De olifant ontwaakt langzaam

India streeft naar een hogere economische groei, maar het land heeft nog een lange weg te gaan. De Indiase minister van handel en industrie, Murasoli Maran, heeft zijn hoop mede op Nederlandse investeerders gevestigd.

India is een olifant die aan het ontwaken is, roepen ministers vaak wanneer het om de Indiase economie gaat. Ook de Indiase minister van handel en industrie, Murasoli Maran, die de afgelopen dagen in Nederland was om investeerders voor zijn land te interesseren, bedient zich graag van die metafoor.

Het is regeringen en bedrijven in het buitenland echter niet ontgaan dat het wakker worden van de gigant met zijn meer dan een miljard inwoners wel erg lang duurt. Reeds in 1991 begon de toenmalige regering noodgedwongen met een voorzichtige liberalisering, omdat de eigen economie volledig was vastgelopen. Ruim tien jaar later is dat proces nog altijd niet afgerond, mede omdat het bij brede lagen van de samenleving op weerstanden stuit.

Het niveau van de buitenlandse investeringen in India weerspiegelt de haperende liberalisering. Wist het in bevolkingsomvang enigszins vergelijkbare China de laatste vijf jaar 204 miljard dollar aan buitenlandse investeringen binnen te halen, in India bleef de teller over dezelfde periode al stilstaan op 13,5 miljard dollar.

Maran vindt die vergelijking niet fair. ,,Een groot deel van die investeringen komt van rijke Chinezen in het buitenland. Als je die bij elkaar optelt zijn die samen al goed voor de vijfde of zesde economie van de wereld'', aldus de bewindsman in zijn suite in het Scheveningse Kurhaus. ,,De Indiërs in het buitenland zitten vooral in de vrije beroepen en zijn lang zo rijk niet.''

Bovendien voelt India volgens Maran niet voor een big bang-achtige hervorming, zoals in Rusland na de val van het communisme. Het model van de Aziatische Tijgers, die veel sneller liberaliseerden en jarenlang in hoog tempo groeiden, kent eveneens zijn gevaren. ,,Die kampen nu met een griepje'', constateert de minister, ,,terwijl de Indiase economie het redelijk goed blijft doen.''

Maar de `hindoe-groei' van India blijft nog altijd bescheiden: ruim 4 procent per jaar. Maran erkent grif dat hij maar al te graag hoge groeipercentages van acht procent per jaar of meer zou zien. ,,We moeten beslist sneller groeien dan nu'', aldus Maran. ,,Anders verliezen we teveel terrein aan andere landen.'' Ook de buitenlandse investeringen moeten dus omhoog. In 2000 trok India 4,5 miljard dollar aan. Maran: ,,Wij denken dat India zeker investeringen van zo'n tien miljard dollar per jaar moet kunnen verwerken.''

Is het niet een probleem dat het buitenland de indruk heeft dat India weinig gastvrij is jegens buitenlandse investeerders? Bedrijven als Kentucky Fried Chicken en Enron stuitten er op veel protesten en verzet.

,,Dat was meer een culturele kwestie, voortkomend uit andere eetgewoonten. Maar dat beeld van India klopt gewoon niet meer. De bazen van grote Nederlandse bedrijven als Philips, ABN Amro, SHV en Rabobank, die al in India zitten, vertelden me de afgelopen dagen juist dat ze erg tevreden zijn. Die zouden heus niet in India zitten, als het voor hen niet aantrekkelijk zou zijn. We hebben de Rabobank overigens net toestemming verleend om met retailbanking in India te beginnen.''

Maar u zei gisteren zelf in een toespraak dat er op het niveau van de machtige deelstaatregeringen nog wel problemen voor investeerders kunnen zijn. De bureaucratie daar is berucht.

,,Dat is wel enigszins waar. Daar zitten soms ambtenaren die nog niet op de hoogte zijn van de nieuwe regels. Maar de deelstaten beseffen steeds meer dat ze met elkaar moeten concurreren om investeerders aan te trekken. Anders raken ze achterop. En dan kun je je niet permitteren om het buitenlandse bedrijven moeilijk te maken.

Bovendien hebben we op het centrale niveau een speciaal orgaan in het leven geroepen dat zich eens per maand buigt over de uitvoering van de investeringsplannen.''