Ik kon niet eens bij de microfoon

Patricia Paay: ,,We woonden op de Schiedamseweg in Rotterdam-West. Een gezellige buurt. Mijn vader had een eigen Big Band. Na schooltijd zat ik op de stoep te luisteren als hij repeteerde. Toen een keer een zangeres was uitgevallen en er toch gespeeld moest worden zei ik: `Pappa, zal ik een stukje doen?' `Dat is goed, maar je moet morgen wel naar school.' Ik vond het enig! Ik mocht een paar uur zingen. Na afloop zette hij me op de tram naar huis.

Hij had weer nieuwe arrangementen aangenomen: `Doe je mee?' Hij gaf me een boek, Duizend en één songs. `Ga die eerst maar eens leren.' Ik werd een soort wandelende jukebox. De liedjes die in de hitparade stonden en de `standards' zoals `Bye bye Blackbird', die moest je uit je hoofd kunnen zingen. En dan was het van: one, two – spelen!

Willem Duys en Lou van Rees hadden van me gehoord: `Dat moet je zien! Een meisje, een klein ding, maar ze zingt en ze speelt vibrafoon.' Zonder dat ik ervan wist vroegen ze aan mijn vader: `Mogen we jouw dochter beroemd maken?' Ik kreeg een platencontract en dacht: `Ha, nou ga ik echt goeie muziek maken.' Ik was weg van Ella Fitzgerald, The lady of jazz. Mijn ideaal was zo'n zangeres te worden, maar dat wilde de platenmaatschappij helemaal niet! Ze zeiden: `We willen een goeie Nederlandse zangeres van jou maken, net als Anneke Grönloh.'

Bij Phonogram zat een trut van een mens. Zij zou wel even bepalen wie er kon zingen. Ik kom binnen, ze zegt: `Oké, nou eh... zing maar wat.' Ik zeg: `Zing maar wat? Waar is de piano?' `Nee, je moet wat gaan zingen, doe maar een leuk Nederlands liedje.' Ik begon te zingen. Toen ik klaar was zei ze: `Meisje, ik hoor wel wat in jou maar ik zou toch een beetje gaan studeren, want je bent er niet rijp voor.'

De volgende afspraak was bij EMI, diezelfde dag nog. Daar was een `lekkere' gitarist om me te begeleiden en toen ik gezongen had zeiden ze: `We gaan met jou een plaatje maken.' Als allereerste liedje mocht ik een beat song opnemen: Noone can love you like I do en in 1966 werd ik gelanceerd als `het beatzangeresje Patricia'. Maar het plaatje sloeg niet aan. EMI zei: `We willen toch Nederlands. We hebben een leuk liedje. Het heet: Je bent niet hip.' `Moet dat nou?' zei ik. Ik was vrij klein. Ik kon in de studio niet bij de microfoon, dus ik moest op een krukje staan – ze namen niet eens de moeite de microfoon lager te zetten. Ik zei: `Ik zing het een keer door, dan ga ik naar huis. Ik vind er niks aan.' Het stond er zo op. Toen kwam Pierre Kartner binnen: `Leuk liedje is dat! Maar het heeft nog een tikje nodig.' En toen tikte hij met een stokje op een colaflesje er nog wat bij. Dat hoor je ook op het plaatje: `Je bent niet hip (tik) je bent niet knap (tik) je drinkt geen bier maar tomatensap.' Het werd een knaller van een hit. Ik vond het vreselijk. Nachtmerries had ik ervan.

Het regende opdrachten. Ook mijn vader kon de schnabbels niet meer aan. Steeds meer hits volgden. Een eigen tv-show. `Dat kleine meisje uit Rotterdam' zette de trend. Er liepen ineens honderden `Patricia's' rond. Ik kwam ze tegen op straat, in de tram... Weet je wel, die look: zwarte ogen, zware wimpers.

Op een gegeven moment moest er weer een contract met EMI getekend worden, maar ik was klaar met die maatschappij. Ik kreeg betere aanbiedingen. `Weet je wat?' zegt de directeur. `We gaan lekker uit eten. We hebben leuke plannen met je. We zijn één grote familie en ik vind dat je bij ons moet blijven. We gaan dingen doen zoals jij wilt.' Hij had een contract bij zich. En ik teken.

De volgende dag lees ik in de krant dat diezelfde man vertrokken was naar een andere platenmaatschappij. Zijn opdracht was nog even om mij vast te houden! Ik ben met alles wat ik had een proces aangegaan, maar het heeft me alleen maar geld gekost. Ik had getekend. Toen dacht ik: Dit zal me nooit meer overkomen. Ik doe het voortaan alleen maar zoals ik het voel.

`De Starsisters' waren een absoluut hoogtepunt. Drie meiden. Niemand wist dat we het maar met zijn tweeën zongen, mijn zusje en ik. Het derde meisje kwam `gewoon' uit Rotterdam, uit de straat achter mij. Het was allemaal close harmony, heel lastig. Ik had nooit van m'n leven gedacht dat het aan zou slaan. Maar het schoot omhoog! In Spanje, Italië , Frankrijk – overal nummer één.

We vlogen in vliegtuigen van hot naar haar. We zaten in de duurste hotels – overwhelming. Ik zei: `Meiden geniet, want dit maken we nooit meer mee.'

Ik heb zo'n veertig singles en vijfentwintig elpees gemaakt. Van een hoop nummers ken ik de teksten niet eens meer. Ik sta in het boek Who's who in rock'n'roll? Wat moet je daarna nog?

Nadat ik mijn man had leren kennen vroeg hij: `Ga je mee naar Amerika?' En toen zei ik: ja, want leuker dan dit kon het niet worden. Nu kon ik iets geheel nieuws gaan doen.

`La Paay Cosmetics' wordt een succes. Ik maak nog geen grote winst maar ik kan iedereen betalen. Dat Rotterdamse gevoel is nog steeds heel sterk. Ik denk dat het mijn karakter heeft gevormd.''