Eenzijdigheid?

Steeds duidelijker wordt het Europese ongemak over Amerika's koers in de strijd tegen het terrorisme. En steeds openlijker zijn de uitingen van ongenoegen hierover. Joschka Fischer, Chris Patten en Hubert Védrine gaven de afgelopen dagen hun soms ongezouten kritiek. De Franse minister verweet de Amerikaanse regering ,,simplisme'', de Duitse bewindsman zei dat de partners in de antiterreurcoalitie ,,geen satellieten'' zijn. En de Britse EU-commissaris sprak van het gevaar dat de VS ,,absolutistische en simplistische posities'' innemen. Vandaag doet Patten er nog een schepje bovenop, in een ingezonden stuk in de Financial Times: de overwinning in Afghanistan heeft bij Washington het ,,gevaarlijke instinct'' tot eenzijdig handelen aangewakkerd.

De inmiddels gedenkwaardige woorden van president Bush, dat Irak, Iran en Noord-Korea ,,een as van kwaad'' zijn, hebben veel losgemaakt. Dat is begrijpelijk, omdat Bush alleen al door het noemen van deze landen duidelijk maakte waar de doelen van de VS na Afghanistan liggen. De Europese bondgenoten voelen weinig voor een oorlog tegen Irak – laat staan tegen Iran en Noord-Korea. Critici verwijten Amerika unilateralisme in het optreden tegen het wereldwijde terrorisme. De VS zien dat anders. Ze hebben recht van spreken: het was hun Wereldhandelscentrum dat tot as is verpulverd, het waren hun vliegtuigen die werden gekaapt, hun Pentagon dat brandde, hun land dat aangevallen werd. Het is dus hun `rechtvaardige oorlog', die inmiddels ook het stempel van goedkeuring heeft van zestig vooraanstaande Amerikaanse intellectuelen, die eergisteren in een brief verklaarden dat de `war on terrorism' moreel noodzakelijk is.

Niemand zal bestrijden dat de VS recht van spreken hebben. Maar de geopolitiek gaat ook na de grootste rampen altijd weer over tot de orde van de dag. En daar gaapt de kloof. In de Atlantische betrekkingen van dit moment heerst een groot verschil van mening over wat precies `de orde van de dag' is. Washington is nog niet klaar met zijn oorlog. Osama bin Laden – weinig wordt zijn naam meer genoemd – is niet gepakt. Het terroristennetwerk Al-Qaeda heeft zware verliezen geleden, maar is niet verslagen. Washington heeft zijn doelen nog niet bereikt en zal de strijd voortzetten. Met of zonder bondgenoten. Van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Powell, mag ieder land zijn eigen, soevereine keus maken of het de VS wil volgen of niet. Wij gaan door, aldus Powell deze week in een hoorzitting voor de Senaat. ,,Wij blijven bij onze principes. Dat is geen unilateralisme; dat is leiderschap.'' Voor de Franse minister van buitenlandse Védrine zaken zijn deze woorden, net als die van Bush, wellicht typisch Amerikaanse retoriek. Maar er is weinig retorisch aan. Het is de taal van de macht en de realiteit van dit moment. Frankrijk – Europa – stelt daar weinig tegenover. Het is misschien die letterlijk machteloze constatering die maakt dat de kritiek de overhand krijgt.

In spannende tijden zijn vaker verschillen van mening geweest tussen de VS en Europa. In 1956 (Suezcrisis), in 1973/'74 (Jom Kippoeroorlog en de oliecrisis) en ook ten tijde van de Golfoorlog in 1991 liep de koers uiteen. De huidige Europese bezorgdheid is terecht. Niemand zit te wachten op betrokkenheid bij een oorlog in Irak. Maar een Amerikaanse `Alleingang' kan tot een complete vervreemding van de relaties leiden. Er is wel degelijk een onderlinge lotsverbondenheid. Ook de VS hebben Europa nodig en zullen de kritiek serieus moeten nemen. Wederzijds geloof in alliantievorming biedt houvast. Europa kan op zijn manier, en duidelijker dan nu, laten zien dat het in staat is het terrorisme te bestrijden. Niet door de VS klakkeloos te volgen in een groot conflict tegen Irak of Iran. Maar door in eigen huis orde op zaken te stellen. Landen als Duitsland, Frankrijk en ook Nederland worden nog steeds beschouwd als vrijhavens voor kwaadwillenden. Een geloofwaardige aanpak dient meer dan het wederzijds belang. Het schept een band.