Politieke spanning loopt op in Moldavië

In de Moldavische hoofdstad Chisinau zijn gisteren twintigduizend betogers de straat opgegaan voor een demonstratie tegen de communistische regering.

Aanleiding voor de betoging was ditmaal niet alleen de invoering van het Russisch als verplicht vak op alle scholen – daartegen wordt al wekenlang elke dag gedemonstreerd door tussen twee- en vijfduizend mensen – maar ook de invoering van een nieuw geschiedenisboek op de scholen in Moldavië. In dat leerboek worden de Moldaviërs weer, net als in de communistische tijd, omschreven als etnische Moldaviërs, een volk dat in theorie niets te maken heeft met de Roemenen en dat ook geen Roemeens spreekt.

Zelf zien de Moldaviërs, en zeker de nationalisten onder hen, dat anders. Zij voeren aan dat het nieuwe leerboek een vervalst beeld van de geschiedenis geeft door de banden met de Roemenen en de Roemeense wortels te ontkennen. In het midden van de jaren negentig heeft de `Moldavische kwestie' het land lang verdeeld.

Moldavië heeft tot het Molotov-Ribbentrop-pact in 1939, als onderdeel van Bessarabië, deel uitgemaakt van Roemenië; men sprak er Roemeens. Na de Sovjet-annexatie van 1939 en de herovering van het gebied door het Rode Leger in 1944 werd de taal opeens Moldavisch genoemd; het latijnse schrift moest plaatsmaken voor het cyrillische. De bewoners is tot het eind van de Sovjet-Unie in 1991 wijs gemaakt dat het Moldavisch en het Roemeens verschillende talen zijn. De Moldavische christen-democraten ijveren sinds de onafhankelijkheid van het land in 1991 voor aansluiting bij Roemenië.

De demonstranten blokkeerden gisteren in Chisinau het verkeer, hieven spreekkoren aan en zwaaiden met Moldavische en Roemeense vlaggen. Incidenten deden zich niet voor. De betoging werd georganiseerd door de belangrijkste oppositiepartij, de Christen-Democratische Volkspartij PPCD. De leider van die partij, Iurie Rosca, riep gisteren voor het eerst op tot een nationale staking en de afzetting van de regering. ,,De strijd tegen de communistische hydra begint nu – hij zal lang duren'', aldus Rosca in een toespraak tot de demonstranten. De PPCD werd op 22 januari door de regering voor een maand geschorst als `straf' voor de weigering van de PPCD, de dagelijkse demonstraties niet voor het parlement te houden. De Raad van Europa tekende bezwaar aan tegen die schorsing en vroeg de regering op opheldering. Daarop werd de schorsing opgeheven.