Herziening campagnefinanciering onzeker

In de VS is een wet voor nieuwe regels van de campagnefinanciering aangenomen. Maar verwatering van de grote schoonmaak dreigt. Amerika weet niet wat het wil.

Het werd een feestdag voor de democratie genoemd. Het Huis van Afgevaardigden nam woensdagnacht een wet aan ter herziening van de regels voor campagnefinanciering. De initiatiefnemers in de Senaat kregen reusachtige valentijnsharten van het Amerikaanse volk aangeboden. De uitkomst is overigens volstrekt onzeker, zowel politiek als qua praktijk.

Sommige Amerikanen hebben het al jaren over Campaign Finance Reform. Zij wijzen op de overmatige invloed van het grootkapitaal op het stemgedrag van gekozen bestuurders en volksvertegenwoordigers. Een Congreslid dat voor zijn herverkiezing miljoenen nodig heeft, zal wel twee keer nadenken voordat hij wetgeving steunt die een bedrijf benadeelt dat hem weer aan geld kan helpen. Volgens critici hebben achtereenvolgende presidenten, met Clinton en Bush als kampioenen, zich door de miljoenenhonger van hun verkiezingscampagnes de gevangenen gemaakt van hun geldleveranciers.

Veel Amerikanen staan onverschillig tegenover deze roep om hervorming. Omdat zij het probleem niet zien, of omdat zij denken dat politici toch uit zijn op persoonlijk voordeel, ongeacht wat zij zeggen. Maar sinds het bankroet in december van Enron, het energiebedrijf dat zich via politieke giften een weg kocht naar afschaffing van vrijwel ieder toezicht op zijn handel en wandel, is het moeilijker nee te zeggen. De voorstanders zien hun kans schoon.

Zij wisten deze week in het Huis van Afgevaardigden voldoende Republikeinen die eerder hadden tegengestemd, te overtuigen dat nietsdoen een slechte indruk zou maken. Nadat de Senaat in april 2001 met 59 tegen 41 stemmen een wet van de senatoren McCain (Republikein) en Feingold (Democraat) had aangenomen, had de Republikeinse meerderheid in het Huis een soortgelijke wet steeds weten tegen te houden. Gisterochtend was het dan zo ver dat de Republikein Shays en de Democraat Meehan hun versie aangenomen zagen (met 240 tegen 189 stemmen).

Tom Daschle, de leider van de Democratische meerderheid in de Senaat, verklaarde onmiddellijk dat hij de zaak met voorrang daar weer in behandeling zou nemen. De tekst van iedere wet moet in identieke vorm door beide huizen zijn aangenomen voordat hij voor ondertekening naar de president kan worden gezonden.

President Bush was eerder een tegenstander van deze pogingen de grotere cheques buiten de deur te houden, maar ook hij heeft in het huidige Enron-klimaat ervoor gekozen zich niet te zeer te mengen in de discussie. De tekenen wijzen er op dat hij iedere tekst die een meerderheid in beide huizen heeft, tot wet zal verheffen.

Politiek weet niemand hoe de zaak verder zal lopen. De tegenstanders van de wet in de Senaat hebben al aangekondigd dat zij bereid zijn met een vertragingstactiek (een zogenaamde filibuster) iedere afhandeling van de zaak te blokkeren. De Democraten hebben zestig stemmen nodig om die blokkade te kunnen breken. Zij hebben er 51 en moeten er dus nog een meer bij zien te winnen om boven de 59 stemmen te komen die zij vorig jaar haalden.

Zelfs als de huidige hervorming van de regels voor campagnefinanciering het haalt en wet wordt, weet niemand wat de gevolgen zullen zijn.

Het nieuwe stelsel dicht het grootste gat dat de federale regels die in 1971 werden aangenomen, openlieten: persoonlijke giften werden aan een maximum van 1000 dollar gebonden (nu verhoogd tot 2000 dollar), maar wie de landelijke `partijontwikkeling' of politieke campagnes op lokaal en staatsniveau wilde steunen, mocht zo veel geven als hij wilde.

Dit ongereguleerde `soft money' is de grote vondst van de Democraten onder Clinton geworden. Sindsdien hebben de Republikeinen hun achterstand snel ingehaald. Vaak anonieme groepjes met veel geld kopen tv-reclametijd om hun politieke lievelingsthema eindeloos tussen de wasmiddelen aan de man te brengen. Die boodschappen hebben vaak een nauwelijks mis te verstane partijpolitieke ondertoon, waarbij maar één kandidaat past. Soft money werd een onstuitbare vloed toen men er ook allerlei organisatorische zaken mee ging financieren, waardoor meer toegestaan `hard money' partijgeld vrij kwam om landelijke kandidaten te steunen.

Dat mag allemaal niet meer als de nu voorliggende wet definitief wordt aangenomen. Beide partijen vragen zich koortsachtig af wie daaronder het meest zal lijden. De Republikeinen haalden de laatste tijd het meeste soft money op, maar zij werven ook twee keer zo veel (wel toegestane) hard money-donaties. De Democraten hebben de vakbonden als grote donateurs plus rijke personen uit de advocatuur, de filmindustrie en de dienstverlening. De Republikeinen hebben veel meer miljonairs uit alle windstreken plus vrijwel het hele bedrijfsleven als melkkoeien.

De nieuwe wet zou ook persoonlijk negatieve tv-campagnes van actiegroepen de laatste zestig dagen voor verkiezingen aan banden leggen. De tegenstanders in de Senaat hebben al aangekondigd dat zij zo nodig naar de rechter stappen omdat zij menen dat die bepaling in strijd is met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Zelfs als president Bush zijn grootste geldschieters moet uitleggen dat hij de wet wel moest tekenen, bestaat de kans dat het Supreme Court hem vervolgens te hulp schiet. Het zou de eerste keer niet zijn.

De opstellers van de wet rekenen al een beetje op dit noodlot: zij hebben bepaald dat het hoogste hof alle bepalingen stuk voor stuk moeten beoordelen, en niet de wet als geheel. Verdere verwatering van de grote schoonmaak dreigt. Amerika weet nog niet zeker of het echt herziening van de regels voor campagnefinanciering wil.