`Kenneth Lay misleid door eigen subtop'

Kenneth Lay, de oprichter en ex-topman van de bankroete energiereus Enron, werd `misleid' door zijn eigen subtop met medeweten van de accountants en advocaten van het bedrijf.

Dat is de overtuiging van Sherron Watkins, de vice-president van Enron die vorig jaar zomer al intern waarschuwde voor ernstige problemen. Watkins getuigde gisteren voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.

Leden van het Huis vielen gisteren over elkaar om de moed te prijzen van de vrouw die kort nadat zij vorig jaar ging werken voor de hoogste financiële baas van Enron, Andrew Fastow, doorkreeg dat er iets grondig mis was bij het bedrijf. Zij zocht de feiten uit, verifieerde haar bevindingen bij de accountants en schreef een anonieme brief aan de net van pensioen teruggekeerde Kenneth Lay.

Het enige wat Sherron Watkins niet deed, was naar Fastow of diens directe baas, de dagelijkse topman van Enron, Jeffrey Skilling toestappen. ,,Dat leek me een recept voor ontslag''. Uit haar vier en een half uur durende getuigenis bleek dat Watkins beide mannen onbetrouwbaar acht en aansprakelijk stelt voor de ondergang van wat eens werd gezien als het zevende bedrijf in de Verenigde Staten.

Heeft u de getuigenis van de heer Skilling vorige week voor deze commissie gezien, wilde een der Congresleden weten. Dat had zij. En wat dacht u er van? Ze bleef stil zitten in haar lichtblauwe mantelpakje en sprak een zin uit die zij kennelijk had ingestudeerd: ,,Ik moest denken aan een zin die hij in een interview in het bedrijfsblad had gezegd: `Als je ergens geen touw aan kan vastknopen, geloof het dan niet'''.

Bijna even dodelijk was Watkins' verslag van het gesprek dat zij op 22 augustus 2001 voerde met Lay, nadat zij duidelijk had gemaakt dat de anonieme brief van haar afkomstig was. Zij kreeg de sterke indruk dat hij niet goed begreep wat zij hem vertelde, namelijk dat Fastow en Skilling honderden miljoenen aan verliezen hadden verstopt in financiële constructies die het daglicht niet konden verdragen. Zij hadden dat gedaan om de winst op te blazen en daarmee de koers van het aandeel-Enron kunstmatig hoog te houden. Volgens Skilling was die nog 40 dollar te laag.

Ter verdediging van haar hoogste baas voerde Watkins desondanks aan: ,,Ik geloof nog steeds dat de heer Lay een integer man is. Hij deed geen poging de boodschapper neer te schieten. Hij beloofde een onderzoek in te stellen en vroeg wat hij voor mij persoonlijk kon doen. Ik zei hem dat ik graag wilde worden overgeplaatst naar een andere afdeling dan die van de heer Fastow. Dat is gebeurd.''

Sherron Watkins werkte in een vroeger beroepsleven voor Arthur Andersen, de accountantsfirma die tot de ondergang van Enron de boeken bleef goedkeuren. Hun vak is het hare. Het maakte haar veroordeling van de vroegere collega's des te pijnlijker. De gewraakte constructies konden haars inziens niet tot stand zijn gekomen zonder nauwe samenwerking met de accountants én huisadvocaat Vinson & Elkins.

Haar sobere, deskundige antwoorden werden op één moment gevuld met emotie en verontwaardiging. Dat was toen de speciale premies ter sprake kwamen waar in de laatste fase van Enron een aantal hogere medewerkers werden vastgehouden. Hun vertrek zou de val versnellen. Watkins: ,,Blijfbonussen van soms drie of vier keer het basissalaris, 600.000 dollar, anderhalf miljoen, vijf miljoen – om drie maanden te blijven, dat zijn groteske bedragen. Terwijl 4.000 mensen waren ontslagen die maar 4.000 dollar meekregen. Daar was ik door geschokt.''

Financiële topman Fastow had er volgens Watkins ook niet voor teruggedeinsd gevestigde zakenbanken onder druk te zetten. Hij zou gerenommeerde banken als Crédit Suisse First Boston en Citigroup hebben gedreigd geen opdrachten meer te geven als zij niet wilden deelnemen in een aantal van de dubieuze financiële vehikels. De banken waren daarvoor door de knieën gegaan.

Volgens de `vice president corporate development' wisten zeker tien à twintig hogere functionarissen binnen Enron dat de financiële toestand van de bedrijf lang niet zo rooskleurig was als men Wall Street en de aandeelhouders steeds voorhield. Toen zij de hoogste accountant bij Enron haar bevindingen wilde voorleggen, had deze gezegd: doe maar niet. Gisteren werden deze functionaris en zijn tweede man toevallig ontslagen door Enrons interimmanagement.

Bent u bang geweest, vroeg de commissie? ,,Soms wel'', antwoordde Sherron Watkins, moeder, echtgenote en geboren Texaanse. Zij vond de radiostilte van het bedrijf na haar eerste alarmsignalen beangstigend. Represailles verwachtte zij vooral van Fastow, die naar zij aannam midden vorig jaar zijn baan verloor door haar toedoen. Er gebeurde niets naars. De commissie verzocht haar het direct te melden wanneer het bedrijf, waar zij nog steeds werkt, haar in de toekomst wil ontslaan of anderszins straffen voor haar eerlijkheid. Sherron Watkins zegde dat met een klein stemmetje toe.

In een andere hoorzitting in het Congres verscheen Paul Volcker, oud-president van de Federal Reserve Board en nu door Andersen ingeroepen om de interne schoonmaking van de accountant te begeleiden. Hij moest beamen dat de organisatie voor internationale accountants-standaards, die hij leidt, vorig jaar aan Enron had gevraagd om vijf donaties van 100.000 dollar. ,,Zij krijgen daar niets voor terug, behalve misschien betere accountancy-regels'', aldus Volcker.