Salt Lake Smitty

Onze jongens en meisjes (zoals IOC-lid Anton Geesink ze nog altijd noemt) op de Olympische Winterspelen in Salt Lake City doen behalve in medailles en records ook in bijnamen. De meest gebruikte moet de Beer van Lemmer zijn voor de forse Fries Rintje Ritsma. Minder bekend is hij als de Lemster

Beachboy, wegens zijn voorliefde voor watersporten in de zomer. Gianni Romme is de Double Dude (dude is Engels voor kerel), een hommage aan zijn triomf van 4 jaar geleden, toen hij beide lange afstanden won.

Hij kreeg die naam van zijn coach, de Amerikaan Peter Mueller, die zelf voor zijn vele successen als trainer de King Midas van het schaatsen genoemd. Koning Midas is een mythologische figuur, bij wie alles wat hij aanraakte in goud veranderde (helaas inclusief zijn eten en drinken).

Mueller trouwde niet lang voor de Spelen met zijn pupil Marianne Timmer ofwel Timmertje. Dat is meer een koosnaam dan een bijnaam en vergelijkbaar met Keessie. Kees Verkerk, de kasteleinszoon uit Puttershoek, was de olijke helft van het duo Ard en Keessie, van wie de eerste om zijn blonde lokken en rijzige gestalte de Viking werd genoemd.

Wat voor Timmertje geldt, gaat ook op voor Greta Smit, de bloembindster uit Rouveen: Smitje bekt lekker, maar zegt niets over haar uiterlijk of prestaties. Haar sponsor zag haar in een landelijke advertentie al triomferen in Salt Lake Smitty.

De dans om het goud wordt uitgevoerd op het snelste ijs ter wereld, geprepareerd door Marc Norman, de ijsmeester die in het blad `Popular Science' tot Dr. Freeze gepromoveerd werd.

Spectaculairste onderdeel bij het schaatsen is de 500 meter. Jaren werd de kortste afstand gedomineerd door Hiroyasu Shimizu, afkomstig uit het keizerrijk Japan en dus getooid met de erenaam de Keizer of, voluit, de Keizer van de Korte Afstand. Grootste concurrent is de Canadees Jeremy Wotherspoon, ook wel the Spoon (de Lepel) geheten, omdat hij, mits hij overeind blijft, zijn tegenstanders uit zijn hand laat eten.

Van de Nederlandse topsprinters heet Jan Bos Catman, vanwege zijn katachtige stijl, en Erben Wennemars de Brokkenpiloot, omdat hij nog wel eens uit de bocht wil vliegen. Zichzelf typeerde hij, verwijzend naar zijn molenwiekende armen, eens als Kees Roeiboot.

Maar niet alleen de schaatsbaan, ook de skipiste levert de nodige namen op. De Italiaan Alberto Tomba ging zo hard in de afdaling dat hij de voor de hand liggende bijnaam Tomba la Bomba – Tomba de Bom – kreeg.

Zijn opvolger in ongenaakbaarheid was Hermann Maier, die de Herminator werd, een verwijzing naar de film `The Terminator' (de Afmaker), hoogtepunt in de carrière van de van oorsprong eveneens Oostenrijkse acteur Arnold Schwarzenegger. Het bleek een productieve bijnaam, dat wil zeggen dat er varianten op ontstonden. Nu Maier wegens een blessure ontbreekt, wordt zijn favorietenrol overgenomen door Stephan Eberharter: de Stephanator.

Het leukste voorbeeld blijft de Brit Eddie Edwards, die aan de spelen van 1988 in Calgary de spotnaam Eddie the Eagle overhield. Hij nam aan het schansspringen deel met meer doodsverachting dan techniek, reden waarom hij door het tijdschrift `Sport International' werd omschreven als de Inspecteur Clouseau van het skispringen.

Deze Winterspelen vormen de laatste kans voor de Amerikaanse skister Picabo Street. Als ze de eindstreep haalt, want ze maakt er een gewoonte van te vallen en daarbij van alles te breken. Vandaar haar bijnaam Dead End Street. Niet zonder reden noemt ze in haar autobiografie de afdaling de Dans met de Dood.