Nationale Ballet danst Andriessen

Je kijkt ernaar en denkt: wat zullen ze zich ongemakkelijk voelen, de ijzersterke klassieke dansers van het Nationale Ballet en de genadeloos hoekige en aardse choreografe Krisztina de Châtel. Ze werken samen in de choreografie Slag op de bombastische compositie De Materie van Louis Andriessen. De noeste armzwaaien en zware benen van De Châtel vervreemden tot iets lieflijks en lyrisch in de interpretatie van de 22 dansers. Samen spreken de moderne en de klassieke dans een onbegrepen Esperanto.

De Châtel vertaalde de gelaagdheid van De Materie in een geometrische choreografie, waarin een groep zich caleidoscopisch door de ruimte beweegt. De Châtel grijpt daarbij terug op het minimalisme dat haar in de jaren tachtig beroemd maakte, en ook nu is het voor de dansers tellen en herhalen geblazen. De strakke vormen worden één keer onderbroken door vijf danseressen die in het decor van een beweegbare spoorbrug staan te tappen op hun spitzen, alsof William Forsythe het klassieke ballet herdefiniëert. Prachtig. Maar de massa onder hen beweegt zo onsynchroon dat de formaties bijna pijnlijk worden. Het leidt de aandacht van de choreografie af, terwijl die juist strak had moeten worden uitgevoerd. Je voelt dat het niemands schuld is, maar dit huwelijk tussen modern en klassiek is volkomen mislukt.

Dat het niet per se aan het verschil tussen moderne en klassieke dans ligt, bewijst de reprise van Hans van Manens Symphonieën der Nederlanden op de gelijknamige muziek van Louis Andriessen. Van Manen is ook een modern choreograaf, maar wel iemand van de lyrische lange lijnen en de academische spitzen, en als hier ìets opvalt is het de perfectie waarmee de dansers synchroon dansen. Tot op de centimeter precies marcheren ze door de ruimte. Ze voelen zich duidelijk thuis in dit idioom.

Krysztof Pastor, ex-danser van het Nationale Ballet, liet alle bombarie links liggen en koos in Tao voor het ingetogen The Memory of Roses, dat Andriessen voor de Japanse pianiste Tomoko Mukaiyama componeerde. Ze speelt live op het toneel, haar handen en ogen worden gefilmd en in de schemerbelichting spelen tien dansers in vijf duetten een delicaat lijnenspel. Pastor beheerst het vak van de verspringingen als geen ander, en zijn westerse lyriek sluit naadloos aan op de oosterse sfeer van de muziek.

Dat dood en vergankelijkheid rondwaren, is des te duidelijker wanneer danseres Rüta Jezerskyte in een rode tutu opkomt. Jezerskyte is spectaculair mooi en subtiel in haar doodsverachting, ze tart de dood met aardse humor en klassieke lyriek. Het is een jonge zwaan die met vallen en opstaan leert leven. Tao is een ballet van het contemplatieve soort, een tikje zoet misschien maar wel zeer aangenaam.

Nationale Ballet: Andriessen-programma. Gezien: 14/2 Muziektheater, Amsterdam. T/m 6/3. Inl: (020) 6255455 of www.muziektheater.nl