48 uur in Barcelona

Ron Rijghard was 48 uur in het trendy openluchtmuseum Barcelona. Overdag Gaudí op straat, 's avonds dansen in keldergewelven of aan zee.

GAUDÍ

Bewonderen: de bouwwerken van Antoni Gaudí, een sightseeing moetje dat pleziert (want hoe leuk is die Eifeltoren nou helemaal?). De Sagrada Familia (1), eeuwig in aanbouw, is het meest omvangrijke voorbeeld van Gaudí's woekerende fantasie en overrompelende constructietechniek. De geknepen wenteltrappetjes in de torens laten je voelen hoe lang geleden de bouw is begonnen: zo klein waren de mensen toen. Eleganter en toegankelijker is Casa Milà (2), in de volksmond La Pedrera, de steengroeve. Ga vooral naar binnen, op het dak is het nodige te zien. Daar staan stenen slagroomtoeven en dreigende koppen die van schoorstenen krijgers maken. In dezelfde straat, de Passeig de Gràcia, bevindt zich Casa Battló (3): balkonnetjes die op opengesperde haaienbekken lijken en een gevel met gekleurde tegelstukjes, Gaudí's impressie van Moorse kunst. Wie adem over heeft, beklimt de heuvel naar Park Güell (4), waar Gaudí een terras op pilaren heeft ontworpen.

ZONDAGOCHTEND

Tibidabo (5). Een pretpark uit de tijd van het bermtoerisme, magnifiek gelegen op de heuvelrug aan de westzijde van de stad. Niet met de bus gaan. De voorpret start bij de tocht omhoog in een aandoenlijk blauw houten trammetje. Voor de laatste zeer steile kilometer moet je overstappen op een treintje. Bovenop (542 meter hoog) wacht een schitterend uitzicht over de stad, bij helder weer tot aan de Balearen. Op de vijf niveaus van het park kun je ballengooien, rondjes draaien in een vooroorlogs vliegtuig, over een waterbaan roetsjen en in het Automaten Museum. Een grote schrik is het ondergrondse treintje, dat plots naar buiten roetsjt en bungelend aan een rail verder gaat, om de bergtop heen.

NIET DOEN

Het Picasso-museum (6). Het echte Picasso-museum staat in Parijs. De in Málaga geboren Spanjaard woonde en werkte bijna zijn gehele leven in Frankrijk. Dit filiaal vol jeugdige zelfportretten is alleen nuttig om sceptici te tonen dat de jonge Pablo niet bij gebrek aan een virtuoze techniek schots-en-scheve neuzen ging schilderen.

ETEN

Beweer maar eens dé plek te weten in een metropool van deze allure, maar afgelopen najaar opende Polenta (7) in Carrer Ample, een van de vele sfeervolle steegjes in de Barri Gòtic. Zo hip krijg je het niet in Amsterdam. Slechts drie kwartier wachten onder de bemoedigende blikken van de patron, die gastvrij de glazen en het bakje pinda's gevuld houdt en dan aanschuiven voor een globemix met Japans-Spaanse inslag. Een klassiek visrestaurant is Siete Puertas (8), met buiten aan de deur een portier in jacquet die de deur voor je openhoudt; ook in de winter, stampvoetend van de kou. En alles tegen eetcaféprijzen – de euro bewijst het.

DRINKEN

Voor elk moment dat niet bruist is er Cava, specialiteit van Catalonië. Elk jaar worden er in de Penedès-regio 130 miljoen flessen gemaakt van deze `Spaanse champagne', die niet onderdoet voor de Franse. Voor een handvol euro's in een emmer aan tafel in de restaurants.

DANSEN

Een plakkaat op de wc-deur probeert oneigenlijk gebruik af te wenden met de waarschuwing: `Een persoon per hokje!' Een meisje aan de bar vraagt of je in de gespannen biceps van haar zwarte vriend wil knijpen. Als vastgesteld is dat ze marmerhard zijn, laat hij zijn met vele biljetten gevulde portemonnee zien: gebarentaal voor `ga je met ons mee?'

Uitgaan is fun in Barcelona en er zijn kroegen en disco's te over voor de young and beautiful. In de keldergewelven van Jamboree (9), op de Placa Reial, deint zwart en blank op luie r&b- en hiphoptunes. Relaxte sfeer, prettige ambiance. Nieuw, dus trendy, is Moog (10), waar techno en hardhouse wordt gedraaid. Voor de wannabe's is er de vergane glorie van het eens ultracoole Otto Zutz (11). Dé toeristenfuik zijn de zomers zo aanlokkelijke openluchtvloertjes van Maremagnum (12), het uitgaanscentrum aan zee.

VOETBAL

Stiekem de goudkleurige bal op het houten clubschild aanraken dat dienst deed bij de oprichting van FC Barcelona in 1899. Leuker kan een museum niet worden. Kaarten krijgen voor een wedstrijd van FC Barcelona is bij een stedentripje ondoenlijk, maar het museum (13) in Nou Camp (Avinguda Arístides Maillol) is ideaal surrogaat. Kasten vol bekers, muren met actie- en elftalfoto's (Cruyff én Neeskens!), schilderijen, wedstrijdposters, vlaggen, oude kranten en allerhande rood-blauw speelgoed (flipperkasten, tafelvoetbal, etcetera). Helaas niets over witte zakdoekjes (voor de socios wat de middelvinger is voor Nederlandse voetbalfans). Bonus is de doorgang tot de tweede ring. Toch nog even in het stadion: dan verschijnt een kappende en draaiende Rivaldo vanzelf op het netvlies.

HOE KOM JE ER?

Barcelona is een van de grote favorieten voor een weekend weg, en dus zijn er legio aanbieders van reizen en vluchten. Basiqair biedt vluchten naar Barcelona vanaf 39 euro. Goedkoop is ook Easy Travel: doordeweeks voor circa 100 euro retour, in het weekend voor 150. Een appartement tussen de Spanjaarden

via www.citysiesta.com.