Partijen liggen krom voor spotjes

Steeds meer politieke partijen zetten steeds meer geld in om hun verkiezingscampagnes kracht bij te zetten. Tegelijkertijd verafschuwen ze de door henzelf ingeslagen weg.

Waar of niet, maar het gonsde afgelopen weken in de Haagse wandelgangen van de geruchten over de bulk aan reclamespotjes die Leefbaar Nederland in de weken voor de verkiezingen van aanstaande mei zou hebben ingekocht. Campagneleiders van politieke partijen zeiden off the record dat Leefbaar Nederland in de week voor de verkiezingen zelfs alle beschikbare reclamezendtijd al had opgekocht. Vol is vol, zelfs wie nog wilde, zou geen kans meer hebben om ertussen te komen bij de Ster of haar commerciële tegenvoeter IP.

Ook in de reclamebranche was men er van overtuigd dat Leefbaar Nederland de reclamezendtijd van de landelijke televisiezenders had ingekocht voor een bedrag dat nog nooit in Nederlandse verkiezingscampagnes was voorgekomen. Ster en IP gaven geen krimp: over toekomstige contracten werden geen mededelingen gedaan. En terwijl de speculaties over geheimzinnige financiële stromen richting verkiezingskas van Leefbaar Nederland aanzwelden, groeide de onrust bij de overige partijen: zouden zij straks kansloos weggedrukt worden in het mediageweld?

Gevestigde partijen hadden tot voor kort een `herenakkoord' om de inzet van reclamezendtijd op een sober, bescheiden niveau te houden. De zendtijd voor politieke partijen (zes keer drie minuten gratis zendtijd voor iedereen die in alle kiesdistricten deelneemt aan de verkiezingen), is weliswaar net te krap, maar veel extra zendtijd inkopen is te duur én onwenselijk, zo was de afspraak. Naarmate de geruchtenmachine over Leefbaar Nederlands campagne haar werk deed, gingen de meeste partijen intern overstag. VVD, CDA, PvdA, zelfs GroenLinks kijken in hun campagnekas naar mogelijkheden om meer reclamezendtijd in te kopen.

IP en de Ster ruiken hun kansen. Ze haken in met `voordeelpakketten' waarin maximale bereikbaarheid en vooral scherp concurrerende tarieven werden aangeboden. Toegesneden op de wens van elke partij. Wil GroenLinks minstens zestig procent van de jonge kiezer tussen 18 en 35 jaar bereiken? Wordt verzorgd, belooft de Ster. Wil D66 zichzelf presenteren aan de `zwevende kiezer'? De Ster garandeert een reclamebombardement met de garantie dat het gevraagde percentage ook gehaald wordt. ,,Met na afloop gratis een uitgebreide campagne-evaluatie waarin uw behaalde doelstelling wordt getoond'', luidt de offerte-tekst.

Het CDA zou zich volgens de eigen partijethiek eigenlijk moeten beperken tot de reclameblokken van de publieke omroepen. Maar de Ster is aan de prijs, zo ondervond campagneleider Ries Smit. Van de beschikbare 360.000 euro gaat uiteindelijk een substantieel deel naar IP van de commerciëlen. Niet alleen vanwege concurrerende tarieven overigens. De partijstrategen kwamen er tot hun eigen verbazing achter dat de zwevende kiezer die eventueel op het CDA gaat stemmen op 15 mei voornamelijk `commercieel' kijkt.

Opmerkelijk is dat een aantal partijen openlijk toegeeft niet zo veel te verwachten van de landelijke televisiereclames. De ChristenUnie, die voor 110.000 euro aan spots en advertenties wil plaatsen, kiest bijvoorbeeld niet voor landelijk, maar zet volledig in op regionale zenders. Ook PvdA-campagneman Jacques Monasch zegt ,,weinig te zien in landelijke spots''. Toch ontkomt de PvdA er niet aan, erkent hij. ,,Maar we besteden er eerder minder dan meer geld aan.''

De gevestigde politieke orde realiseert zich blijkbaar dat een openlijke strijd om de kiezer op de buis een verkeerd signaal is. De laatste jaren mag de campagnekas dan steeds meer gevuld zijn, van een Amerikaanse campagne moeten de keurig nette polderpartijen niets hebben. De vrees dat Leefbaar wel hard en ongenuanceerd gaat uithalen (VVD-voorzitter Eenhoorn verwacht zelfs een ,,smerige campagne'') zit er goed in. Tijd om dat nog te voorkomen lijkt er zo kort voor de verkiezingen niet te zijn.

Gisteren deed PvdA-voorzitter Koole middels een oproep in deze krant toch nog een poging. Hij pleit voor een beperking van commercieel ingekochte campagnezendtijd op tv en wil nog vóór de verkiezingen een debat over de openbaarheid van partijfinanciering. Koole stelt dat de Nederlandse regelgeving op het gebied van partijfinanciering te slap is. Ook hier is de wens tot aanpassing weer ingegeven door Leefbaar, en deels door de fundraising diners en stichtingen waar de VVD zich van bedient. Het is, tot onvrede van politiek Den Haag, tot nu toe onmogelijk gebleken de geldstromen van Leefbaar Nederland in kaart te brengen, omdat de partij, geheel legaal overigens, haar geld via de Stichting Vrienden van Leefbaar Nederland laat lopen. Dat zorgt voor onrust, zeker omdat voormalig lijsttrekker Fortuyn al maanden terug met veel bravoure liet weten 8 miljoen gulden ter beschikking te hebben. Oncontroleerbaar, maar als het voor de helft waar zou zijn, heeft Leefbaar alsnog de grootste campagnekas van allemaal. En Fortuyn zelf, inmiddels weer in de race met de Lijst Pim Fortuyn, zou ook nog wel eens voor een financiële verrassing kunnen zorgen.

Ironisch genoeg zit de aanstichter van deze commerciële mediahype, Leefbaar Nederland, wat het reclamebudget betreft inmiddels met de handen in het haar. Het is volstrekt onduidelijk of en hoeveel geldschieters er na het vertrek van Fortuyn nog zijn. Zeker is wel dat de eerste financiers, waaronder Harrie Mens, inmiddels gestort geld via de rechter terug eisen.