatsafstand. Hij verloor meestal een kleine seconde op de sprintspecialisten. Hij werd een keer derde bij de WK voor sprinters, maar dankte die klassering aan twee overwinningen op de duizend meter. Hij had de pech dat deze dubbele sprintafstand pas in 1976 op het olympische programma stond. Anders had de `Lange uit Anna Paulowna' in Sapporo vier in plaats van drie gouden medailles kunnen winnen.

Dit is de 29ste aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.