Dassen bij dag en nacht

Ooit, in 1820, telde het rijk van Nijmegen 105 dassenburchten. In 1980 waren dat er twaalf. Dassen zijn de meest wilde overgebleven dieren van Nederland. Ze bleven hier maar net. Bij hun doelbewuste vervolging en onnadenkende verdringing stelden mensen zich erg veelzijdig op. Greven – zo noemen pratende dassen zichzelf – beschrijft de lotgevallen van deze vooral op wormen jagende roofdieren in het Rijk van Nijmegen, afwisselend vanuit hun eigen en vanuit menselijk perspectief. Door de eeuwen heen, verdeeld over vijf boekdelen, worden de bewoners van verschillende dassenburchten beschreven, met hun dassengewoonten, hun mythen, kijk op de wereld en hun ervaringen met de mens. Ze praten er volop over in het boek.

Waterschapsheuvel, de konijnenroman van Richard Adams, was inspiratiebron voor het auteursduo om de das door de eeuwen heen te laten spreken. Jaap Dirkmaat en cultuurfilosoof Geert van Moll, oprichters van de Vereniging Das en Boom, zijn dassenkenners bij uitstek. Met pratende dieren kun je twee kanten op. Of je maakt ze tot de verbeelding sprekende hoofdpersonen in een fantasievol fictieverhaal, of je gebruikt hun uitingen in mensentaal om iets van hun ware aard en gedrag over te brengen. De `greven' zitten tussen die beide benaderingen in. Ze praten vooral als stilistisch trucje, en doen dat wat plechtstatig en helaas humorloos. Ze gebruiken aardige woorden, zoals `staanders' voor mensen, maar worden geen echte personen. Wat wel overtuigend spreekt uit dit boek is de achteruitgang van het landschap. Eens was de stilte er groen, zoals das Grimboch nog weet. En nu is het er ook nog weleens stil. `Maar het is de stilte van staanders, altijd geladen met onraad; hun geur hangt er altijd aan.'

Van dagdier werden Nederlandse dassen nachtdier, maar dat bracht ze niet veel respijt. In overeenstemming met de werkelijkheid is er in het boek een letterlijke overkill aan dassen. Om de paar bladzijden wordt wel een hoofdpersoon of een van zijn kennissen over de kling gejaagd, na in een klem of strik te zijn geraakt of anderszins te zijn gepijnigd. De boodschap wordt duidelijk, het je inleven in hoofdpersonen wat lastig. Nadrukkelijk onderdeel van de romantiserende verhaallijn is ook de natuuridylle. De natuurbeschrijvingen zijn vaardig maar ouderwets bloemrijk, met allitererende zachte zomerbriesjes of een winterzon die baadt in een rood vuur.

De groene stilte komt nooit weerom; een boek dat die probeert op te roepen is dus per definitie nuttig. Maar de meerwaarde ligt toch vooral op het vlak waarop Das & Boom zo lekker thuis is: het aandragen van feiten en het scherp beschrijven van een tekort schietende overheid. Werkelijk leerzaam is het laatste deel, waarin het begin van de tegen-de-bierkaai-club Das en Boom – in het boek `Dassenland' – wordt beschreven. De komst van de A73 en de eindeloze nieuwbouw rond voorheen kleine dorpen maken pas goed duidelijk, hoe willekeurig en inconsequent wordt omgesprongen met een officieel beschermde diersoort. Er zit weer voorzichtig wat groei in, maar er gaapt een kloof tussen theorie en praktijk van de natuurbescherming in dit land. En vooral dassen maken dat, al dan niet pratend, mooi duidelijk.

Jaap Dirkmaat en Geert van Moll: Greven. Lotgevallen van een dassenvolk. SUN, 232 blz. € 18,–