De vrouw en haar valstrik

`Die vrouwe brengt de costelijcke siele des mans totten verdommenisse', staat onder een prent van Lucas van Leyden met een voorstelling van de Zondeval uit ongeveer 1525. Op het eerste gezicht lijkt deze zinsnede, ontleend aan het bijbelboek Spreuken, toepasselijk bij het plaatje waarin Eva de vrucht van de Boom van kennis van goed en kwaad aanreikt aan de nietsvermoedende Adam. De prent maakt deel uit van een serie van zes `vrouwenlisten'. Telkens zijn mannen te zien die door vrouwen worden verleid en bedrogen of door hun toedoen de dood vinden. Zo slaat de oudtestamentische Jaël een tentpin door het hoofd van de slapende legeraanvoerder Sisera, knipt Delila het haar af van de nietsvermoedende Simson en zien we Salomé het hoofd van Johannes de Doper opdienen.

Vrouwenlisten kwamen ook voor in de klassieke oudheid. Van Aristoteles werd in de Middeleeuwen verteld dat Phyllis, de geliefde van zijn pupil Alexander de Grote, hem verleidde en hem zo ver kreeg dat ze op zijn rug mocht paardrijden. En Vergilius zou verliefd zijn geworden op een vrouw die niets van hem moest hebben maar, om er vanaf te zijn, toch op zijn avances inging. Ze arrangeerde een heimelijke ontmoeting in haar torenkamer, waar ze hem in een mand aan een touw naartoe zou hijsen. Maar uiteindelijk maakte ze de dichter belachelijk door hem halverwege te laten bungelen. In zulke verhalen leggen de meest heldhaftige en sterke, vrome en geleerde mannen het af tegen de sluwheid van vrouwen.

Yvonne Bleyerveld behandelt zowel de beeldtraditie van de vrouwenlist in de Nederlanden en elders in Europa, als in de literatuur. Daarnaast beschrijft zij voorstellingen van kenaus en pantoffelhelden op onverwachte plaatsen, zoals het houtsnijwerk aan de plafondbalken van het stadhuis van Kortrijk en de reliëfs onder de misericorden van de koorbanken in de Catharinakerk van Hoogstraten. Het boek is een waardevolle en rijkgeïllustreerde inventarisatie van het vrouwenlistenthema in de kunst van de Nederlanden in de late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Bleyerveld wijst erop dat voorstellingen van vrouwenlisten, als negatieve exempla, uitingen van een patriarchale cultuur zijn. Maar evengoed blijken de negatieve connotaties die aan de vermeende vrouwelijke sluwheid worden verbonden, ook inhoudelijk te kunnen worden omgedraaid. Zestiende-eeuwse literaire en didactische teksten, maar ook onderschriften bij voorstellingen van vrouwen die elders als listig worden gepresenteerd, hemelen hen juist op als deugdzaam en navolgenswaard. Eva verleidde haar man tot ongehoorzaamheid, maar was ook een navolgenswaardig echtgenote en moeder. Bijbelse vrouwen als Judith en Jaël kregen vaak een uitgesproken positief, heldhaftig imago. Zij waren immers in staat door hun verleidingskunst en sluwheid geduchte, en vooral ook goddeloze, tegenstanders van het volk Israël uit te schakelen.

Telkens weer maakt Bleyerveld duidelijk dat met voorstelling en tekst naar hartelust werd gemanipuleerd, vooral om de vrouw zwart te maken. Dat blijkt uit de onderschriften bij de prenten van Lucas van Leyden, waarin staat: `uut haren mont comt een vlam'. Wie het, zoals Bleyerveld, nazoekt in het boek Job, leest dat er vuur uit `zijn mond' komt, en dat het daar helemaal niet gaat om een vrouw, maar om een krokodil.

Yvonne Bleyerveld: Hoe bedriechlijk dat die vrouwen zijn. Vrouwenlisten in de beeldende kunst in de Nederlanden circa 1350-1650. Primavera Pers. 320 blz. € 33,68