BIOLOGISCHE LANDBOUW

In de Noordoostpolder, tussen drie dorpen ingeklemd, ligt de boerderij van Jozien en Niek Vos. Zo op het eerste gezicht hebben we te maken met een gemiddeld boerenbedrijf: lange, rechte stroken aardappels worden afgewisseld met kavels luzerne, rode biet, tarwe, wortelen, haver en pompoen. ,,Maar de goede verstaander'', zegt Niek, ,,ziet meteen het verschil.''

Vijftien jaar geleden schakelde het boerenechtpaar over van `gangbaar' op `biologisch'. Niek: ,,Ik was opgegroeid met het idee dat een goede boer niet zonder chemische bestrijdingsmiddelen kan. Eerst spoot ik mijn bintjes daar twee keer mee in, later drie, vier, vijf, zes keer. Gaandeweg de rit kwam het besef: waar bén ik mee bezig? Is dít nu de bedoeling van het boerzijn?''

Sindsdien wordt in zijn boerenbedrijf niet langer gebruikgemaakt van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. En ook genetisch gemanipuleerde gewassen zul je bij het echtpaar Vos niet aantreffen. Hun zestig hectare grond ligt er volgens Jozien ,,netjes bij''. Niek: ,,We hebben al die jaren nooit een misoogst gehad. We laten de natuur gewoon zijn werk doen''.

Gangbaar vs bio Jozien zijn niet de enige Flevolanders die de overstap van gangbaar naar biologisch boeren maakten. Volgens Skal, de organisatie die in Nederland duurzame agrarische productiemethoden controleert en certificeert, steekt Flevoland met 147 biologische landbouwbedrijven met kop en schouders boven de rest van Nederland uit. Tezamen beschikken deze bedrijven over 8.500 hectare grond, een kleine 6 procent van het totale landbouwareaal in Flevoland. Ter vergelijking: landelijk is 1,5 procent van de landbouw biologisch.

De helft van de biologische landbouwbedrijven ligt in oostelijk Flevoland. Het gaat vooral om tuinbouwbedrijven of `gecombineerde' bedrijven, waarbij de groenteteelt een belangrijke rol speelt. Tweederde van de bedrijven is geheel biologisch, de rest is deels biologisch of nog in omschakeling. Het merendeel van hun afzet is voor de buitenlandse markt.

Flevoland, bioland De basis voor `Flevoland, bioland' werd in 1986 in Lelystad gelegd. Deze stad had de primeur door als eerste gemeente een deel van haar buitengebieden als biologisch landbouwgebied aan te merken. De van oorsprong Friese tuinder Jan Jonkman was er ,,als de kippen bij'' om een bouwvergunning aan te vragen. Die kreeg hij, nog datzelfde jaar, en sindsdien runt hij met veel plezier een biologisch landbouwbedrijf in Lelystad-noord. Jonkman: ,,De eerste jaren werden bioboeren nog met de nek aangekeken we waren een soort ketters maar gaandeweg drong ook bij mijn collega's het besef door dat `bio' geen modegril is en dat er, dankzij de relatief hoge productprijzen, gunstige bedrijfsresultaten kunnen worden behaald.''

Studiedagen Het uiteindelijke succes van de biologische landbouw in Flevoland is voor een groot deel te danken aan twee organisaties die in een afgelegen pand in Lelystad-noord huizen: Nautilus en het Centrum Biologische Landbouw. De in 1987 opgerichte boerencoöperatie Nautilus behartigt de belangen van bioboeren en draagt zorg voor de verkoop en distributie van biologische producten. Het in 1994 opgerichte Centrum Biologische Landbouw (CBL) organiseert bedrijfsbezoeken, studiedagen en cursussen over biologische landbouw en adviseert boeren die overwegen van gangbaar naar biologisch over te stappen.

Volgens Inge Schwagermann van het CBL is de interesse voor biologische landbouw in Flevoland nog altijd groot, maar liggen er ook gevaren op de loer. Ze wijst naar een kaart van de gemeente Almere, waar een aantal gebieden is ingekleurd. ,,Op die locaties wil Almere straks allemaal huizen gaan bouwen, waardoor het biologische landbouwareaal in Flevoland met liefst dertig procent zal afnemen.''

Streefpercentage Toch vormt de gentechnologie het sleutelen aan erfelijk materiaal, waardoor nieuwe organismen ontstaan - een nog grotere bedreiging, want ,,tegen een bestemmingsplan kun je nog in verweer komen, maar de gevolgen van gentechnologie zijn onomkeerbaar''.

In dat licht is het streven van de provincie Flevoland 15 procent biologische landbouw in 2010 weinig realistisch. ,,Cruciaal is of de consument meer geld voor meer kwaliteit wil neertellen'', zegt Schwagermann, terwijl ze een biologisch koekje weghapt.

Aan haar zal het in ieder geval niet liggen.