Amerika is geen politieman maar een pitbull

De Atlantische kloof wordt steeds breder. De Europeanen weigeren de onderlinge gelederen te sluiten en missen een wereldwijde visie. Maar de Verenigde Staten op hun beurt gaan op basis van een enkelvoudig wereldbeeld autonoom hun eigen weg, zonder rekening te houden met anderen. Rob de Wijk vindt het daarom hoog tijd dat ook de Amerikanen de hand in eigen boezem steken.

Amerika gedraagt zich niet als de politieman van de wereld, maar vertoont steeds meer te trekken van een pitbull die af en toe uit zijn hok stormt. Een pitbull is behalve sterk, ook onberekenbaar. De Amerikaanse onberekenbaarheid blijkt uit de groeiende kloof in normen tussen de Verenigde Staten en de bondgenoten. Dat is ernstig omdat niet economische of militaire macht, maar gedeelde normen het fundament van de transatlantische relatie zijn.

Deze groeiende Atlantische kloof blijkt uit de steeds heviger wordende Europese reacties op de eenzijdige stappen van de VS, zoals het niet willen ratificeren en het opzeggen van wapenbeheersingsverdragen (kernstopakkoord, biologische wapenconventie, ABM-verdrag), milieuverdragen (Kyoto), de weigering tot het Internationale Strafhof toe te treden en de behandeling van Talibaan en Al-Qaeda strijders op Cuba. De VS roepen daardoor het beeld op van een supermacht die autonoom de voorwaarden voor het eigen handelen vaststelt en zich daarbij niets aantrekt van wat algemeen is aanvaard. Dit beeld wordt versterkt door eenzijdige militaire interventies.

Sinds 1998 bevinden we ons in het post-post-Koude-Oorlogstijdperk, omdat in augustus van dat jaar de Amerikanen hun eerste eenzijdige interventie zonder goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad uitvoerden. De aanvallen op doelen in Afghanistan en Soedan waren een reactie op de terreuraanslagen tegen Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam, die door Bin Ladens organisatie zouden zijn uitgevoerd. Daarna volgden meer van dergelijke acties, onder meer tegen Irak, waarbij soms met de Britten werd samengewerkt.

Dit unilaterale gedrag is om twee redenen zorgwekkend. Ten eerste vervreemdt Amerika zich daardoor van zijn bondgenoten. De transatlantische relatie wordt ondermijnd, waardoor samenwerking ter bevordering van vrede en stabiliteit in toenemende mate onmogelijk wordt. Ten tweede is de kracht van de Amerikanen onontbeerlijk om internationale organisaties zoals de VN, de NAVO en de OVSE relevant te houden.

Eenzijdig militair optreden ondermijnt de Verenigde Naties. Binnen de NAVO wordt momenteel op het hoogste niveau openlijk gediscussieerd of deze organisatie nog wel relevant is. Een sluitend antwoord is nog niet gevonden. De NAVO heeft weliswaar eensgezind artikel 5 van het verdrag geactiveerd, waardoor de terreur van 11 september als een aanval tegen alle NAVO-landen werd beschouwd. Maar de NAVO speelt nauwelijks een rol in de strijd tegen het terrorisme. Zelfs de meest geharde transatlantici twijfelen momenteel aan het nut van de NAVO. Van de OVSE wordt steeds minder vernomen, ondanks het feit dat eind vorig jaar afspraken over terreurbestrijding werden aangenomen.

Internationale organisaties zijn aantoonbaar van groot belang voor stabiele en vreedzame verhoudingen tussen landen, zodat het Amerikaanse unilateralisme alleen al om die reden de veiligheid in sommige delen van de wereld in gevaar kan brengen. Zo heeft de NAVO een oorlog tussen Griekenland en Turkije voorkomen. Als organisaties als de NAVO deze pacificerende rol niet meer kunnen spelen, moet het ergste worden gevreesd.

Wie denkt dat het Amerikaanse unilateralisme het veiligheids- en defensiebeleid van de EU de wind in de rug geeft, heeft het mis. Ook dat zit in het slop. Griekenland blokkeert elk constructief voorstel om met Turkije tot overeenstemming te komen om faciliteiten en middelen van de NAVO voor EU-geleide militaire operaties te gebruiken. Bovendien staat factievorming een eensgezind beleid in de strijd tegen het terrorisme in de weg. Traditioneel neutrale landen als Ierland en Zweden willen overal buiten blijven, al lijkt er in het laatste land op dit punt wat te schuiven. De Europese grote mogendheden coördineren tot op zekere hoogte hun beleid, maar houden daarbij loyale kleine landen zoals Nederland buiten de boot. Uiteindelijk kiest het Verenigd Koninkrijk consequent de zijde van de Amerikanen, terwijl Frankrijk en Duitsland gekant zijn tegen uitbreiding van de strijd naar andere landen.

Daarbij komt dat de Britten de rem op de verdere ontwikkeling van het Europese veiligheids- en defensiebeleid hebben gezet omdat er geen beweging zit in de ontwikkeling van Europese defensiecapaciteiten. Er blijkt niet alleen een militair-technologische kloof tussen de Europa en Amerika te bestaan die praktische militaire samenwerking belet. Zelfs de Britten stellen nu dat samenwerking verder zinloos is als de continentale Europanen niet meer aan hun defensie doen.

De belangrijkste testcase voor de Europese Unie is de vraag of ze in staat is tot `backfilling'. De Amerikanen hebben aangekondigd hun troepen uit de Balkan te willen terugtrekken om deze voor de strijd tegen het terrorisme elders in de wereld in te zetten. Maar de landen van de EU hebben onvoldoende militaire capaciteit om deze operatie over te nemen.

De erfenis van de Koude Oorlog, toen elke militaire operatie per definitie door de NAVO, dus Amerika, werd geleid, moet zonder enige twijfel worden gecorrigeerd. De Europeanen valt te verwijten dat dit veel te traag gaat. Dat betekent niet dat ze een wapenwedloop met de Amerikanen moeten aangaan. De landen van de EU moeten echter wel de noodzakelijke aanvullende capaciteiten verwerven om gezamenlijk grootschalige militaire operaties uit te voeren. Op Nederlands initiatief is onlangs een inventarisatie van de gebreken gemaakt. Het wachten is nu op concrete initiatieven. Dat dit hogere defensiebudgetten vereist is duidelijk, maar hierop is weinig zicht.

Het geringe animo om de Europese budgetten te verhogen is ondermeer ingegeven door de typisch Europese kijk op de wereld. Europese leiders zijn vooral gericht op de eigen regio; leiders van een supermacht als de VS zien de gehele wereld als hun speelveld. Europeanen leggen bij conflictbeheersing de nadruk op het wegnemen van de oorzaken van conflicten door diplomatie, samenwerking en hulp, zo nodig via internationale organisaties; de Amerikanen zijn eerder geneigd veranderingen met militaire en economische macht af te dwingen, zonder oog voor het achterliggende probleem te hebben. De commotie rond de State of the Union van president Bush spreekt boekdelen. Hij kondigde de aan `de as van het kwaad' aan te pakken, waaronder Iran. Amerika koos voor de harde aanpak; de EU verklaarde vervolgens haar politieke dialoog met Iran niet te zullen opgeven.

Tot slot hebben de Amerikanen een andere kijk op veiligheidsrisico's. Sinds het begin van de jaren negentig staan grootschalige terreur en de proliferatie van massavernietigingswapens en raketsystemen centraal in de Amerikaanse dreigingscenario's. De bedreiging die types als Bin Laden, `rogue states' en `failed states' opleveren, zijn al tien jaar bekend. Veel Europese leiders hebben deze connecties consequent afgedaan als Amerikaanse pogingen om nieuwe vijanden te vinden en een hoger defensiebudget te rechtvaardigen. Dit blijkt sinds 11 september ten onrechte. Toch blijken veel Europese leiders de aanslagen op Amerika als een nachtmerrie te zien, die geleidelijk vergeten moet worden. Dat is onverstandig en kortzichtig.

Het zou een wonder zijn als nieuwe aanslagen uitbleven. De gebeurtenissen van 11 september passen in een reeks incidenten van oplopend geweld. De strijd met Bin Laden dateert van het begin van de jaren negentig toen de Amerikanen in Somalië het aan de stok kregen met krijgsheer Aideed, die op zijn beurt door Bin Laden werd gesteund. De genoemde aanslagen op de Amerikaanse ambassades en op de USS Cole in de haven van Aden in 2000 werden eveneens met Bin Laden in verband gebracht.

Zorgwekkend is dat terroristen nog maar één trede op de escalatieladder omhoog kunnen, namelijk door massavernietigingswapens in te zetten. Bovendien mag niet worden vergeten dat er niet alleen risico's voor de VS zijn. Tot 11 september vonden alle terreuraanslagen tegen Amerikaanse doelen buiten de VS plaats. Dus ook andere landen worden het slachtoffer van het terrorisme. Bovendien maakt onze betrokkenheid bij de strijd tegen het internationale terrorisme in welke vorm dan ook, ons ook tot doelwit. Alertheid en transatlantische samenwerking blijven daarom van levensbelang.

Zowel Amerika als Europa valt veel te verwijten. Europa mist een visie op basis waarvan politieke eenwording gestalte kan krijgen, Europa krijgt zijn lidstaten niet op één lijn, weet onvoldoende welke rol militaire macht in het Europese veiligheids- en defensiebeleid kan spelen en heeft daarom onvoldoende argumenten voor de verhoging van de defensiebudgetten. De VS gedragen zich als een onverantwoordelijke supermacht die aanvaarde normen aan zijn laars lapt, slechts begaan is met zijn eigen veiligheid en door dit unilateralisme bijdraagt aan de ondermijning van internationale organisaties. Een verantwoordelijke grote mogendheid gebruikt zijn macht om duurzame vrede af te dwingen. Dat vereist ook initiatieven voor multilaterale conflictoplossing.

11 september is een gemiste kans. Maar alle mogelijkheden zijn nog niet verkeken. Gezien de aard van het terrorisme moét het voortwoekerende conflict in het Midden Oosten worden opgelost. Alleen de VS zijn in staat een oplossing af te dwingen, waarbij internationale organisaties een sleutelrol kunnen spelen. Israël en de Palestijnse gebieden zijn rijp voor een hardhandige oplossing. Maar alleen Amerika kan ervoor zorgen dat Jeruzalem tot VN-protectoraat wordt verklaard en dat een internationale troepenmacht gaat toezien op de veiligheid van dit protectoraat en aangrenzende Palestijnse gebieden. Vervolgens kan de EU worden gevraagd te bemiddelen om de Israëliërs en Palestijnen tot een vergelijk te laten komen, zodat zij de zeggenschap over deze gebieden kunnen terugverdienen. Een dergelijke taakverdeling staat los van een economische en militaire kloof.

President Bush moet inzien dat het Amerikaanse unilateralisme niet slechts het gevolg is van deze kloven. Hij manoeuvreert zijn land buiten de orde door zich niets aan bestaande normen gelegen te laten en de Amerikaanse macht slechts ten behoeve van de eigen veiligheid aan te wenden. Dat is precies de reden waarom Samuel Huntington al twee jaar geleden in Foreign Affairs schreef dat de VS zich in de ogen van de buitenwereld in rap tempo tot `rogue superpower', een superschurkenstaat, aan het ontwikkelen waren.

Prof. dr. Rob de Wijk is defensiedeskundige en verbonden aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.