Serviërs: verdachten moeten zich aangeven

Servische en Bosnisch-Servische leiders hebben door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagde verdachten opgeroepen zichzelf aan te geven. De oproep moet de samenwerking van de autoriteiten met het tribunaal in Den Haag versterken.

In de Servische hoofdstad Belgrado deed minister van Justitie Vladan Batic een beroep op de `pattriotische gevoelens' van de gezochten om zichzelf aan te geven en op deze manier de internationale druk op Servië te doen afnemen. Het Joegoslavië-tribunaal wil onder meer vier naaste medewerkers van de Joegoslavische ex-president Slobodan Miloševic berechten.

In Banja Luka, de hoofdstad van de Servische Republiek in Bosnië, riepen de autoriteiten de verdachten op zich binnen dertig dagen te melden. In dat geval geeft de regering hun `garanties', die neerkomen op het betalen van een eventuele borgtocht. De oproep komt enkele dagen voor het bezoek van de hoofdaanklager van het tribunaal, Carla Del Ponte. Zij reist vrijdag naar Bosnië om bij de regering aan te dringen op de uitlevering van de twee belangrijkste verdachten na Miloševic, de Bosnisch-Servische ex-president Radovan Karadzic en diens toenmalige legerleider Ratko Mladic.

De Servische premier Zoran Djindjic gooide gisteren olie op het vuur door te verklaren dat de verdachten geen genade verdienen. ,,Als ze zichzelf niet aangeven, zal Servië maatregelen nemen'', verklaarde hij in een interview met Servische media. ,,We zullen de toekomst van dit land niet op het spel zetten omdat sommigen niet in staat zijn het juiste te doen.''

De regering-Djindjic dreigt in tijdnood te komen. Het Amerikaanse Congres zal eind maart (opnieuw) beslissen over financiële hulp aan Servië. Vorig jaar stelde het Congres samenwerking met het tribunaal als voorwaarde voor hulp; in de vroege ochtend van 1 april werd prompt Miloševic gearresteerd. Zijn proces begon afgelopen dinsdag voor het Joegoslavië-tribunaal.

De Amerikanen eisen dit jaar opnieuw een betere samenwerking met het tribunaal alvorens zij hulp geven. De uitlevering van enkele verdachten in de komende weken, vrijwillig of niet, zou de regering-Djindjic dus goed uitkomen.

Een van hen, Miloševic' vroegere legerleider generaal Dragoljub Ojdanic, liet gisteren in een vraaggesprek weten zich zeker niet zelf aan te geven en sowieso alleen voor een Servische rechtbank terecht te willen staan. Ojdanic wordt gezocht voor oorlogsmisdaden in Kosovo. Hij was legerleider tijdens de oorlog om Kosovo in 1999.