Drama op Nederlandse thuismarkt

ABN Amro heeft op de Nederlandse markt een zwaar jaar achter de rug. Het resultaat halveerde en de reorganisatie pakte veel duurder uit.

Kan het nog slechter gaan in Nederland? Vorig jaar was het binnenlandse bankbedrijf bij ABN Amro nog het grootst; dit jaar passeerde de omvang van de Amerikaanse activiteiten die van Nederland. Een blik op de winst levert een nog dramatischer beeld op: een val van 57 procent in Nederland. De kantoren in Brazilië leveren bijna twee keer zoveel resultaat op, de Verenigde Staten genereren bijna vijf keer zoveel winst. De markt voor particulieren en midden- en kleinbedrijf blijft de belangrijkste winstmaker van het concern. Retailbankieren is niet zo spannend als zakenbankieren, maar levert een stabielere winst op doordat het minder conjunctuurgevoelig is. Het is ook minder kapitaalintensief, waardoor het rendement op ingezette middelen hoger is. En dat is sinds het aantreden van bestuursvoorzitter Rijkman Groenink een van de belangrijkste meetlatten.

De minder risicovolle activiteiten met particuliere cliënten en het midden- en kleinbedrijf, van het ouderwetse sparen tot verkoop van verzekeringen, staan daarom weer centraal in de strategie van de bank. De ambitie om te groeien als zakenbank (fusies, overnames) had ABN Amro vorig jaar al, mede onder invloed van het slechte beursklimaat, opzijgezet.

Op de Nederlandse thuismarkt heeft de bank de afgelopen jaren echter veel terrein verloren. ABN Amro is in 2001 begonnen met een grote reorganisatie, die niet onopgemerkt voorbij is gegaan. Groenink zei vanmorgen trots te zijn op zijn medewerkers die ondanks de sanering ,,zich steeds zijn blijven inzetten voor een optimale dienstverlening aan onze klanten''. De cijfers lijken dat de tegen te spreken. De grote onrust onder het personeel heeft het Nederlandse bankbedrijf geen goed gedaan. De nettowinst van de Nederlandse divisie daalde met meer dan de helft, van 450 miljoen euro tot 195 miljoen euro. De belangrijkste inkomstenstromen, uit rente en provisies, zijn verder teruggelopen.

De herstructurering van het Nederlandse kantorennetwerk heeft inmiddels geleid tot het vrijwillige aangekondigde vertrek van 6.673 werknemers. In totaal wil de bank dat er tegen eind 2003 ruim 6.000 voltijdbanen zijn verdwenen van de 29.000 arbeidsplaatsen. Als onderdeel van de sanering wordt het kantorennetwerk teruggebracht van 830 kantoren tot 570 bankwinkels (voor eenvoudige zaken, zonder loketten) en 78 advieskantoren. Eind 2002 jaar wil de bank het concept landelijk hebben uitgerold.

Het `enthousiasme' van ABN-Amropersoneel voor de vertrekregeling heeft inmiddels ook een keerzijde, zo bleek vanmorgen. Bij de groep opstappers zat meer hoger (en duurder) management en meer ouder personeel dan door de bank aanvankelijk was ingeschat. Een dure misschatting. De bank heeft een extra voorziening moeten treffen van 147 miljoen euro. Voor de Nederlandse divisie is het een meevaller dat deze voorziening niet in de winst- en verliesrekening is opgenomen, want dan was er van het divisieresultaat van 195 miljoen euro niet veel meer overgebleven. De bank verantwoordt het bedrag onder de post buitengewone lasten van het hoofdkantoor.

De meeste vertrekkers bij ABN Amro moeten de bedrijfspoort nog daadwerkelijk verlaten. In het vierde kwartaal van 2001 hebben 809 werknemers dat gedaan. De omvangrijke reorganisatie heeft echter ook geleid tot vertrek van werknemers voor wie niet meteen geschikte vervangers klaarstonden. Daardoor moeten nu al weer 582 nieuwe krachten worden ingehuurd.