Amsterdamse Winterspelen

Over veel onderwerpen is te discussiëren. Soms is het zinvol, soms is het om te lachen en soms is het bijna sluitingstijd in de kroeg waar het gesprek plaatsheeft. Maar zal er ooit iemand zijn tijd hebben gestoken in een discussie over het organiseren van Winterspelen in Amsterdam? Ja, dat is gebeurd en wel in 1927.

De Zomerspelen van 1928 zouden in ieder geval al in Amsterdam zijn. Eén keer eerder waren de Winterspelen gehouden en daarbij was de afspraak dat hetzelfde land ook de grenzen zou openen in de winter. In eerste instantie was men het hier nog van plan ook, ondanks de kans dat dooi en regen zouden regeren in die tijd. Het was olympische deductie: een algemene regel stellen en daaruit een conclusie trekken. Gelukkig voor de sporters zag men de onhaalbaarheid in van deze manier van denken of, beter gezegd, van uitvoeren.

Het skiën kon wel eens lastig worden, had de organisatie al wel snel ingezien. Om dat probleem op te lossen, wilde men dit toernooi verhuizen naar Zwitserland, maar dan wel georganiseerd door een Nederlandse sportvereniging. Dat de Nederlandse Ski Vereniging pas op 8 oktober 1927 was opgericht, zag men blijkbaar niet als teken aan de wand van organisatorische onvolkomenheden. Als dat daadwerkelijk gebeurd was, had Nederland wel een primeur gehad: voor de eerste keer zou een olympisch toernooi in twee verschillende landen zijn afgewerkt. Nu was die eer voor Australië en Zweden in 1956, toen wegens verordeningen in Melbourne het paardrijden in Noord-Europa werd georganiseerd. Andere sporten als schaatsen en ijshockey hoefden toch geen probleem te zijn, had men besloten. Wikken, wegen en wel of niet van de nog zo jonge regel afwijken, zorgden voor hoofdbrekens bij het IOC. Laten we het maar niet doen, werd uiteindelijk besloten.

Daarmee werd naderhand gekozen voor de beste oplossing. Want het weer in Nederland van 11 tot en met 19 februari was om te huilen. Zo bekeek ik nog even de voorspellingen in de Volkskrant uit die tijd en het was binnen beter toeven dan buiten. Stormen, overstromingen en een opvallend tekort aan vorst. Goed: de hele wereld had kunnen kennismaken met het klunen, met het rennen met de schaatsen over land, want een andere oplossing was er niet geweest.

Waarbij ik nog één ding tegenkwam, dat dan wel niets met sport te maken heeft, maar wel mijn interesse opwekte. Net als in kranten van de jaren veertig werden er bij de vooruitzichten nooit de verwachte temperaturen vermeld. Alleen maar mededelingen over regen, zon en de windrichting, maar daar bleef het bij. Is er misschien een weerhistoricus die mij kan uitleggen waarom men toen niet wilde weten hoe warm het werd de volgende dag?

jurryt@xs4all.nl