OM vraagt hulp Portugal

Het Openbaar Ministerie in Leeuwarden heeft een rechtshulpverzoek ingediend bij de Portugese justitie om een Portugees op te sporen die als getuige wordt gezocht in de Puttense moordzaak.

Dit bevestigt advocaat-generaal R. van de Velde van het Leeuwarder Gerechtshof desgevraagd. De man zal worden gevraagd vrijwillig DNA af te staan. De Portugees zou de avond voorafgaand aan de moord op de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius met haar zijn uitgeweest. De man is nooit gehoord en verdween na de moord naar Ierland. Hij zou nu in Portugal verblijven. Ambrosius werd op 9 januari 1994 verkracht en vermoord in het boshuisje van haar oma in Putten. De twee verdachten Herman Du Bois en Wilco Viets werden hiervoor in 1995 door het Arnhemse gerechtshof veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Ze kwamen vorig jaar op vrije voeten. De Hoge Raad wees vorig jaar een herzieningsverzoek toe en verwees de zaak door naar het gerechtshof in Leeuwarden. Dat hoort deze en volgende week ruim dertig getuigen en deskundigen, onder wie de toenmalige verbalisanten. Vanmorgen werd politieinspecteur A.M. Baars gehoord, die destijds de dagelijkse leiding had bij het onderzoek. Hij verklaarde er toen en nu van overtuigd te zijn dat Viets en Du Bois de daders zijn. Hij noemde enkele details die de vier verdachten – ook de schoonvader van Du Bois Gerrit Schuchard en Willem Bettink werden gehoord – onafhankelijk van elkaar hadden verklaard tijdens de verhoren. Zo noemden ze allen een boomstronk waarover Du Bois of Viets bij het huisje zou zijn gestruikeld en het fietsspoor op de aangeharkte dam.

Advocaat G.J. Knoops vond het vreemd dat Baars het opsporingsonderzoek op 7 juni 1994 had afgesloten terwijl er nog onderzoeken liepen. ,,Op 23 juni van dat jaar staat in het technisch proces-verbaal dat er `nog één iemand overblijft, een Spanjaard, die naar Ierland is vertrokken en met wie Christel die zaterdagavond is uitgeweest''. Baars verklaarde dat het onderzoek werd afgesloten omdat Schuchard en Bettink onafhankelijk van elkaar hadden verklaard dat zij ooggetuigen waren geweest van de verkrachting van het slachtoffer door Du Bois en Viets, toen ze door een raampje van het boshuisje keken. Hij ontkende, net als de overige rechercheurs deze week, dat de verdachten onder druk waren gezet om te bekennen.