Het volmaakte Nederland

Albert Cuyp schilderde Nederland als het Paradijs, waar de zon altijd scheen en iedereen rijk en succesvol was. Toch kreeg hij meer erkenning van de paardenfokkende adel in Engeland.

Aelbert Cuyp komt naar Nederland. Deze week is hij aan een verblijf van drie maanden in London begonnen. Begin juni neemt hij zijn intrek in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het wordt een onzeker weerzien. Buiten Dordrecht was Nederland nooit in hem geïnteresseerd. Het liet hem in 1800 voorgoed schieten.

Het is zeker dat Cuyp zijn stad niet meer zou herkennen. Het ijverige, gave en godvruchtige land eromheen waar hij van droomde is er ook niet meer, als het ooit heeft bestaan. Hoe het er uitzag, heeft hij in zijn tekeningen en schilderijen nauwkeurig vastgelegd. Daar had hij niet veel meer dan twintig jaar voor nodig. Van zijn veertigste (1660) tot zijn dood 31 jaar later was hij een vooraanstaand burger en vriend van de stadgenoten die zijn werk bezaten.

Nu The National Gallery of Art in Washington, samen met de The National Gallery in London en het Rijksmuseum de eerste grote tentoonstelling van Cuyps werk uit de hele wereld heeft bijeengebracht, wordt een onvermoed rijk beeld zichtbaar van het land waar Cuyp vol van was. Een land dat de Spanjaarden had verdreven en zich opmaakte voor een eeuw noest geluk wonderlijk genoeg in Cuyps palet overgoten met een warm, zuidelijk licht.

Arthur Wheelock, conservator `noordelijke barok' van het museum in Washington en geestelijk vader van de tentoonstelling, ziet in de landschapskunstenaar Cuyp een van de grootste tekenaars van zijn tijd en de schilder van een Nederlands Arcadië dat de royalistische Republiek zijn trots en zelfrespect gaf. De dag nadat de Amerikaanse tentoonstelling dichtging, vertelt Wheelock, rondlopend tussen de soms al in kisten gepakte schilderijen, waarom de `visuele dichter' Cuyp hem begeestert.

,,De Nederlanders van die tijd zagen zichzelf als de nieuwe Israëlieten. Zij waren eindelijk bevrijd van de oorlog en voelden dat God hen beschermde in hun Beloofde Land. Dat land was niet af, zij konden het niet zonder meer in bezit nemen. Het land zou tot volle bloei komen door hun ijver en inspanning, hun arbeid binnen de door God gegeven kaders.

,,Daarom zie je op zijn schilderijen al die molens en vruchtbare boerderijen, nieuwe bruggen en boten die turf afleveren. Alleen die turf al was een klein Nederlands wonder. Waar vind je onder water een brandstof die zo veel huizen kon verwarmen? Het ziet er bij Cuyp allemaal zo gaaf uit dat je denkt dat het zo ook moet zijn geweest. Maar tijdgenoten als Jan van Goyen, Salomon van Ruysdael, Pieter Molijn en Isaac van Ostade schilderden een veel rustieker land, met vervallen hekken, gebroken takken en ingevallen schuren.

,,Ik denk dat Cuyp meer dan die anderen het land schilderde dat hij wilde zien. Hij volgde het ideaal van een Nederlands Arcadië. Bij hem voel je een volmaakte rust. Die brengt hij tot uitdrukking in de horizontaliteit van veel van zijn schilderijen. Van Goyen werkt daar minder mee. Cuyps penseelstreek is rijk en brengt een gevoel van beweging over. Tegelijk bereikt hij met die zeer snelle, ritmische kwaststreken een aardse kwaliteit, waar een ongelooflijke sereniteit van uit gaat. Kijk naar die visserman in zijn boot hij gaat zijn gang, het leven heeft zijn loop, bijna klassiek, zonder angst of dreiging van buitenaf. In al deze landschappen voel je de vreedzame harmonie van een volk dat samenwerkt met de grond.''

fotostudio

Over Aelbert Cuyps leven is vrij weinig bekend. Hij heeft geen brieven nagelaten. Zijn vader, de portretschilder Jacob Cuyp, leerde hem waarschijnlijk schilderen. De tentoonstelling begint met een groot familie-groepsportret dat oorspronkelijk in Jeruzalem hangt. Zoon Aelbert schilderde een landschap achter de mensen. Het ziet er een beetje uit als zo'n portret van een fotostudio waar je mag kiezen uit drie achtergronden, een kasteeltrap, een muur met wingerd of een stoomboot op de Nijl. Deze familie heeft ook geen idee wat die koeien op het achterveld liggen te doen. Als we maar zien dat zij hebben gejaagd lees dat zij het gemaakt hebben. De knecht toont een dode vogel.

De rest van de tentoonstelling demonstreert dat Aelbert Cuyp artistiek ruim boven zijn vader uitgroeide. Rond zijn twintigste tekende hij al landschappen van een uitzonderlijke schoonheid. Werkend met houtskool, waterverf en arabisch gom weet hij tussen hemel en aarde een onwrikbare wereld van wolken, bomen en paarden te scheppen, bijeengehouden door water en licht.

Na twaalf jaar laat Cuyp het grafische werk achter zich en werkt alleen nog maar met olieverf. Of hij nu schepen wachtend op wind bij Dordrecht of boerentaferelen op het vasteland uitbeeldt, van zijn schilderijen gaat vaak een goudgele verstildheid uit. Lang niet zo zoetig als bij de negentiende-eeuwse symbolisten en pre-rafaëlieten, maar de inspiratie lijkt wel religieus. Zonder dat de scènes bijbels zijn.

Wheelock: ,,Cuyp is zeer godsdienstig. De gereformeerde kring waarin hij zich bewoog, dat zijn de mensen die hij afbeeldde. Hij deed geen moeite bijbelse vertellingen uit te beelden, maar hij benaderde het landschap spiritueel.'' Staande voor een `riviergezicht met koeien' uit zijn eigen collectie zegt hij: ,,Hier heb je een schilderij waarin de koeien op de voorgrond op een prachtige manier de aandacht vangen en vasthouden. Het zijn koeien voor verstandige mensen, geen domme beesten, dat is het fascinerende. Ze hebben een karakteristieke Romeinse neus, en een goed profiel. Het lijkt wel of zij deze prachtige wereld op zich laten inwerken, ook hun beloofde land. Dit zijn echt heel andere koeien dan in de schilderijen van de meeste andere kunstenaars. Dit zijn bedachtzame en waardige koeien, die staan voor welvaart. Die koeien zijn Nederland, zoals zij daar staan en liggen, peinzend onder die krachtige wolken. God ziet toe op deze grazende dieren. Ook al zijn het maar koeien, het tafereel is vol spirituele lading.''

Waarom durfde een man die zo geloofde in Gods goede plannen voor zijn vaderland dat hemelse toezicht niet directer uit te beelden? Wheelock denkt dat Cuyp zijn manier om dit uit te drukken door middel van de kracht van het licht, de meest natuurlijke vond. ,,Als je ziet hoe hij met al dat water en licht omgaat in Dordrecht, waar de Maas en de Merwede bij elkaar komen, dan zie je vooral nadat hij bij Jan Goltz en anderen in Utrecht de italianiserende stijlmiddelen heeft geleerd hoe hij het geestelijke karakter van het Nederlandse Arcadië gestalte geeft.''

Op een van de meest adembenemende schilderijen (Dordrecht uit het noorden gezien), dat wel in Londen hangt maar niet naar Amsterdam komt, staan de wolken in brand, zo rood is de zonsondergang, die overigens buiten beeld blijft. Alles is verstild, de stad, het water en de mannen die in een kleine zeilboot rechts vooraan nauwelijks vooruit komen. Wheelock: ,,Die mannen op dat bootje hebben neergelegd waar zij mee bezig waren om naar de zonsondergang te kijken. Ik heb nooit eerder in de Nederlandse schilderkunst mensen naar een zonsondergang zien kijken. Het is ongelooflijk. Kijk naar dat zalmkleurige licht, die gloed, overgaand in blauw en grijs en staalgrijs aan de zijkant boven de stad. Wat een kleurvariatie. Licht, daar gaat het werk van Cuyp over, en hoe.''

In Dordrecht had Cuyp een klantenkring die zijn werk waardeerde en kocht. Er zijn geen aanwijzingen dat hij naar Amsterdam ging en het werk van tijdgenoot Rembrandt bestudeerde. Evenmin was men elders geïnteresseerd in het werk van deze Dordtse schilder, die wel naar het oosten trok. Hij situeerde sommige landschappen bij Nijmegen en verder stroomopwaarts langs de Rijn. Des te groter was de belangstelling voor Cuyp in Engeland, waar men hield van mensen-met-dieren in de natuur en waar men vertrouwd was met Zuid-Europese invloeden. Ontwikkelde Engelsen maakten allemaal de Grote Italië-Reis waar zij dezelfde schilderkunst tegenkwamen die de Utrechtse bronnen van Cuyp had geïnspireerd.

Paardenfokkers

In de achttiende eeuw vonden de Dordtse families die schilderijen van Cuyp bezaten steeds meer gretige kopers in Engeland. In 1800 was er geen Cuyp van betekenis meer over in Nederland. Zoals Alan Chong in een wat sceptische bijdrage aan de catalogus schrijft: ,,Aelbert Cuyp was een typische landhuis-schilder'', die volgens een door hem geciteerde criticus ,,vooral in trek [was] bij de paardenfokkende adel''. Hij maakte heel wat portretten van te paard gezeten klanten. Volgens Chong waren dat meer leden van de `klasse die er graag bij wil horen' dan van de gearriveerde burgerij.

Het zijn niet de meest onderhoudende schilderijen van Aelbert Cuyp. Die matige hoofden op een viervoetig statussymbool leiden de aandacht af van het landschap dat erachter niet tot volle bloei kan komen. Het is niet de Cuyp die een ideaal uitbeeldt. Van dat soort deftige-meneer-en-mevrouw-doeken hebben de Britten er zelf genoeg gemaakt. Ten voordele van de Britse adel moet worden gezegd dat zij ook de Cuyps zonder paarden hebben gekocht. Totdat zij geld nodig hadden. Vanaf de vroege jaren 1900 legden vermogende Amerikaanse zakenlieden graag geld neer voor wat Engelse smaak en stijl. Cuyp verhuisde mee.

Had de Nederlandse schilderijen-kopende klasse geen smaak of geen oog voor Cuyp? Wheelock: ,,Die had zeker wel smaak, maar zij zagen in de schilderijen van Cuyp om de een of andere reden geen begerenswaardige objecten. Het schilderij uit het Rijksmuseum op de tentoonstelling heeft men pas in de jaren '70 van de voorbije eeuw kunnen aankopen.'' Ook enkele tekeningen op de tentoonstelling zijn in Nederlands bezit, maar het merendeel van de getoonde Cuypen komt uit buitenlandse musea en Amerikaanse particuliere collecties.

Wheelock, die in 1996 de Washingtonse stormloop op de Vermeer-tentoonstelling te verwerken kreeg, liep net drie maanden door zijn rustige Cuyp-zalen zo kort na de aanslagen van 11 september beleefde geen enkel museum een hoogtepunt. Maar hij was ieder keer aangenaam verrast door de kwaliteit van veel werken die hij alleen van reproducties kende. ,,Het is merkwaardig rustgevend werk, dat nooit verveelt. Integendeel, het is van een verbluffende schoonheid en het roept kunsthistorische vragen op die ik nog lang niet allemaal heb opgelost.''

Waar plaatst hij Cuyp in de Nederlandse schilderkunst? ,,Als je aan landschappen denkt, dan is Jacob van Ruysdael de grootste. Die is zo sterk en heeft een enorme variatie. Die breedte haalt Cuyp niet, maar in zijn beste werken die gezichten op Dordrecht, de Maas bij Dordrecht is hij ongelooflijk knap. Er zijn weinig schilderijen die ik liever zou bezitten dan die. Zij behoren tot de absolute top van de hele Nederlandse schilderkunst.''

De tentoonstelling Aelbert Cuyp is tot 12 mei te zien in de National Gallery in London en van 7 juni tot 1 september in het Rijksmuseum in Amsterdam.

http://www.nationalgallery.org.uk/ exhibitions/cuyp/default.htm

Cuyp schilderde koeien voor verstandige mensen geen domme beesten

De Britse adel heeft ook Albert Cuyps zonder paarden gekocht