Irak in gevaar: ook `duif' Powell wil actie

Saddam Hussein is het volgende doelwit in de oorlog tegen het terrorisme. Maar concrete actie van de VS is niet op korte termijn te verwachten.

De Iraakse president Saddam Hussein moet toch echt gaan uitkijken: niet alleen de haviken in Washington zeggen dat hij weg moet, ook een betrekkelijke duif als minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zit nu officieel op die lijn. Het is niet duidelijk of hij is overtuigd door de argumenten van de haviken dat Saddams massa-vernietigingswapens een bedreiging voor de mensheid vormen, of betere tijden voor zijn voorzichtiger benadering afwacht.

Maar zijn mededeling van gisteren dat de regering ,,een verscheidenheid aan opties bestudeert'' om een wisseling van de wacht in Bagdad te bewerkstelligen, onderstreept nog eens dat alle neuzen in Washington nu één kant op wijzen. Op dit moment tenminste, want de definitieve beslissing is nog niet genomen. En hoe duurzaam zijn de Amerikaanse keuzes? Na de State of the Union-toespraak van de president ging de meeste aandacht immers nog uit naar Iran, dat dezer dagen althans in Powells uitspraken weer een beetje uit de `As van het Kwaad' is gevallen.

Vorige week al zei Powell dat de VS desnoods alleen zullen handelen tegen Irak als de bondgenoten niet willen meedoen. Die zijn inderdaad buitengewoon weinig enthousiast om aan een avontuur in Irak deel te nemen of dat anderzins te steunen. Er zijn landen die economische belangen in het huidige Irak hebben: Rusland, Frankrijk en vele andere. Er zijn landen die liever de door de VN-sancties ingedamde Saddam hebben, die ze kennen dan een onbekende die er een bloedige bende van maakt en het etnisch en religieus verdeelde land laat uiteenvallen: de hele regio. Dan zijn er nog de vele (Derde Wereld)landen die menen dat Amerika weer eens zijn arrogante wil aan de wereld wil opleggen om zijn oliebelangen veilig te stellen. En iedereen vreest een uit de hand lopend conflict in een gebied dat een gigantisch deel van de olievoorraden van de wereld herbergt (bewezen oliereserves: 1: Saoedi-Arabië, 2: Irak, 3: Koeweit, 4: Iran en dan een hele tijd niks).

Saddam is dus het volgende doelwit van de oorlog tegen het terrorisme, maar concrete actie is niet op korte termijn te verwachten. In elk geval zullen de VS wachten op de verlenging van de VN-sancties in mei, wanneer de Veiligheidsraad eens te meer de terugkeer van de eind 1998 vertrokken wapeninspecteurs naar Irak zal eisen. Een weigering van Irak kan dan een ingrijpen rechtvaardigen.

Volgens alle berichten uit Washington is de Amerikaanse regering het nog niet eens wie er na Saddam aan de macht moet komen, hoe de machtswisseling precies moet worden bewerkstelligd, en dan zonder dat Israël, Amerika's beste bondgenoot, door een Saddam-in-doodsnood met chemische of biologische wapens wordt bestookt. Diverse opties doen de ronde, van clandestiene actie aan het ene uiteinde van de schaal tot de inzet van 500.000 man Amerikaanse grondtroepen die het land zouden moeten binnenvallen en bezetten. Er wordt gedacht aan luchtbombardementen, die Saddams elitetroepen tot rebellie zouden moeten aanzetten, en aan een rol voor de Iraakse oppositie, met name het overkoepelende Iraakse Nationale Congres (INC) en de Koerden, die in autonoom Noord-Irak al over gewapende eenheden beschikken. Het probleem is echter dat het INC zwak en versnipperd is, en nauwelijks een basis in Irak heeft, en de Koerden geen grote voorstanders van militair ingrijpen zijn. Zij verdienen goed aan de smokkel van Saddams olie, en ze herinneren zich hoe Saddams in de Golfoorlog verslagen troepen in 1991 hun opstand neersloegen.

En Saddam? Hij is bezig met een internationaal charmeoffensief – zou hij niet tijdig toch maar weer de wapeninspecteurs binnenlaten om de Amerikanen de voet dwars te zetten? Misschien. Aan de andere kant heeft Saddam wel eens eerder de stemming bij de tegenpartij verkeerd beoordeeld – met zijn inval in Koeweit bij voorbeeld. In elk geval onderstreepte vice-president Taha Yassin Ramadan gisteren dat er geen noodzaak is voor de terugkeer van ,,de spionnen van de inspectieteams''.