Tientallen oorlogskunstwerken moeten terug

Vandaag verschijnt het derde deelrapport van het project Herkomst Gezocht over oorlogskunst. Volgens het nieuwe regeringsbeleid komen veel kunstwerken in aanmerking voor teruggave.

Tientallen kunstwerken die na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland werden gerecupereerd en sindsdien in bezit zijn van het rijk, komen volgens het in november door de Tweede Kamer goedgekeurde nieuwe regeringsbeleid in aanmerking om te worden teruggegeven aan de vroegere eigenaren of hun erfgenamen. Dit valt op te maken uit de vandaag verschenen deelrapportage van het project Herkomst Gezocht.

Onder leiding van de commissie Ekkart brengt Herkomst Gezocht de oorlogsgeschiedenis in kaart van alle 4217 gerecupereerde kunstwerken die nog in rijksbezit zijn. De meeste van deze kunstwerken werden tijdens de oorlog vrijwillig aan de Duitsers verkocht en vervielen daarom na de recuperatie aan de Nederlandse staat. Een kleiner deel was door de Duitsers geroofd of onder dwang aan hen verkocht. Als zich voor deze kunstwerken na de oorlog geen eigenaar meldde of als de aanspraken niet bewezen werden geacht, vervielen ze eveneens aan de staat. De regering besloot vorig jaar om nieuwe claims op kunstwerken uit deze categorie alsnog een kans te geven en daarbij minder strikte normen te hanteren dan de Nederlandse overheid na de oorlog deed. Zo worden nu alle kunstverkopen door joden in Nederland van mei 1940 tot de Bevrijding als `onvrijwillig' beschouwd.

Sinds 1 januari worden alle claims voorgelegd aan de onlangs ingestelde restitutiecommissie onder leiding van de jurist J.M. Polak, die de regering zal adviseren over teruggave. Voor zover bekend zijn er nu vijf verzoeken tot teruggave van kunstwerken die de commissie moet behandelen, maar naar verwachting zullen daar nog tientallen bijkomen.

De vandaag verschenen deelrapportage is de derde sinds Herkomst Gezocht in 1998 van start ging. Eind dit jaar moet het project zijn afgerond. In totaal zijn nu ongeveer 1600 van de 4217 kunstvoorwerpen op hun oorlogsgeschiedenis onderzocht: 1200 van de 1750 schilderijen en 400 van de meubels en kunstnijverheidsvoorwerpen.

Het nieuwe rapport behandelt de herkomst van 495 schilderijen. Alleen al hiervan blijken zo'n twintig schilderijen in aanmerking te komen voor teruggave. Bij de helft van deze gevallen is de oorlogsgeschiedenis gecompliceerd, maar bij de overige tien lijkt zonneklaar dat het rijk ze moet afstaan. Bijvoorbeeld bij het doek Twee mensen in een interieur van Adriaen van Ostade dat toebehoorde aan de in Auschwitz omgekomen Schoontje Goldsteen uit Amsterdam. Dit schilderij, dat door de Duitsers was geconfisqueerd, kwam na de oorlog in rijksbezit doordat de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK), die belast was met de recuperatie en teruggave van kunstwerken, verzuimde contact op te nemen met Schoontje Goldsteens erfgenaam. Zo zijn er meer voorbeelden waarover geen twijfel kan bestaan. Als voor deze schilderijen nog geen claim is ingediend, zal de Inspectie Cultuurbezit van het ministerie van OCenW op zoek gaan naar de rechthebbenden.

Ook bij de vorige deelrapportage, over de herkomst van 460 schilderijen, kwamen ettelijke gevallen aan het licht waarbij na de oorlog geen recht is gedaan aan beroofde eigenaren of hun erfgenamen. Het grootste deel van de 495 schilderijen die in het nieuwe rapport aan de orde komen is in de oorlog vrijwillig aan de Duitsers verkocht via kunsthandels of veilinghuizen: ongeveer 400. Maar bij ruim 300 van deze schilderijen valt niet meer na te gaan wie ze daar had ingebracht. Het is dan ook niet uitgesloten dat een deel van deze werken afkomstig is van joden die door de omstandigheden genoopt waren hun bezit te verkopen.

Bij 107 van de 495 schilderijen kon de oorlogsgeschiedenis volledig worden getraceerd, bij de overige bleven er lacunes. Van 32 schilderijen is het zeer twijfelachtig of ze in de oorlog wel uit Nederland zijn weggevoerd. Meestal is de herkomst geheel onbekend, maar bij twee doeken leidt het spoor naar Polen, twee andere komen uit Frankrijk en één uit België. Over een eventuele teruggave zal de Inspectie Cultuurbezit overleggen met de betreffende landen. Ook in de vorige rapportages staan schilderijen vermeld die na de oorlog door medewerkers van de SNK uit de Duitse `collecting-points' naar Nederland werden gestuurd hoewel er geen aanwijzing was dat ze hier vandaan kwamen. Naar schatting waren dit er ruim honderd, maar bij de kunstnijverheidsvoorwerpen ligt het aantal hoger.

De onderzoeksresultaten die in de nieuwe rapportage zijn vastgelegd, zijn representatiever dan de vorige schilderijen-rapportages omdat daarin hele collecties met dezelfde herkomst – zoals de collectie Goudstikker – aan de orde kwamen. Door het digitaliseren van diverse archieven konden nu ook voor het eerst herkomstgegevens worden gekoppeld waardoor het in enkele gevallen met een ingewikkelde oorlogsgeschiedenis toch lukte de oorspronkelijke eigenaar te vinden.

De rapportages, met afbeeldingen: www.herkomstgezocht.nl

Dossier oorlogskunst: www.nrc.nl