De Frits van Turenhout-economie

Hoe zal het verder gaan met de Nederlandse economie? Vanmorgen berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de economische groei in het vierde kwartaal vlak was ten opzichte van het derde kwartaal, en nog maar 0,4 procent bedroeg ten opzichte van een jaar eerder. Voor heel 2001 levert de procentuele kwartaalgroei een verloop op dat sterke associaties oproept met de voormalige sportcommentator Frits van Turenhout; eerste kwartaal: 0,0. Tweede kwartaal: 0,3. Derde kwartaal: 0,0. Vierde kwartaal: 0,0. Dat maakt van 2001 het jaar van de stagnatie. Geen groei, geen krimp, maar pas op de plaats. Enkel op jaarbasis, ten opzichte van 2000, was er in heel 2002 nog een groei van 1,1 procent.

Vraag is nu hoe het de economie in 2002 vergaat. Internationaal gezien is het vierde kwartaal van 2001 al uitgeroepen tot een `reparatieperiode'. De opgebouwde overcapaciteit in het bedrijfsleven wordt met een val van de investeringen langzaam opgeruimd. En op de opgebouwde voorraden, die nieuwe productie in de weg staan, wordt ingeteerd. Dat lijkt, gezien de cijfers van het CBS van vanmorgen, ook in Nederland het geval. De investeringen bleven, op jaarbasis, dalen met 1 procent. De grootste dip, in het tweede kwartaal, lijkt daarmee achter de rug. De voorraden krompen in het vierde kwartaal zeer sterk, met 1,5 procent, en de industriële productie kelderde met 3 procent op jaarbasis.

In de startblokken dan maar, voor 2002? Dat hangt vooral af van de vraagkant van de economie. De overheid zal haar steentje blijven bijdragen: de overheidsconsumptie blijft al vijf kwartalen lang stabiel toenemen met 3 procent, en er valt niet te verwachten dat die zich zal wijzigen. De buitenlandse vraag, die de export moet behoeden voor een herhaling van de forse krimp met 4,1 procent in het vierde kwartaal, hangt geheel af van het aantrekken van de conjunctuur om ons heen.

Blijft over de binnenlandse consumptieve vraag. Trekken de consumentenbestedingen, goed voor 60 procent van de vraagzijde van de economie, weer aan na hun magere groei van 1,2 procent in 2001? Dat hangt af van de grote onbekende factor voor het komende jaar, de koopkracht. Met een inflatie die niet of nauwelijks wordt goedgemaakt door de loonstijging, stijgende lasten uit met name pensioenen en ziektekosten en – belangrijk – een stagnerende huizenmarkt en forse schuldpositie, moet er heel wat gebeuren voordat de consument de fakkel weer overneemt. Tot daar meer duidelijkheid over is, is een voortzetting van de Van Turenhout-economie voor de start van 2002 voorlopig de beste hypothese.