Overdrevenmannelijk

Andrew WK is een gitaarmaniak met een bloedneus. Hij staat volop in de belangstelling, zijn muziek is loeihard en lijkt merkwaardig eenvoudig.

,,Ik zeg Nee! NEE! tegen mijn angsten, en tegen mijn obsessies. Dit is MIJN tijd. Die ga ik niet aan jullie verspillen.'' Andrew WK buldert door de telefoon: ,,Ik wil zelf de controle over mijn leven hebben. Dat kan ik het best in de studio. Daar maak ik de hardste en wildste muziek die iemand maar kan bedenken. Want ik lééf.'' De Wilde Man van de hedendaagse rock'n'roll heeft gesproken.

Na een halve eeuw popcultuur hebben popmuzikanten het plafond van de absurditeit nog steeds niet bereikt. Sinds ooit een heupdraaiende vetkuif voor een genotsdelirium zorgde, heeft de podiumperformance zich in verschillende richtingen ontwikkeld: van de strak gechoreografeerde beheersing bij grote sterren, tot de bestudeerde nonchalance van rappers, en de spookhuisacts van artiesten als Marilyn Manson en Slipknot. En nu heeft de popmuziek weer iets nieuws voor ons in petto: een gitaarmaniak met een bloedneus. Ofwel een drieëntwintigjarige brave jongen uit Detroit, Michigan die pas het gevoel krijgt dat hij leeft als hij zo hard heen en weer kan springen en rollen over het podium dat het bloed over zijn gezicht loopt. Dames en Heren, hier is Andrew WK.

Andrew WK's carrière beleefde de afgelopen maanden de snelste start in de geschiedenis van de Amerikaanse alternatieve muziekscene. Zelfs Nirvana had er twee lp's voor nodig om door te dringen tot het grote publiek; Andrew WK stond na één single al volop in de aandacht. Niet in de laatste plaats dankzij de geruchten over de uitzinnige live-optredens en zijn larger than life-persoonlijkheid. Alleen al zijn naam sprak tot de verbeelding. Wie was die WK? Bestond hij wel echt – of was hij slechts een visioen van gretige journalisten en platenmaatschappij-officials?

En toen verscheen eindelijk zijn debuut-cd, I Get Wet. Daarop blijkt dat Andrew WK de popmuziek heeft samengevat tot zijn oervorm van drie akkoorden en slogan-achtige teksten. Alsof we worden teruggeworpen naar het Neanderthaler-tijdperk, zo beukend, simpel en effectief klinken zijn `anthems'. Want dat zijn het; meeschreeuwnummers die je het liefst zou ondergaan in een Madison Square Garden gevuld met holbewoners. Wat zouden hun haren lekker zwieren en hun berenvellen dampen! Ook de teksten konden ze moeiteloos begrijpen, want Andrews onderwerpen zijn van alle tijden, getuige titels als Party Til You Puke, Party Hard en It's Time To Party.

Feestbeest

Hiermee geeft Andrew WK een nieuwe betekenis aan de verheerlijking van de mens als feestbeest. Voor Andrew WK draait `het feest' – in de brede betekenis van alles wat zintuigelijk genot oplevert om vocht, laat hij in interviews weten. En dan niet alleen bier, maar ook lichaamseigen vloeistoffen zoals zaad, bloed, braaksel, zweet en vrouwensappen. I Get Wet is daarom de ultieme strijdkreet voor WK en zijn mede-feestgangers. Fight For Your Right To Party zongen de Beastie Boys vijftien jaar geleden. Dat recht is inmiddels ruimschoots verleend. Andrew WK hoeft zich alleen nog bezig te houden met de hedonistische invulling.

Op dit moment houdt hij een zegetocht door Europa. Morgen is Andrew in Nederland voor een optreden in de Melkweg in Amsterdam. Het is inmiddels duidelijk dat `WK' al sinds de lagere school zijn bijnaam is, en dat hij die letters tegenwoordigt uitlegt als acroniem van `White Killer', een zekere Amerikaanse seriemoordenaar. Ook is bekend dat Andrew WK dan wel de podiumact heeft van een wildeman, maar de omgangsvormen van een welzijnswerker. Hij is positief, warm en beleefd. Ook aan de telefoon, zoals toen hij onlangs belde uit zijn huidige woonplaats Florida. Als muzikant komt Andrew WK niet volledig uit het niets, blijkt.

,,Ik had al in heel wat bands gespeeld, vooral punk en metalgroepen'', zegt WK, op een volume alsof hij een motorrace moet overstemmmen. ,,Dat was toen ik nog in Detroit woonde. Daarna ben ik verhuisd naar New York. In New York ben ik voor het eerst mijn eigen muziek gaan maken.'' WK woonde in The Bronx en verdiende zijn geld met de verkoop van kauwgomballenmachines. Zijn inkomsten besteedde hij aan studiotijd. ,,Zo ontstond de eerste versie van wat later I Get Wet zou worden. Maar ik ontdekte al snel dat ik een band nodig had om live het geluid en effect te bereiken dat ik in mijn hoofd had. Ik kan het niet in mijn eentje. Want waarom zou je maar één gitaar gebruiken als je er ook drie kunt nemen?''

Voor het zover was, maakte Andrew WK enkele solo-shows, begeleid door een voorbespeelde tape. Vooral een optreden op een kunstfestival in België staat hem nog levendig voor de geest. ,,Iedereen vond me gestoord, want ik overschreeuwde de tape en gedroeg me alsof ik voor een grote zaal stond, in plaats van op een openlucht-podiumpje voor een handvol mensen die dachten dat ze een rustige performance te zien zouden krijgen.'' Op de begeleidingstape stonden geen gitaren, maar synthesizers. ,,Gitaren mogen alleen maar echt zijn'', zegt hij.

Puzzelen

Na zijn solo-optredens vormde WK eindelijk een band, met inderdaad drie gitaristen, een drummer en een bassist. Maar de opnamen van I Get Wet deed hij grotendeels in zijn eentje, in de studio. Hij liet zijn muzikanten hun partijen opnemen, en puzzelde net zo lang met de verschillende elementen tot hij de instrumentaties rond had. Waar de gemiddelde muzikant aan 48 opname-sporen genoeg heeft, gebruikte WK er vaak meer dan negentig. Die benutte hij vooral voor gitaren. Want al begon Andrew op zijn zevende met klassieke pianolessen, de gitaar is WK's grote liefde: die voert de boventoon op I Get Wet.

De manier waarop Andrew WK die gitaren heeft gebruikt, is bovendien zijn belangrijkste kenmerk. Zij geven de simpele liedjes hun stootkracht; de melodieën mogen in de verte doen denken aan die van Status Quo, ze klìnken alsof er tien Status Quo's tegelijk staan te spelen. Het geheim zit hem in die negentig sporen, zegt WK, en juist in de nuance van de instrumentaties. ,,Je kunt niet je geluid `groot' en `breed' maken door gewoon heel vaak hetzelfde naast elkaar te zetten. Want als je op bijvoorbeeld twintig sporen dezelfde partij opneemt, drukken ze elkaar weg. Dan klinkt het geknepen in plaats van breed. Ik leerde in de studio dat je veel gitaarpartijen met minimale onderlinge verschillen moet opnemen: op die manier vergroten ze elkaar.''

Tapes van Andrew WK's liedjes begonnen te circuleren onder vrienden en andere muzikanten. Toen Dave Grohl (vroeger van Nirvana, nu zanger van Foo Fighters) een jaar geleden de eerste opnamen hoorde, vroeg hij WK als voorprogramma tijdens een tournee. Zijn optredens, waar WK steevast in witte Levi's en wit T-shirt over het podium raast, werden al snel populair. De afgelopen najaar verschenen eerste single Party Hard werd meteen een hit in Engeland. Toen de video begon te circuleren waarop WK live te zien is tegen een achtergrond van een foto van hemzelf met bloedneus, waren de reacties ongelovig. Is dit een parodie op de door testosteron gedreven metal-scene van Limp Bizkit en Korn? Die extreme impact van de muziek, die overdreven mannelijkheid, een bloedneus als erotisch handelsmerk: is dat wel serieus?

Ook de hoes van zijn inmiddels in Nederland uitgebrachte cd toont de bloedneus. De foto was oorspronkelijk een kunstwerk van Andrews vriend, de New Yorkse kunstenaar Roe Ethridge. Intussen heeft de hoes voor controverse gezorgd; in Amerika is hij verboden en WK zag zich genoodzaakt te verklaren dat het beeld geen verwijzing is naar overmatig cocaïnegebruik. Voor hemzelf was deze toelichting overbodig; in Andrew WK's universum komt cocaïne niet voor. WK heeft genoeg aan de adrenaline die angst en woede in hem oproepen.

En een parodie is hij ook niet, zegt WK zelf. Hij is juist extreem serieus over zijn muziek. Het zijn foto's als die van Ethridge, en computerspelletjes (op internet staat een spel waarbij je WK zoveel mogelijk bloedneuzen moet slaan) die de aandacht van zijn oprechte bedoelingen afleiden. De persoon Andrew WK is minder eenduidig dan hij lijkt. Hij is net als zijn muziek ook daar was de eenvoud maar schijn.

Andrew WK, I Get Wet, Universal Music (586 588-2). Optreden: 16 feb. in de Melkweg, Amsterdam.

Waarom zou je één gitaar gebruiken als drie ook kan?