Arme letteren

Letterenstudies als Arabisch, Indonesisch en Duits kampen met een gering aantal studenten. Volgens het knaw-rapport Vensters op de wereld kan alleen een aparte financiering redding bieden.

Ht gaat niet goed met de `kleine letteren': de opleidingen in talen en culturen met weinig studenten. Trok de opleiding Talen en Culturen van Zuidoost-Azië en Oceanië (waaronder Indonesisch) in 1995 nog 25 eerstejaars, dit studiejaar is dat aantal teruggelopen tot 10. Dezelfde periode daalde het aantal eerstejaars Slavische talen landelijk van 81 naar 36, en dat van Scandinavische talen van 48 naar 27. Dat niet alleen `exotische' talen te lijden hebben bewijst de teloorgang van Duits: in 1995 meldden zich bij de zes klassieke universiteiten 142 eerstejaars, dit jaar waren dat er nog maar 57. Alleen Egyptologie zit in de lift: 2 eerstejaars in 1995, dit jaar (en vorig jaar) 12.

Deze cijfers zijn terug te vinden in het rapport Vensters op de wereld van de Adviescommissie Kleine Letteren van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen). De commissie, met als voorzitter Wim Gerritsen (oud-hoogleraar Middelnederlandse letterkunde en sinds vorig jaar verbonden aan het Scaliger Instituut in Leiden), is nagegaan of de kleine letteren in Nederland een aparte positie innemen, wat hun betekenis is, wat het onderwijs en onderzoek in deze vakgebieden rechtvaardigt en of ze afzonderlijke bescherming verdienen. Het rapport wordt op 26 februari gepresenteerd.

De commissie pleit voor een apart financieringssysteem voor deze vakgebieden, waarbij niet de studentenaantallen maar de kwaliteit van het onderzoek de basis vormt. Gerritsen: ``Kleine letteren moet je instandhouden als ze goed zijn. Studentenaantallen mogen bij de bekostiging niet de doorslag geven. Stel de financiering, zo stellen wij voor, daarom af op de wetenschappelijke productiviteit en de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Alleen via excellente prestaties zullen de kleine letteren hun bestaansrecht blijvend waar kunnen maken. Meer samenwerking en competitie helpt. Kwaliteit komt vaak voort uit creatieve wedijver.''

Kordon van staal

Vensters op de wereld bouwt voort op het rapport Baby Krishna uit 1991. Onder aanvoering van de sanskritist en filosoof Frits Staal werd hierin de noodklok geluid over de deplorabele toestand waarin de Kleine Letteren in Nederland toen verkeerden als gevolg van de vele grootschalige bezuiningsoperaties in de jaren tachtig. De minister zegde toen de kleine letteren jaarlijks tien miljoen gulden toe (waarvan de helft voor Leiden), terwijl de universiteiten van hun kant beloofden de formatie in stand te houden.

Najaar 2000 had een evaluatie van dit `kordon van Staal' moeten plaatsvinden. Maar toen de beoogde commissie, die onder leiding van Gerritsen zou staan, merkte dat de tien miljoen gulden van het ministerie niet langer `geoormerkt' was maar in de grote pot van de letterenfaculteiten verdween, besloot zij dat een terugblik onder deze omstandigheden geen zin meer had. Nieuwe noodsignalen, zoals het opheffen van Hittitisch in Amsterdam, brachten de KNAW ertoe alsnog een commissie in te stellen, nu om na te gaan hoe het verder moest met de kleine letteren.

Elf jaar na Staal blijkt de situatie alleen maar verslechterd. Gerritsen: ``De neerwaartse trend in de studentenaantallen zet door, en de letterenfaculteiten moeten flink bezuinigen. Men pleegt dwangmatig te verzeilen in de Bermuda-driehoek instroom-rendement-voorzieningen, wat een kunstmatige constructie is. De afnemende belangstelling voor taal- en cultuurstudies en het lage rendement zijn dan een probleem. Het imago van de letterenstudies moet beter. Nu overheerst het beeld van de kamergeleerde. Niets ten kwade over communicatiewetenschappen of Europese studies, maar dat moet niet ten koste gaan van wat Nederland aan zijn culturele status verplicht is. De Nederlandse sinologie, japanologie, indologie, egyptologie, indonesianistiek, arabistiek en keltologie kunnen bogen op een indrukwekkende wetenschappelijke traditie en Nederland bezit op deze gebieden een rijkdom aan kostbare collecties handschriften, gedrukte werken en archivalia. En expertise op het gebied van vreemde culturen, moderne ontwikkelingen incluis, is ook een economisch belang. Kleine letteren zijn onze vensters op een groot deel van de wereld.''

In het Convenant Letteren 2000+, dat de gezamenlijke letterenfaculteiten vorig jaar september overeenkwamen, staat dan ook dat aan een `verdere rationalisering van het voorzieningenaanbod' niet valt te ontkomen. Doublures zijn ongewenst. De opleiding Fries wordt geconcentreerd in Groningen en Nieuw-Grieks in Amsterdam. Italiaans verdwijnt uit Groningen, Utrecht schrapt Nieuw-Perzisch, de UvA biedt alleen nog Arabisch aan in de bachelorsfase en heft de voorziening Fins op, en de VU stoot semitische talen en culturen af. Ook hebben de universiteiten afgesproken op masterniveau te gaan samenwerken. In het geval van Scandinavisch maar ook bij andere unica (studies die op één universiteit worden aangeboden) strekt dat zich uit tot het buitenland.

Middelhoog-duits

Gerritsen kan zich bij deze plannen ook wel iets voorstellen. ``Wetenschappelijke kwaliteit zit hem ook in de breedte van het aanbod aan specialisaties. Als er iemand voor Middelhoog-Duits in Nijmegen zit, en de studentenaantallen zijn gering, dan hoeft een naburige universiteit dat niet ook in huis te hebben. Je zou de masteropleiding Duits over de universiteiten kunnen verdelen, zodat de student moet reizen voor een volledig aanbod. Maar als de studentenaantallen blijven dalen, dan kun je op een gegeven moment niet ontkomen aan opheffing. Zelfs unica ontsnappen daar niet aan.'' Niettemin: het kordon van Staal moet in stand blijven, vindt Gerritsen. ``De Colleges van Bestuur moeten het convenantsgeld uit Zoetermeer weer als geoormerkt gaan beschouwen. Wel moet er als gezegd een beoordeling komen. Als opheffing dreigt, dient de minister het laatst woord te hebben, en die moet zich dan weer laten adviseren door een internationaal en gezaghebbend orgaan waarin vooraanstaande wetenschappers zitting hebben.''

De financiële positie van de kleine letteren is per universiteit anders. In Leiden, dat verreweg de grootste concentratie aan zulke opleidingen in huis heeft, is de gescheiden financiering tussen de `westerse' en `niet-westerse' opleidingen door het College van Bestuur verlaten. Jarich Oosten, hoogleraar religieuze antropologie en directeur van de onderzoeksschool voor Aziatische, Afrikaanse en Amerindische Studies, betreurt dat zeer. ``Voor je het weet komen opleidingen of keuzevakken ter discussie te staan omdat er toevallig plekken openvallen.'' In Utrecht lijkt het tij ten goede te keren. Twee jaar geleden kondigde daar de faculteit letteren nog aan de leerstoel Keltisch weg te bezuinigen. Uit alle hoeken van de wereld kwamen verontwaardigde reacties. `Verbijsterend', zei Tomás Ó Cathasaigh, op Harvard hoogleraar Iers. ``Men heeft zich alle kritiek aangetrokken'', zegt mr. A.J. Middelberg, directeur van de letterenfaculteit. ``Keltisch, zo had men te weinig beseft, is ook van belang voor Engels, geschiedenis en mediaevistiek. Dus heeft het College van Bestuur besloten de Utrechtse armlastige letteren, bovenop de 380.000 euro Staalgelden uit Zoetermeer, 450.000 euro extra toe te stoppen bij wijze van aanvullende financiering.''

Gerritsen juicht dit Utrechtse initiatief zeer toe. ``Het mooiste concrete resultaat van Venster op de wereld zou zijn dat de andere Colleges van Bestuur het idee overnemen.''