Het verschil tussen feitelijk en structureel

Niet te opzichtig juichen, maar de overheidsbegroting van Nederland is volgend jaar structureel vrijwel in balans. De OESO, de club van rijke industrielanden, voorspelt dat het Nederlandse structurele begrotingstekort 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt in 2014. Dat is bijna nul.

Het trefwoord is hier ‘structureel’, waarbij het begrotingstekort wordt gecorrigeerd voor de economische conjunctuur. Feitelijk is het begrotingstekort in 2014 volgens de OESO 2,5 procent van het bbp. Dit cijfer, uit december, is iets achterhaald, want het zal hoger uitvallen. Maar ook bij een wat groter feitelijk tekort tendeert het structurele tekort nog steeds richting de nul.

Het verschil tussen structureel en feitelijk ligt in de conjunctuur zelf. Als de economie lang ondermaats groeit, dan ontstaat een output gap. Dat is het verschil tussen hoe groot het bbp feitelijk is en hoe groot het had kunnen zijn als het gewoon was doorgegroeid en zijn potentie dus had vervuld. Die ‘potentiële groei’ is volgens de OESO iets boven de 1 procent. Dat is nogal bescheiden en dus best alarmerend. Want is dat alles wat de Nederlandse economie normaal kan presteren? Als je hard op de rem trapt en niet investeert wel.

De door de crisis opgelopen output gap is fenomenaal: het gat bedraagt dit jaar 3,8 procent en volgend jaar 3,7 procent. Dit enorme gat verklaart het grote verschil tussen het feitelijke begrotingstekort en het structurele begrotingstekort. Het eerste komt dit jaar boven de 3 procent uit en volgend jaar misschien ook nog wel. Het structurele tekort nadert door de forse output gap intussen al de nul.

Dat laatste geeft aan dat een opleving van de economische groei de begroting relatief snel zou doen verbeteren. En daar komt de voortwoedende discussie weer terug: moet je het al dan niet rustig aan doen met bezuinigen om de economie de kans te geven zelf op te krabbelen? En wordt zulk beleid in het licht van de fenomenale output gap niet effectiever dan het blijven drukken van de economische groei met nieuwe begrotingsingrepen? Die strijd woedt voort, maar vrijwel iedereen in de economenwereld is het er intussen wel over eens dat opnieuw ingrijpen in 2013 buitengewoon onverstandig is.

Nu kun je proberen Brussel ervan te overtuigen dat jij, anders dan de Grieken, wél een uitzondering mag zijn op de Europese begrotingsregels. Dat opent een doos van Pandora, waar meteen de Fransen, en wie weet wie nog meer, uitvliegen. Het is wel principieel: we halen het niet dit jaar, laten we erover praten.

Je kunt ook pragmatisch zijn: minister Dijsselbloem van Financiën kwam vorige week met de vervroegde uitkering van het havenbedrijf aan de staat (0,3 miljard) en een verhoogde dividenduitkering van De Nederlandsche Bank (0,8 miljard). Dat zijn opzichtige manieren om kunstmatig te voldoen aan de Europese norm van 3 procent zonder dat de minister, voorzitter van de eurogroep, opnieuw met bezuinigingen moet ingrijpen.

Het op deze manier innen van cash vandaag in ruil voor risico’s morgen is niet prudent. Maar wat als je met een misplaatste truc kunt voorkomen dat je een gevaarlijk beleid moet voeren? Het is een kwestie van principes en van inzicht. Maar de morele hoogvlakte is slechts één gezichtspunt van waaruit je Dijsselbloems actie kunt bezien.

Maarten Schinkel is economisch commentator van nrc.next en NRC Handelsblad. Op deze plek schrijft hij elke dinsdag een column over economie.

    • Maarten Schinkel