Moordscène in seksclub Esther overgedaan

Wie loste in de nacht van 19 op 20 februari 2000 de fatale schoten in seksclub Esther? In de justitiebunker in Osdorp werd gisteren een reconstructie getoond.

Aan het slot van de derde zittingsdag in hoger beroep greep verdachte M. van de P. (37) zijn laatste kans. De tanige man in loshangend ruitjeshemd, vorig jaar door de Haarlemse rechtbank veroordeeld tot levenslang voor zijn aandeel in de viervoudige moord in seksclub Esther, plaatste een kanttekening bij zijn indrukwekkende strafblad. De twee verkrachtingszaken waarvoor hij eerder was veroordeeld, berustten op ,,je reinste kolder'' van wraakzuchtige vriendinnen. Met een van hen was hij nota bene later getrouwd. ,,Nadat ik vrijkwam, heb ik gestolen, bedrijven leeggetrokken...'', bekende Van de P. met ingehouden woede. ,,Het is niet goed, maar ik moest toch eten. Iets anders kan ik niet. Bij voetbalwedstrijden was ik ook geen lieverdje. Maar verkrachting... Mijn moeder is verkracht, door een vreemde. Ik háát verkrachting.''

,,Hoe brengt u uw dagen door?'', vroeg Hof-voorzitter Splinter-Van Kan empathisch. Reiniger worden in het huis van bewaring in Almere wilde Van de P. niet, uit angst voor aanslagen. De voormalige F-side-hooligan is ook binnen de gevangenismuren zijn leven niet zeker. De Hells Angels, waarvan twee van zijn slachtoffers lid waren, volgen de zaak op de voet. Van de P. weet zich, al komt hij ooit vrij, voor het leven veroordeeld: ,,Ik heb niets meer te verliezen. Ik heb geen toekomst meer. Maar ik kan moeilijk zelfmoord plegen.'' ,,Dat kost de maatschappij een stuk minder'', klonk het honend uit het publiek.

Eerder die dag keken tientallen nabestaanden en belangstellenden in de beveiligde `bunker' van het Amsterdamse gerechtshof naar een deel van de reconstructie van de moord. Daartoe was de Haarlemse seksclub in een loods nauwgezet nagebouwd, inclusief rode stoffering, drankrekken en muziek van de popgroep REM. Voor de videocamera en met behulp van figuranten bootste Van de P. de gewelddadigheden na, zoals die zich volgens zijn lezing in de nacht van 19 op 20 februari 2000 voltrokken. In de benauwde bar van de club demonstreerde hij met een denkbeeldig pistool zijn schoten op twee agressieve amokmakers en hun twee uit peeskamertjes op het rumoer afgekomen stapvrienden. Hij deed het in slow motion, en met zijn eigen uitleg; in werkelijkheid namen de moorden luttele minuten in beslag.

De voor dezelfde moordpartij tot tien jaar cel en tbs veroordeelde J.L. (37) was in de reconstructie niet te zien. L., alias `Popeye', was sinds kort portier van de club. De eerder voor vele jaren wegens geweldsdelicten veroordeelde L. was kortgeleden uit de gevangenis ontslagen. Hij loste een belangrijk aantal van de veertien schoten die de vier bezoekers noodlottig werden. Prostituees, die vanuit hun kamertjes het slagveld later betraden, zagen L. aan voor de schutter die `als een gek' om zich heen had geschoten.

Wie precies voor welke kogels verantwoordelijk was, is nog altijd niet duidelijk. De verdediging van Van de P. tracht met de reconstructie en het horen van getuigen-deskundigen aannemelijk te maken dat niet Van de P. maar L. de schutter was van de laatste, fatale `nekschoten'. In het huis van bewaring zou L. iets dergelijks hebben bekend tegen een medegedetineerde, die echter weigerde voor het Hof te verschijnen.

Geruime tijd werd gisteren een forensisch expert door Van de P's advocaten geconfronteerd met foto's van bloedsporen, een kettinkje van een van de slachtoffers en een half onder de lichamen verscholen stofzuiger met de stekker in het stopcontact. De raadslieden vonden dat de technische recherche nogal wat steken had laten vallen. De stofzuigerzak was niet onderzocht, terwijl de verdachten de bar na de moorden juist grondig hadden schoongemaakt.

De volgende en laatste zitting is op 28 februari. Dan zullen Van de P.'s advocaten bepleiten dat hun cliënt uit noodweer handelde.