15.000 recensies besproken

Het Times Literary Supplement, algemeen bekend als de TLS, heeft zijn honderdste verjaardag gevierd. Op 17 januari 1902 verscheen het eerste nummer, van boekbesprekingen waarvoor de krant zelf in zijn gebruikelijke indeling geen plaats had. Sindsdien is het blad zijn eigen leven gaan leiden, onder de hoede van de Times. Meer dan 5.100 nummers zijn er verschenen, altijd in hoofdzaak gevuld met boekbesprekingen met enige afleiding op de middenpagina's in de vorm van kunstkritieken, columns en brieven van lezers.

Als er dertig boekbesprekingen per week ingestaan hebben, wat zo ongeveer het gemiddelde is, komen we op een totaal van 150.000. Die vormen het onderwerp van het boek van Derwent May waarmee het eeuwfeest gevierd wordt. May is literair redacteur geweest bij verscheidene bladen: een echte man voor een boekenbijlage, die nu vijf jaar gewerkt heeft aan dit massale overzicht. Weinig lezers zullen wensen dat zij ook eens zo'n opdracht mogen vervullen.

Anonimiteit

The Critical Times staat vol informatie die liefhebbers van de Engelse literatuurgeschiedenis bij vlagen kan bezighouden. Niet iedereen weet dat Henry James in 1913 van de redactie een boek over Balzac ter inzage kreeg en erop antwoordde met een bespreking van vijfduizend woorden, die hij moest bekorten tot vierduizend. Weinig mensen weten dat E.M. Forster maar één keer voor de TLS geschreven heeft, over Jane Austen in 1932; dat de ene na de andere roman van Iris Murdoch in de jaren zestig terughoudend en afkeurend besproken werd, en dat Ted Hughes in de jaren tachtig telkens laag aangeslagen werd. Het animo voor dergelijke wetenswaardigheden verflauwt helaas wanneer ze pagina na pagina doorgaan. Wat welke bespreker 75 jaar geleden vond van welk boek van welke auteur hoeven wij niet meer te horen, ook niet als er een paar welgevormde zinnen geciteerd worden uit het stuk.

De aandacht zou langer vastgehouden worden als de voorbeelden van recensies met elkaar in verband gebracht werden om te laten zien hoe de stijl van boekbespreken veranderde, of hoe sommige besprekers consciëntieuzer tewerk gingen dan andere die wel eens overtuigender formuleerden, en wat voor verschil het maakte dat in 1974 de traditie van anonimiteit verbroken werd en de stukken voortaan gesigneerd werden.

De meeste lezers zullen nu, wanneer hun plezier in de tekstvoorbeelden begint te verflauwen, uitzien naar de verhalen over het blad als bedrijf. Hoe de oplage op- en neergegaan is (49.000 stuks op het hoogtepunt in 1950, nu ongeveer 35.000), hoe de Times-directie aan het begin en in verscheidene latere jaren heeft getwijfeld of deze uitgave wel de moeite waard was, hoe de spanningen zich lieten voelen tussen directie en hoofdredactie, hoe de medewerkers werden betaald. Uit sommige perioden zijn dramatische verwikkelingen te vertellen, zoals in 1905 tot 1908 toen de hoofdredacteur een Times Book Club had bedacht, een combinatie van uitleenbibliotheek en tweedehands boekhandel die voor de uitgevers onaanvaardbaar was. Zij zagen er concurrentievervalsing in en kregen na drie jaar hun zin: de Book Club werd opgeheven. Spannend is de geschiedenis vlak voor en na de Eerste Wereldoorlog toen Lord Northcliffe, de magnaat van de Daily Mail die in 1908 de Times gekocht had, zijn plan wilde uitvoeren om de TLS weer in de grote krant op te nemen – terug in de moederschoot. En dan is er natuurlijk de staking van 1978, toen de Times onverzoenlijk was geworden tegen de eisen van zijn drukkers en de bladen een jaar lang niet verschenen. Nieuwe bladen als The Literary Review en de London Review of Books sprongen in het gat op de markt.

In zulke verhalen komt de geschiedenis tot leven, en sommige andere zijn heel mooi behandeld zoals dat over Philip Guedalla en F.A. Simpson. Guedalla, een populaire historicus in de jaren dertig, had een boek van Simpson besproken over Lodewijk Napoleon en Frankrijk in 1848-56, en geschreven dat wanneer de auteur goede dingen te zeggen had, `(en hij had er nogal wat) hij regelmatig naar de achtergrond verdween om het de lezer in de oren te fluisteren in the privacy of a footnote.'

Jubileumnummer

Het was nog de tijd van anonieme recensenten, wat niet kon voorkomen dat vele historici Guedalla herkenden in deze en minder aardig geformuleerde opinies. Er kwamen protesten van aanzienlijke vakgenoten zoals G.M. Trevelyan en critici zoals Raymond Mortimer. Simpson wilde nooit meer een boek publiceren, was het verhaal. Hij was kapotgemaakt door een recensie. Als de lezer net overtuigd is dat die protesten terecht waren, vooral vanwege de anonimiteit, komt de conclusie; de studenten die Simpson kenden als docent in Cambridge zagen hem niet als zo ongelukkig, eerder als iemand die genoot van zijn tamelijk indolente leventje. Met meer van zulke tweezijdige waarnemingen had dit een boek kunnen worden om geen pagina van over te slaan. Nu is overslaan onontkoombaar, al verdient May bewondering: al die duizenden boekbesprekingen gewogen en te licht bevonden of zorgvuldig gekeurd, en samengevat in enkele zinnen van hemzelf en een paar citaten.

Wie te weinig tijd heeft voor het boek van Derwent May kan zich tevreden stellen met het stuk van Ferdinand Mount in de TLS van 18 januari, het jubileumnummer dat zich verder rustig aan zijn gewone werk houdt, behalve dat er ook een lang gedicht van Paul Muldoon in staat als verjaarswens. Mount zelf heeft een slecht begin gehad bij de TLS in 1967 toen zijn eerste roman weggemaaid werd in een bespreking. Hij is nog goed terechtgekomen: hij is nu de hoofdredacteur.

Derwent May: The Critical Times. The History of The Times Literary Supplement. Harper Collins, 606 blz. € 47,31

Gerectificeerd

De kop `15.000 recensies besproken' boven het artikel over de Times Literary Supplement (Boeken, 15.02.02) was onjuist. In het stuk werd berekend dat in dit Britse tijdschrift sinds 1902 ongeveer 150.000 recensies moeten zijn verschenen.