Van Vlijmen schrijft theatermuziek

Fluitiste Marieke Schneemann bezit dezelfde gedrevenheid als haar broer, de hoboïst Bart Schneemann. Haar karakter heeft Jan van Vlijmen als het ware gecomponeerd in zijn onstuimig Concerto Grosso (2001), woensdagavond in het Concertgebouw in première gebracht door het Asko Ensemble.

Aan Schneemanns ensemble van fluit, harp en altviool – naar de bezetting van Debussy's Deuxième Sonate – voegde Van Vlijmen een cymbaal toe. Zo stelt hij een solistisch kwartet tegenover een groter ensemble waarin blazers domineren. Donkere tinten zijn favoriet, de strijkers brengen geheimzinnige glazige kleuren aan. De altfluitsolo, superieur door Schneemann geblazen, is met alle égards behandeld. Het overige deel van het kwartet gaat te vaak ten onder in een totaalklank. Ik vind het overduidelijke theatermuziek. Opgejaagd als de onzichtbare protagonist is het alsof hij in de stokkende rusten steeds weer angstig omkijkt: gevaar loert overal.

Van gevaar is in Partiels (1975) voor achttien spelers van Gérard Grisey (1946-1998) geen sprake. Het werk is een onderdeel van een anderhalf uur durende cyclus. Wat een overgave en sereniteit, wat een typisch Franse élégance! Tijdens hun verblijf in de Romeinse Villa Medici (1972-1974) leerden Grisey en Tristan Murail de Italiaan Giacinto Scelsi kennen, befaamd om zijn mystiek getinte zoektochten naar het innerlijke van de klank. Precies datzelfde streefden deze Franse `spectrale' componisten na. Prachtig is hoe meteen in het begin de lage E in de trombone in een accoord verdwijnt, dat het boventonentimbre van het instrument over het hele orkest verdeelt. En een techniek als van de ringmodulator (maar elektronische muziek komt er niet aan te pas) voert van het ene timbrewonder naar het andere. Associaties met natuurtaferelen liggen voor het oprapen, zoals windvlagen in opstuivend woestijnzand, of sierlijk verschietende vissen in een diepzeetafereel.

Geestig is het slot: Schluss jetzt, fluistert er iemand uit het orkest. De slagwerker staat op met bekkens in zijn gespreide armen, maar juist als je de klap verwacht dooft het licht, gevolgd door veel hilariteit en gul applaus. Terecht, want er werd vol overgave gemusiceerd. Rihms Gejagte Form betekende een logische inleiding op Van Vlijmen, maar Birtwistle's Secret theatre vormde een veel te aards gevolg op Grisey's kleurenparadijs.

Concert: Asko Ensemble o.l.v. Stefan Ashbury, werken van Rihm, Van Vlijmen, Grisey en Birtwistle. Gehoord: 13/2 Concertgebouw Amsterdam.