`Ik bewonder de vindingskracht en het vernuft van James Joyce'

Paul Claes, gelauwerd vertaler en net bekroond voor zijn roman `De kameleon', leest `Ulysses' als cryptogram.

,,Ulysses is niet één boek, het is er twintig tegelijk', zegt Paul Claes. ,,En je kunt niet verwachten dat je die allemaal in een keer begrijpt. Je moet er tijd voor uittrekken en er wat omheen lezen. Dan lukt het wel. Het merkwaardige is, dat de meeste academici die ik ken, tenminste als ze eerlijk zijn, zeggen: ja, ik heb drie hoofdstukken gelezen maar daarna ben ik afgehaakt. Terwijl ik anderzijds eenvoudige mensen ken die er toch nog veel aan hebben, een drukker bijvoorbeeld, die dat boek geduldig doorleest en weet dat hij niet veel begrijpt.'

Paul Claes (1943) is de gelauwerde vertaler van vooral Franse en Engelse literatuur. Hij geeft colleges vertalen aan de universiteit van Leuven, en is ook schrijver: voor de roman De kameleon ontving hij onlangs de ECI-prijs `Schrijvers van Nu', groot € 16.000. In april verschijnt zijn vertaling van Arthur Rimbauds brieven uit 1870-1875. In 1998 kwam al zijn vertaling uit van de gedichten van Rimbaud, deels gefinancierd met het prijzengeld van de Martinus Nijhoffprijs die Claes won in 1996 voor zijn poëzie-vertalingen.

Al sinds de jaren vijftig is Claes gefascineerd door Ulysses van James Joyce. Hij kwam de naam van het boek voor het eerst tegen in een encyclopedie van de wereldliteratuur. ,,Ik was van plan de belangrijkste werken van de wereldliteratuur te lezen, en toen las ik in die encyclopedie iets over het moeilijkste boek van de wereld, Ulysses. Dat intrigeerde me, ik dacht zonder dat ik het boek gezien had: dat zou een fantastisch boek zijn om te vertalen. Gelukkig heb ik dat toen niet gedaan, want ik had dat niet gekund.

,,Het heeft toch nog wel een tijd geduurd voor ik het boek echt in handen kreeg. Het eerste hoofdstuk gaf me een schok van herkenning, hoewel ik er nauwelijks iets van begreep, zoals waarschijnlijk de meesten die het lezen in het Engels. In het eerste hoofdstuk is Stephen Dedalus de hoofdfiguur, en dat is een jonge, nogal pedante man die denkt dat hij de wererldliteratuur gaat vernieuwen. Als beginnende schrijver trekt je dat wel aan, je gaat je daarmee identificeren. Ik was toen begin twintig. Nu zie ik wel dat Joyce die figuur ook parodieerde; hij kan het lang niet allemaal waarmaken. En nu voel ik ook wel wat voor de oudere figuur, Leopold Bloom.

,,Ik heb me er echt doorgeworsteld, zonder vaak gebruik te maken van woordenboeken. Van hele bladzijden begreep ik geen woord, dat kan ook niet anders. Ulysses heeft een geweldig vocabulaire, ik geloof wel 40.000 woorden, dat is meer dan Shakespeare. Joyce heeft ernaar gestreefd het hele vocabulaire van de Engelse taal te bestrijken, woorden die ontleend zijn aan verschillende tijden en sociale niveaus. Dat maakt het soms erg moeilijk te begrijpen wat er staat. Ik heb doorgezet en na die eerste keer was ik er toch van overtuigd dat dit hèt boek was. Ik wist meteen ook dat dit een boek was dat je alleen maar kan herlezen; na de eerste keer begint het pas.'

In 1969 verscheen de Ulysses-vertaling van John Vandenbergh. ,,Ik was eigenlijk teleurgesteld', zegt Claes. ,,Vandenberghs vertaling heb ik nooit uitgelezen. Die was zo stroef, alsof je een zwartwit-reproductie hebt van een schilderij. Vooral het taalspel dat zo boeiend is in het Engels, gaat totaal de mist in. Gelukkig gaf uitgeverij de Bezige Bij ons twintig jaar later de opdracht dat nog eens over te doen. Zeven jaar heb ik er samen met Mon Nys aan gewerkt, het boek kwam uit in 1994. Ik heb de gedeelten waarin Dedalus optreedt voor mijn rekening genomen. Dat zijn de meer allusieve hoofdstukken, die man is een soort wandelende bibliotheek, en daarin herken ik me toch meer.'

Hebben de tientallen jaren van lezen en studeren vooral gediend om Ulysses te kunnen vertalen? ,,Ik heb klassieke studies gedaan en ben ook anglist, dat heeft me wel geholpen. Ulysses is een boek waarvoor je eerst alle andere boeken gelezen moet hebben voor je eraan kunt beginnen. En als vertaler moet je veel meer weten dan de gemiddelde lezer; als lezer kun je wel eens wat overslaan. Maar ik vind het juist prettig om precies uit te zoeken waar alles naar verwijst, het is een soort puzzelen, het boek is een veredeld soort cryptogram. Ik ben zelf ook een verwoed cryptogrammenoplosser.'

Claes heeft Ulysses een `limietboek' genoemd. ,,Maar ook na Ulysses kon het nog verder; Joyce heeft daarna Finnegans Wake gemaakt. Zelf ben ik daar geen fan van, in dat boek is hij over the top gegaan. In Ulysses zitten zoveel aanzetten tot de literaire vernieuwingen in de twintigste eeuw. Er is een hoofdstuk in een heel objectiverende stijl geschreven, en dat is wat bijvoorbeeld de stroming van de nouveau roman heeft voortgezet, veertig jaar later in Frankrijk. Die aanzetten van Ulysses zijn misschien niet eens allemaal uitgewerkt. Het is vooral die vindingskracht van Joyce die ik bewonder, niet zozeer zijn assimileringsvermogen.

,,Vernieuwing is niet alles, hoor. Ook als je niet uit bent op de formele aspecten, dan zit er inhoudelijk nog verschrikkelijk veel interessants in. Joyce had al die stijlen nodig om te doen wat hij wilde, een boek schrijven over alles. Een universeel boek, je zou het een encyclopedie van de clichés kunnen noemen. Bedenk maar een cliché over de dood; hij heeft een hoofdstuk in bijpassende stijl waarin alle clichés over dood de revue passeren. En ik ken geen enkel boek waarin ik het personage zo goed ken als Bloom in Ulysses. Ik ken Bloom veel beter dan ik mijn buur ken. Ik ken hem werkelijk van binnen en van buiten. Dat komt precies door die stijl die hem van alle kanten heeft belicht. De psychologie van de personages is zo diepzinnig, wordt zo vernuftig uit de doeken gedaan.'

Claes debuteerde pas in de jaren negentig met verhalend proza: ,,Ik ben van die generatie waarin men dacht dat je geen romans meer moest schrijven, maar boeken die maatschappijvernieuwend waren.' De romans De sater (1993), De zoon van de panter (1996), De phoenix (1998), De kameleon (2001) en de verhalenbundel Het laatste boek (1992) zullen aan het eind van het jaar in één band verschijnen onder de titel De lezer. ,,Ik wilde graag ook een boek schrijven met vele aspecten en vele lagen, maar ik heb het een beetje anders aangepakt dan Joyce. Het is een serie boeken geworden, waarin ik telkens andere aspecten aanraak. Mijn cyclus is nu dus voltooid, een soort geschiedkundige cyclus waarin ik van elke periode de essentie heb willen vatten: de oudheid, het christendom, de Renaissance, de achttiende eeuw, de moderne tijd. Het is ook een soort encyclopedie van dwaasheden, of clichés, of ideologieën van bepaalde tijden, en dat heeft wel iets joyceaans.'

Claes definieert Ulysses als een roman die een `travestie is van de traditie'. Maakt het boek de traditie ook een beetje belachelijk? ,,Uiteraard. De grote mythologische figuur Odysseus is in dit boek een miezerig mannetje geworden, dat probeert wat reclame te verkopen. Joyce vond zelf de Odyssee het mooiste boek ter wereld. Ik denk trouwens dat Joyce's eruditie wel wat overtrokken is. Als je goed kijkt, blijkt dat hij toch niet zo bijzonder veel gelezen had. Ik heb daar een aardig voorbeeld van. In een hoofdstuk in Ulysses worden achter elkaar de hoofdwerken van de Engelse literatuur gepasticheerd. Het blijkt bij nadere bestudering dat Joyce die werken absoluut niet gelezen had. Hij had een soort schoolboekje met een bloemlezing uit de historische Engelse literatuur. Op basis daarvan heeft hij zijn pastiches geschreven en die zijn, als je heel goed kijkt, niet zo bijster goed. Ik denk dat ik het beter zou kunnen.'

James Joyce: Ulysses. Vertaald door P. Claes en M. Nys. De Bezige Bij, 859 blz. euro 68,05