`Recherche werkte wel integer'

De rechercheurs die de `Puttense moordzaak' onderzochten voelen zich geschoffeerd, zo bleek gisteren bij de nieuwe behandeling van de moord.

Ruim 160 kantjes in een schrift schreef verdachte Gerrit Schuchard in de Puttense moordzaak vol tijdens de politieverhoren in 1994. ,,Een ontroerend document'', noemde raadsheer H. Poelman van het Leeuwarder gerechtshof het dagboek gisteren op de derde dag van de getuigenverhoren in de heropende zaak van de moord op de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius. Schuchard, schoonvader van de in 1995 veroordeelden Herman Du Bois en Wilco Viets en ,,kroongetuige'', was bang en wanhopig. Bang dat hij zijn vrouw Teuntje niet meer zou zien. De verbalisant zou Schuchard hebben gedreigd Teuntje ,,kapot'' te maken als hij niet ,,met een ander verhaal'' zou komen. ,,Maar ik heb geen ander verhaal, dan dat ik niet weg ben geweest.'' Zijn verhoorder van destijds, M. van Dijk, heeft van angst niks gemerkt, zei hij gisteren voor het hof in Leeuwarden. Mede op grond van de verklaring van Schuzard en de bekentenissen van Du Bois en Viets werd het tweetal door het gerechtshof in Arnhem in 1995 veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens verkrachting en moord op de Ambrosius. Het tweetal kwam vorig jaar op vrije voeten. Na een derde herzieningsverzoek bepaalde de Hoge Raad vorig jaar dat het onderzoek naar de moord heropend moest worden. Het Leeuwarder gerechtshof hoort ruim dertig getuigen en deskundigen.

Het is een zonnige middag, 9 januari 1994. Christel Ambrosius fietst naar het huis van haar oma aan de rand van het bos in Putten. Ze arriveert daar om kwart over vier. De laatsten die haar levend zien, zijn haar oom en tante, die aan de Bosrand wonen. Haar tante zwaait en Christel zwaait terug. Oma blijkt echter niet thuis. Als ze ongeveer anderhalf uur later thuiskomt, treft zij haar kleindochter dood aan in de woonkamer. Het slachtoffer blijkt verkracht en vermoord. Herman Du Bois en Wilco Viets worden aangehouden, alsmede hun schoonvader Schuchard en Willem Bettink, die bij Schuchard en zijn vrouw woont. Afwisselend leggen Du Bois en Viets tijdens de verhoren bekennende en ontkennende verklaringen af. Datzelfde geldt voor Schuchard. Hij trok dinsdag zijn bekentenis in, dat hij door een raampje van de woning Du Bois en Viets met Ambrosius had gezien. Hij had die bekentenis onder druk afgelegd. ,,Ik heb gezegd dat ze geen onschuldigen kunnen opsluiten. Ik was bang. Ik had Wilco en Herman weer zwart gemaakt'', schrijft hij in zijn dagboek.

De rechercheurs ontkenden dat ze de verdachten en getuigen onder druk hadden gezet. Goed, er werd wel eens met de vuist op tafel geslagen, maar geraasd, getierd en gedreigd werd er zeker niet. ,,Het is diep en diep triest. Je deed integer werk en nu krijg je al het vuil over je heen gestort'', zei rechercheur G.J.M. Brandts.

De als deskundige gehoorde prof.dr. P.J. van Koppen, psycholoog bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, verklaarde het opvallend te vinden dat de verdachten zoveel verschillende verklaringen aflegden. ,,Meestal vertellen verdachten na een bekentenis meer. Deze verklaringen springen echter alle kanten uit en spreken elkaar tegen.'' Het verbaasde hem dat de politie hen daar niet meer mee had geconfronteerd. ,,Het leek wel of de verhoorkoppels hun werk in het donker moesten doen. Er is door de leiding weinig sturing gegeven aan het verhoorproces.''

Bij toewijzing van het herzieningsverzoek speelde de verslepingstheorie een grote rol. Tijdens het onderzoek bleek destijds al snel dat het sperma op het lichaam van Ambrosius, niet overeenkwam met het DNA van beide verdachten. De Nijmeegse gynaecoloog T. Eskes verklaarde hierover eerder dat dit sperma van een vrijwillige geslachtsgemeenschap kon zijn en tijdens de verkrachting naar buiten kon zijn gesleept. Later trok hij deze theorie in.

Het Openbaar Ministerie in Leeuwarden gaf het Nederlands Forensisch Instituut onlangs opdracht om nieuw DNA-onderzoek te verrichten naar onder meer het bloed in het slipje van Ambrosius, aanrakingssporen op haar kleding en het tandje, dat naast haar lichaam werd gevonden. Gedetineerden in het Huis van Bewaring in Grave verklaarden dat Viets indertijd zou hebben gezegd dat hij een melktandje uit zijn ring was verloren. Verder wordt de ,,geleiachtige substantie'' op het dijbeen van Ambrosius met nieuwe indrogingstechnieken onderzocht.

Het OM kan een straf eisen tot tien jaar cel, maar ook vrijspraak. De advocaat van de veroordeelden G.J. Knoops liet eerder weten een fikse schadevergoeding te eisen als vrijspraak volgt. Hij wilde niet ingaan op de vraag of hij DNA van de oom van het slachtoffer zal vragen af te nemen. ,,Het ligt nogal gevoelig. Ik kan alleen zeggen dat dit punt onze aandacht heeft.''