De crisis van de videoclip

De videoclip is een volwassen kunstvorm geworden. Gepraat over de crisis in de videoclip is daarvoor een bewijs te meer, vindt Bernard Hulsman.

Steeds vaker wordt de videoclip als kunst beschouwd. Toen het Groninger Museum al in het begin van de jaren negentig een tentoonstelling met videoclips organiseerde, kon dit nog worden afgedaan als een gril van Frans Haks, die rare postmoderne museumdirecteur daar in het hoge noorden, die altijd amechtig achter de laatste trends aanholde. Maar vorige maand bleek Haks toch eerder een pionier dan een charlatan en werd de video definitief museaal. Het onderdeel `Exploding Cinema' van het International Film Festival Rotterdam, dat zichzelf presenteert als de artistiekeling onder de filmfestivals, stond helemaal in het teken van de videoclip. In het Nederlands Architectuurinstituut opende eind januari de tentoonstelling Clipcity, waarin een stuk of twintig op grote schermen vertoonde videoclips laten zien hoe architectuur wordt gebruikt in videoclips. En alsof dit nog niet genoeg is, kondigde het Centraal Museum in Utrecht voor komend voorjaar een expositie over videoclips aan.

En juist nu de clip museumwaardig is geworden, wordt er veel gesproken over de crisis of zelfs de ondergang van de videoclip. De clipexperts en -regisseurs die een paar weken in het tv-programma Bonanza aan het woord kwamen, waren erg somber over de toekomst van het medium. MTV zendt steeds minder clips uit, somberde Neil Feineman, die naam maakte als oprichter van het hippe tijdschrift Raygun. De zender, die ruim twintig jaar geleden begon met het dag en nacht uitzenden van videoclips, laat nu op de belangrijkste uren van het etmaal, de avonduren, allerlei idiote spelletjes als Jack Ass zien. Bovendien splitst de zender zich in allerlei kleine MTV-stations, die zich exclusief richten op doelgroepen als liefhebbers van arrenbie, hardrock, alternatieve rock enzovoort. Dat vond Feineman heel erg, want zo werden er muzikaal-visuele getto's gecreëerd en kon er van een interessante kruisbestuiving tussen de genres geen sprake zijn.

Videoregisseurs als Mike Mills stelden vast dat videoclips óf vele miljoenen dollars kostten óf slechts een paar honderdduizend dollar. De tussencategorie was geheel verdwenen en dit vonden ze een ongezonde situatie, die leidde tot een schraal aanbod.

Het gepraat over de crisis in de videoclip is een bewijs te meer dat de clip volwassen is geworden. Echte kunst bevindt zich tenslotte in een permanente staat van crisis, als we de experts en critici moeten geloven. De schilderkunst had zelfs al vele malen verdwenen moeten zijn, als al de aankondigingen van `het einde van de schilderkunst' waren uitgekomen. Hetzelfde geldt voor de film of voor de architectuur. Jaar in, jaar uit krijgen we te horen dat deze kunstvormen hun beste tijd hebben gehad en keer op keer laten regisseurs en architecten zien dat ze nog steeds bestaansrecht hebben.

Zo is het ook met de videoclip. Het is natuurlijk helemaal niet erg dat er straks videoclipkanalen bestaan die zijn toegesneden op genres. De huidige muziekliefhebber is vrijwel altijd een muzikale omnivoor en net als alle mensen zapt hij zich wild, zodat hij uiteindelijk toch wel videoclips uit allerlei verschillende genres te zien krijgt.

Van een schraal aanbod van videoclips is ook al helemaal niets te merken. Zo is in het Nederlands Architectuurinstituut nu een aantal schitterende videoclips te zien, zoals Everything is everything van Lauryn Hill en The Child van Alec Gopher. Sterker nog, vorig jaar was een van de beste videoclipjaren sinds MTV in 1980 begon. Juist de low-budget huis-tuin-en-keukenclips, zoals de beroemde tietenclip van de Nederlander Bastian, de al bijna even beroemde ontharingsclip van de Duitser Markus Nikolai en de fantastische ansichtkaartenclip van de Noor Röyksopp maakten 2001 tot een onvergetelijk jaar. Hun clips maken je optimistisch over de toekomst van de clip en doen je bijna geloven in de romantische opvatting dat de beste kunst door hongerige, hologige kunstenaars op koude zolderkamers wordt gemaakt. Hoe lager het budget, des te beter de videoclip.