Een jachthond van niks...

`Wat voor hond ben ik eigenlijk?'', vraagt Rintje. ,,Hoe bedoel je?'' vraagt mama.

,,Ik bedoel dat er zoveel honden bestaan'', zegt Rintje. ,,Circushonden, herdershonden, gezelschapshonden, honden die er alleen zijn omdat ze er mooi uitzien, poolhonden die de sleetjes trekken van de eskimo's, maar wat voor hond ben ik?''

,,Wij zijn kleine jachthonden'', zegt mama.

,,Jachthonden?'', vraagt Rintje. ,,Waar jagen wij dan op?'' ,,Lang geleden hielpen wij de jagers om dieren te vinden in hun holen...'', zegt mama.

,,Spannend!'', roept Rintje. ,,Ik wil ook leren jagen!'' ,,Jagen kan je niet leren'', zegt mama, ,,dat zit in je, of niet.'' ,,Maar hoe weet ik dan of het in me zit of niet?'', vraagt Rintje. ,,Je moet gewoon je neus volgen'', zegt mama. ,,Probeer het maar.'' Rintje rent naar buiten en steekt zijn neus in de lucht. ,,Ik ruik van alles, maar waar moet ik op jagen?''

Al snuffelend loopt hij het bos in. Onder een grote boom ziet hij een klein huisje. Op de deur hangt een bordje `MENEER HAAS, DRIE KEER KLOPPEN'. Rintje klopt drie keer op de deur.

,,Wie is daar?'', vraagt een krakerige stem.

,,Ik ben het, Rintje, mag ik u iets vragen?''

Meneer Haas stapt naar buiten. ,,Je mag me best iets vragen'', zegt hij, ,,maar ik weet van niets.''

,,Ik ben een jachthond'', zegt Rintje, ,,maar ik weet niet waar ik op jagen moet.''

,,In ieder geval niet op mij'', zegt meneer Haas. ,,Maar probeer het eens verderop, bij de vijver in het bos.''

,,Dank u voor de tip!'', roept Rintje en snel loopt hij verder het bos in.

,,Duidelijk een jachthond van niks!'', mompelt mijnheer Haas en vlug doet hij zijn deurtje dicht.

Bij de vijver in het bos staat mevrouw Rat. Ze is net bezig de was op te hangen. ,,Dag, mevrouw Rat!'', zegt Rintje. ,,Mag ik u iets vragen?'' ,,Vragen mag altijd'', zegt mevrouw Rat. ,,Maar schiet wel een beetje op, ik heb vandaag nog meer te doen!''

,,Ik ben een jachthond'', zegt Rintje, ,,maar ik weet niet waar ik op jagen moet.''

,,In ieder geval niet op mij'', zegt mevrouw Rat, ,,maar probeer het eens verderop, bij die omgehakte boom.''

,,Dank u, mevrouw Rat!'', roept Rintje en snel rent hij verder. ,,Duidelijk een jachthond van niks'', denkt mevrouw Rat en gaat verder met haar was.

Als Rintje bij de omgehakte boom is aangekomen, hoort hij iemand zingen.

,,Wie is de slimste van het bos? Dat is de vos, de vos, de vos!...'' Half verscholen achter een boom zit meneer Vos. ,,Goedendag meneer Vos'', zegt Rintje. ,,Mag ik u iets vragen?''

,,Ik ben de slimste van het bos'', zegt de vos, ,,op iedere vraag heb ik een antwoord!''

,,Ik ben een jachthond'', zegt Rintje, ,,maar ik weet niet waar ik op jagen moet.''

,,Een ding weet ik zeker'', zegt de vos. ,,Je mag op alles jagen, maar zeker niet op mij. Probeer het eens verderop, aan de rand van het bos.'' ,,Dank u, meneer Vos!'', roept Rintje, terwijl hij het op een drafje zet. ,,Duidelijk een jachthond van niks'', grinnikt meneer Vos, en snel verbergt hij zich weer achter een boom.

Bij de rand van het bos aangekomen gaat Rintje even zitten. ,,Ik weet het echt niet meer'', denkt hij. Opeens hoort hij een stem: ,,OEHOE, wat scheelt eraan jongeman?'' Rintje kijkt omhoog.

Op een tak zit een grijze uil.

,,Ik ben een jachthond'', zegt Rintje, ,,maar ik weet niet waar ik op jagen moet!''

,,Dat geeft helemaal niks'', antwoordt de uil. ,,Ooit zal je neus je wel vertellen waar je op jagen moet. Of misschien ben je een jachthond die niet van jagen houdt.'' ,,Dank u, meneer Uil'', zegt Rintje. Tevreden slentert hij naar huis. ,,Een jachthond die niet van jagen houdt, dat is toch heel bijzonder!''