Poëtica

Vrijwel alle Nederlandse poëziecritici zijn ook zelf dichter, wat betekent dat ze er een eigen poëtica op na houden. Men moet dan als criticus wel sterk in zijn schoenen staan en bovendien over een open geest beschikken om de voor een kritiek op collega-dichters vereiste objectiviteit op te brengen.

Ik heb niet de indruk dat dat bij collega Doorman in zijn bespreking van mijn bundel Van cadmium lekken de bossen (Boeken, 25.01.2002) het geval is. Waarom zouden woorden als `ziel', `natuur' en `liefde' bijvoorbeeld niet meer `kunnen', zoals Doorman regelmatig en ook hier weer beweert? Staan ze niet gewoon in Van Dale? Vormen ze niet een onderdeel van ons begrippenapparaat? Als een dichter zich die beperkingen wil opleggen moet hij dat natuurlijk zelf weten, maar het gaat niet aan dat hij die als criticus aan een andere dichter gebiedt. Irrelevante opmerkingen over de foto's op voor- en achterzijde van mijn boek vallen in dezelfde categorie van subjectiviteit. Maar de kern van zijn kritiek, daar waar alle afkeuring die over mijn werk wordt uitgesproken in naam aan opgehangen wordt, betreft mijn poëtica. Hij verwerpt deze eerst als `haast kinderlijk', om daarna te erkennen dat zij `ontegenzeggelijk grote poëzie (kan) opleveren'. Vervolgens tracht hij te bewijzen dat dat bij mij niet het geval is door het plaatsen van een vooronderstelling: `vorm is niet iets waar in deze gedichten veel aandacht aan lijkt te worden besteed'. En aan deze hypothese knoopt hij dan tenslotte een warrig exposé vast over `binnenrijm' en `verwrongenheid', waaruit in elk geval één ding pijnlijk duidelijk wordt en dat is dat deze dichter zelf geen enkele kennis heeft van wat de wezenlijke poëtische vorm uitmaakt: namelijk de metriek. Rijm en binnenrijm zijn als het ware alleen maar de buitenste schillen van de vorm. Het gedicht ontleent zijn bestaansrecht aan de inwendige structuur van het metrum en als dat goed is, is rijm niet eens meer noodzakelijk.

Ik heb er elders al eens eerder voor gepleit dat ook in de poëzie, net als in andere kunstdisciplines, de kritiek wordt overgenomen door niet-vakgenoten, dat wil zeggen niet-belanghebbenden. Daar zou ik nu opnieuw een lans voor willen breken.

Naschrift Maarten Doorman:

Ik heb van de dichter Elly de Waard menige recensie gelezen, wat ik helemaal niet erg vind. En van mij mag elk woord in een gedicht. Het hangt er maar vanaf hoe het gekleed gaat.