Fantast met kolibrie

De vriend die Homme vindt, duikt plotseling op. Vrij letterlijk eigenlijk: hij zwemt in het schroefwater van een schip, wat gevaarlijk is, terwijl Homme net onder het Kleinbrugje met zijn dode vader zit te praten. Homme heeft ook net heel hard `Axolotl' geroepen, omdat dat het meest geweldige woord is dat hij kent: ,,Je moest het roepen als je schrok, als je gedroomd had.'

Homme is een jongen uit de Oost, de buitenwijk van een stad die in het oosten van het land ligt, de mensen spreken er iets wat op Twents lijkt. Het is vlak na de oorlog en op een dag worden er kinderen uit `de hongerstad' gebracht, uit een stad in het westen van het land waar vlak voor de bevrijding Engelse bommen zijn gevallen waardoor een munitiedepot is ontploft. De kinderen die van daar komen zijn mager en bleek en sommigen hebben vreselijke dingen meegemaakt.

De nieuwe vriend van Homme is een van hen. Hij is sprietmager en zegt dat zijn ouders in Mexico zijn waar zijn vader optreedt als circusartiest. De jongen, Joeke, zegt erg veel. Hij is bijvoorbeeld naar eigen zeggen onsterfelijk. Omdat hij een houten kolibrietje heeft waarin de laatste zucht van een stervende koning is opgevangen en enzovoort eindeloos veel verhalen heeft hij over wat er in Mexico zoal gebruikelijk is.

Deze Joeke is de hoofdpersoon van De circusfietser van Harm de Jonge, maar hij is een hoofdpersoon op afstand. Dat wil zeggen: we naderen hem niet erg, hij wordt verteld door zijn vriend Homme. Over Homme zelf komen we niet veel te weten, die is helemaal vol van Joeke. En Joeke is een fantast, een fantast met wie iets aan de hand is, dat merk je wel. Aanvankelijk staat Homme een beetje sceptisch tegenover de onsterfelijkheid van Joeke, maar na een poosje begint hij het toch min of meer te geloven, als hij ziet wat voor smakken Joeke soms maakt zonder dat hij ook maar iets heeft gebroken. Meteen in het begin geeft Joeke met een steen een enorme klap op zijn blote teen, zonder dat er ook maar een spatje bloed te voorschijn komt. Homme heeft wel even van schrik zijn ogen dichtgeknepen.

Het boek vertelt voornamelijk over de bezigheden van de twee jongens. Joeke wil net als zijn vader op een fietsje over een koord kunnen rijden en uiteindelijk kan hij dat ook. Joeke ontwerpt ook een stenenslingermachine, hij legt op school een soort buizenpostsysteem aan en hij leert zichzelf zelfs om een handstand te doen op het zadel van zijn fiets terwijl hij op het touw balanceert. Dat wordt allemaal erg uitvoerig verteld, tè uitvoerig eigenlijk. Het is al spoedig duidelijk dat Joeke heel acrobatisch is en graag ware en onware dingen vertelt over circussen en Mexico. En voor een beetje lezer is ook wel duidelijk dat er iets met zijn ouders niet klopt. En voor wie dat niet in de gaten heeft is er Hommes moeder die duidelijk maakt dat ze niet gelooft dat er een vader in Mexico bestaat.

De circusfietser lijkt veel op een eerder boek van Harm de Jonge, Jesse ballewal tsjí. `Ballewal tsji' is het equivalent van `axolotl' en ook daar vindt een jongen een vriend die ergens anders vandaan komt en die fantaseert over zijn vader in een ver land en ook daar is duidelijk dat die vader dood is. Alleen speelt dat boek ín de oorlog en dit erna. En net als dit boek loopt het slecht af en komen we over de hoofdpersoon zelf weinig te weten zodat noch zijn gevoel van vriendschap noch zijn gevoel van verlies aan het eind erg raakt.

Harm de Jonge schrijft wel goed, maar hij weet zijn boek niet serieus en belangwekkend te maken. Het probleem is dat zijn hoofdpersoon zo ongeloofwaardig is. De vertellende jongen die ons een en ander tóch moet laten geloven heeft geen overtuigingskracht omdat hij niemand is en ook nergens echt over nadenkt. Deze boeken lijken verre afspiegelingen van Mijn vriend Jan van de Zweeds-Duitse schrijver Peter Pohl, waarin ook een ik-figuur vertelt over een plotseling opgedoken vriend – die trouwens uiteindelijk, net als Jesse uit Jesse ballewal tsji een meisje blijkt te zijn – en die ook een geheim met zich meedraagt en met wie het ook slecht afloopt en die ook, net als deze Joeke, zo acrobatisch kan fietsen. Alleen wist Peter Pohl er een meeslepende geschiedenis van te maken, en blijven deze twee boeken van Harm de Jonge erg licht van kleur en smaak.

Harm de Jonge: De circusfietser. Van Goor, 112 blz. € 12,50