`Hbo-financiering is de oorzaak van fraude'

Het financieringsstelsel in het hoger onderwijs lokt fraude uit, menen hbo-instellingen. De Kamer wil daarom dat de minister het stelsel aanpast.

Het is vragen om moeilijkheden, vindt voorzitter Frans Leijnse van de HBO-raad, de verenigde hogescholen. ,,De overheid betaalt puur voor rendement van instellingen, maar wordt tegelijk steeds zuiniger. Dan is het niet zo vreemd dat instellingen calculerend gedrag gaan vertonen.'' Gisteren werd hij over de kwestie gehoord door de Tweede Kamer.

Nu de accountants van het ministerie van Onderwijs bezig zijn met een grootschalig onderzoek naar mogelijke fraude met inschrijvingen van studenten, komt de oude kritiek op het stelsel in het hoger onderwijs weer boven. Dat er regels in het hbo overtreden zijn, wordt steeds duidelijker. Minister Hermans (Onderwijs) gaf de Tweede Kamer al aan dat er ,,hier en daar creatief'' met de regels wordt omgegaan.

Hermans' onderzoek, dat zich beperkt tot zes verdachte hogescholen, richt zich vooral op de vraag of zij Belgische studenten hebben ingeschreven, die niet of nauwelijks college volgen en toch een diploma halen. Hierdoor zouden zij ten onrechte subsidie hebben verkregen. Leijnse erkende daarop dat zes niet met naam genoemde hogescholen zich ,,mogelijk'' schuldig maken aan ,,ondoelmatig gebruik gemaakt van rijksmiddelen''. De Hogeschool van Utrecht heeft al toegegeven dat zij constructies hebben bedacht die ,,achteraf niet fraai'' zijn.

De Tweede Kamer, de hogescholen, de studentenbonden, allemaal vinden zij dat de geur van fraude die het hbo nu omgeeft, mede te wijten is aan de manier waarop de overheid de hogescholen bekostigt. Gisteren kwam daar nog een onverwachte bondgenoot bij: ook oud-minister J. Ritzen (PvdA, Onderwijs), nota bene de uitvinder van het stelsel, zei op het tv-programma NOVA dat hij zijn opvolger Hermans bij diens aantreden al gewaarschuwd heeft voor negatieve effecten van het stelsel. ,,Als je scholen geld geeft op basis van het aantal studenten dat afstudeert, dan loop je een risico. Dat moet je goed controleren.''

Begin jaren negentig gooide Ritzen de manier van bekostiging in het hoger onderwijs om. Universiteiten en hogescholen, die tot dan toe puur betaald werden op basis van het aantal ingeschreven studenten, moesten meer op kwaliteit en resultaat worden `afgerekend'. Een goede hogeschool was in Ritzens ogen één waar weinig studenten uitvallen en studenten snel een diploma halen, en die moest beloond worden. Bovendien moesten instellingen zo, in een tijd van bezuinigingen, gedwongen worden efficiënter werk te leveren.

Na een paar tussentijdse aanpassingen is het nu zo geregeld: de hogescholen hebben samen anderhalf miljard euro te verdelen, afhankelijk van een ingewikkelde formule waarin vooral gekeken wordt naar aantallen en resultaat. Opleidingen waar studenten snel afstuderen, worden beloond. Datzelfde geldt voor opleidingen waar weinig studenten afvallen. Hiermee zijn `punten' te behalen, waarmee zij meer geld uit de pot krijgen. Dit gaat al snel over een paar ton per opleiding.

Het idee, inzetten op resultaat, mag dan aardig lijken, in de praktijk kan dit tot ongezonde praktijken leiden, vindt voorzitter Leijnse van de HBO-raad. ,,Instellingen worden gedwongen met nieuwe opleidingen te komen, om maar zo veel mogelijk studenten te trekken. Het verstrekken van diploma's is een zaak van overleven geworden.''

Leijnse wijst op de forse toename van nieuwe opleidingen, die op dit moment in het hbo speelt. Via populaire nieuwe studies als Food and Business proberen zij de instroom op peil te houden. ,,We zitten gevangen in het marktdenken'', zei bestuursvoorzitter J. Tuytel van de Hogeschool Rotterdam onlangs. ,,Een nieuwe opleiding in de markt zetten trekt nu eenmaal extra studenten.''

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer is het hier mee eens, maar vindt dat de hogescholen zich niet achter de wet mogen verschuilen. Kamerlid M. Hamer (PvdA): ,,De wetgeving moet dringend aangepast worden, maar dat rechtvaardigt misbruik ervan niet.'' Zij vindt dat Hermans haast moet maken met een nieuw stelsel van financiering. ,,Iedereen is het erover eens dat er iets moet gebeuren, maar er verandert ondertussen geen snars.'' Kamerlid U. Lambrechts (D66) zei: ,,We zitten met een verouderd systeem, dat heeft de fraudezaak wel aangetoond. Maar de aangekondigde alternatieven blijven uit.''