Journalist Pearl is `vermoedelijk dood'

De Amerikaanse journalist Daniel Pearl, die vorige maand in Pakistan werd ontvoerd, is vermoedelijk dood. Dat heeft de belangrijkste verdachte in de zaak, de in Groot-Brittannië geboren militant Sheikh Omar, vanochtend verklaard voor een rechtbank in de Pakistaanse havenstad Karachi.

,,Voor zover ik weet is hij dood'', zei Omar tegen de rechter. Ook zei hij op een vraag van de rechter dat hij Pearl op 23 januari heeft ontvoerd. Hij zei er zijn redenen voor te hebben gehad. ,,Ons land moet zich niet laten gebruiken door de Verenigde Staten'', aldus Omar voor de rechter.

Omar wordt gezien als een van de leiders van de verboden islamitische beweging Jaish-e-Mohammed, die op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties staat. De Pakistaanse politie meldde kort na zijn aanhouding, dinsdag in Lahore, dat Omar had gezegd dat Pearl nog in leven was.

Over het lot van Pearl (38) bestaat al drie weken onduidelijkheid. Ondanks een grote klopjacht van de Pakistaanse autoriteiten heeft de politie hem nog altijd niet gevonden. In een e-mail liet de tot voor kort onbekende Beweging voor het Herstel van de Soevereiniteit van Pakistan weten dat zij met de ontvoering van Pearl de vrijlating van Pakistaanse gevangenen in Afghanistan en op de Amerikaanse basis in Cuba wilde afdwingen.

Pearl, verslaggever van de Wall Street Journal, probeerde voor zijn ontvoering in contact te komen met radicale islamitische groepen in Pakistan. Hij werkte aan een verhaal over mogelijke banden tussen de Brit Richard Reid en het terroristennetwerk Al-Qaeda van Osama bin Laden. Reid werd in december aangehouden toen hij met een in zijn schoenen verstopte bom een vliegtuig wilde opblazen.

Sheikh Omar werd in 1994 al eens in India gearresteerd op verdenking van de ontvoering van vier toeristen in Kashmir. Eind 1999 werd hij vrijgelaten tijdens de kaping van een vliegtuig van Indian Airlines, dat met 155 passagiers van Kathmandu naar New Delhi vloog, maar na een aantal korte vluchten enkele dagen bleef staan op de luchthaven van de Afghaanse stad Kandahar. Behalve Omar liet de Indiase regering toen nog twee militanten vrij om een einde te maken aan de kaping.

Volgens de Indiase autoriteiten heeft Sheikh Omar bovendien vorig jaar 100.000 dollar overgemaakt aan Mohammed Atta, een van de piloten die op 11 september vorig jaar op het World Trade Center in New York invlogen.