Tekenles

Als Heleen iets uitgumt

Houdt zij haar hoofd scheef,

Soms naar links, soms naar rechts,

Als waterplanten in een stroom.

Voorzichtig blaast zij

De gumkruimels weg.

Als Ilse iets uitgumt

Is haar gezicht vertrokken,

Verbetenheid straalt uit haar ogen,

Ze gumt gaten in het papier

Die ze dicht duwt met haar nagel.

Gumkruimels? Die slaat ze er af.

Wanneer Heleen

Een deksel heeft dichtgedraaid

Draai je die zo weer open;

Maar een deksel dichtgedraaid door Ilse,

Geen atleet kan die

Ooit meer loskrijgen.