Bijlmer en Belliot

In M van 2 februari schrijft Gerard van Westerloo over de politiek in Amsterdam Zuid Oost. Daarin staan feitelijke onjuistheden.

1. Sinds maart 1999 bestaat een debatclub in Amsterdam Zuid Oost die in 2000 de naam Stida Debating Club kreeg. Deze komt om de veertien dagen bijeen. Van Westerloo schrijft over een `vaste vrijdagavond bijeenkomst van Surinaamse Bijlmer intellectuelen', maar de deelnemers zijn van diverse etniciteit, afkomst en politieke gezindheid. De meeste leden wonen niet in de Bijlmer of in Amsterdam Zuid Oost. Sinds juli 2001 is de voorzitter een blanke Nederlandse man.

Toen Van Westerloo de bijeenkomst bezocht, hield het PvdA Tweede-Kamerlid en oud fractievoorzitter van de PvdA in de deelraad Zuidoost, Wouter Gortzak, een inleiding over de politiek in dit stadsdeel.

2. Van Westerloo probeert de debating club af te schilderen als de opvolger van het Zwart Beraad. Als lid van de PvdA was ik een felle tegenstander van het Zwart Beraad. Op een afdelingsvergadering heb ik zelf een verzoek tot royement van een zwart lid ingediend omdat die Gortzak zo beledigde dat hij niet meer in de partij thuishoorde. In de tijd van het Zwart Beraad stond ik pal achter de politiek leider van de PvdA in Zuid Oost, Ronald Jansen, en ik verdedigd zijn beleid nog steeds.

3. De blanke Els Verdonk werd tegen Paul Schings ingezet op plaats 2. Verdonk werd aangeprezen door Hilly Axwijk, maar ook door Annelies Lelyveld en zelfs door het enfant terrible Bernadette de Wit. Verdonk wordt door iedereen in de partij beschouwd als lid van de `betongroep', een stroming waarvan Ronald Jansen de leider was. Verdonk heeft die avond bewezen dat de leden van de PvdA de zwart/wittegenstellingen overwonnen hadden en keken naar kwaliteit. Deze zware portefeuille zou Schings nooit kunnen bemannen. Ook dit laat Van Westerloo gemakshalve weg. Hij draagt alles op aan een antipathie tegen Schings.

4. Er is helemaal geen FIOD-zaak tegen de Stichting Interculturele Dienstverlening Amsterdam. Een afdeling van de Gemeente Politie Amsterdam heeft doorzoeking in de kantoren van Stida verricht.

5. Ik ben niet de advocaat van de heer Axwijk, dat is mr. A. Haakmat. Ik ben advocaat van de Stichting Interculturele Dienstverlening Amsterdam, Stida. Omdat rechtszaken in de rechtszaal thuishoren en niet in de krant, praat ik in beginsel niet met journalisten over mijn zaken. Ik heb Van Westerloo dit twee keer persoonlijk en twee keer telefonisch uitgelegd. Toen Van Westerloo mij meedeelde dat hij niet over de Stida, maar alleen over politiek wou spreken, heb ik hem gezegd dat ik met mijn cliënte had afgesproken dat haar directeur ook niet op andere wijze in de publiciteit zou treden. Ik heb het bestuur van cliënte verzocht zich uit te spreken over de afspraak van haar directeur met Van Westerloo. Ik was aanwezig toen de directeur van cliënte het telefoongesprek voerde met Van Westerloo. Axwijk zei niet: ,,mijn advocaat vindt het ook niet goed'', maar: ,,onze advocaat''.

Tot slot: Van Westerloo schrijft in een context waarin mijn naam valt over ,,de mannen van Axwijk''. Ik ben niet een van de mannen van Axwijk.