Geestige dichters

De niet eerder gepubliceerde gedichten van Ida Gerhardt die in het nieuwe poëzietijdschrift Awater stonden zijn dus wel echt, in tegenstelling tot de Achterberg-gedichten die het tijdschrift afdrukte. Die waren nep, gefabriceerd door een van de redacteuren, met medeweten van de rest van de redactie. Humor! Literatuur is iets geweldig geestigs! Dichters zijn niet te vertrouwen! Zulk soort mededelingen kwamen van de redacteuren Pieter Boskma, Gerrit Komrij en Ilja Leonard Pfeijffer.

Awater is het clubblad van de door Gerrit Komrij opgerichte PoëzieClub, een club die bedoeld is voor mensen die zich voor poëzie interesseren zonder dat ze erg ingevoerd zijn in wat er zoal speelt en leeft in de literaire wereld. In een interview in de Poëziekrant, een blad dat al ruim twintig jaar mensen op de hoogte houdt van vooral Nederlandstalige poëzie, zei Gerrit Komrij uitdrukkelijk dat zijn blad geen concurrent van de Poëziekrant wilde zijn. Zijn blad moest voor een nóg algemener publiek worden.

Als verrassing voor de lezers publiceerden de redacteuren van het nieuwe blad ongepubliceerde gedichten van grote dichters. Zeiden ze. Was dus maar half waar. Twee Achterberg-kenners, de neerlandici Peter de Bruijn en Fabian Stolk, voelden meteen nattigheid bij het rare vage verhaaltje over hoe de gedichten opgedoken zouden zijn. Het eigenaardige was dat er in dat tekstje geen vermelding werd gemaakt van de historisch-kritische editie van Achterbergs werk. Ook bleek uit niets dat er contact was gezocht met de editeur daarvan, Peter de Bruijn, wat een behoorlijke redactie toch zeker had moeten doen. De verantwoording bij de gedichten van Ida Gerhardt ontbrak zelfs geheel – geen woord over hoe men eraan gekomen was of van wanneer de gedichten ongeveer zouden kunnen zijn. Dat was wel bekend bij Komrij, maar dat hoeft een groter publiek blijkbaar allemaal niet te weten. Dat moet denken, wat de meeste mensen tóch al denken, dat de teksten van een dichter vogelvrij zijn en naar willekeur overal kunnen worden afgedrukt.

Voor wie ooit wel eens een behoorlijke editie heeft ingezien rook de manier waarop Awater een en ander presenteerde meteen al naar roofdruk of grapperij. Maar het meer argeloze publiek dat Komrij op het oog had, is bij eerste gelegenheid in de maling genomen door al die leuke dichters vol humor en geestige grapjes. Die zichzelf, bij monde van Pieter Boskma, `een mooi stel oplichters bij elkaar' vinden. Dat niemand dat weet, omdat ze nu ook weer niet zó wereldberoemd zijn, deert de ijdeltuitjes niet. Lekker incrowderig doen onder elkaar. Lekker namaak afdrukken en om geen enkele goede reden een verantwoording laten ontbreken. Fijne club. Kom erbij.