Bolívar daalt 19 procent na ontkoppeling

De koers van de Venezolaanse munt, de bolívar, is gisteren met bijna eenvijfde gekelderd na de verrassende beslissing van president Hugo Chávez om de koppeling met de Amerikaanse dollar los te laten.

Chávez nam dat besluit op dinsdagavond, nadat de kapitaalvlucht van de laatste weken de waarde van de bolívar steeds verder had uitgehold. In 2002 namen de deviezenreserves van Venezuela daardoor totnutoe met 2 miljard dollar (2,3 miljard euro) af.

De bolívar was de laatste Zuid-Amerikaanse munt die aan de Amerikaanse dollar was gekoppeld en mocht alleen fluctueren binnen een vastgestelde bandbreedte. De munt devalueerde zo'n 10 procent per jaar ten opzichte van de dollar in een zogenoemde `crawling peg'. Eind vorig jaar gaf Argentinië na ruim tien jaar de vaste één op één-koppeling van de Argentijnse peso met de dollar op. Sinds begin deze week zweeft de Argentijnse peso vrij ten opzichte van de dollar.

Gingen er voor het besluit om te ontkoppelen ruim 793 bolívar in een dollar, na de koersval van gisteren waren dat er ruim 980, een waardeverlies van 19 procent. De koersval was eerder op de dag nog groter, maar steunaankopen door de centrale bank ter waarde van 70 miljoen dollar bedaarden de koers enigszins.

Volgens lokale economen was de bolívar onder de dollarkoppeling tussen de 30 en 50 procent overgewaardeerd geraakt. Valutahandelaren gingen er gisteravond vanuit dat als de handel vandaag wordt hervat, de bolívar verder kan zakken tot 1.200 per dollar.

Voor de banken en wisselkantoren in Caracas vormden zich gisteren lange rijen mensen die probeerden dollars te bemachtigen. Bij sommige wisselkantoren raakten de dollars in de loop van de dag op.

De val van de bolívar kan de inflatie ver opdrijven. Anders dan Argentinië, dat een groot deel van zijn dagelijkse consumptiegoederen zelf produceert, is Venezuela sterk afhankelijk van import. Hogere invoerprijzen, gerekend in bolívar, sijpelen zo snel door in het binnenlandse prijspeil. Analisten gaan er van uit dat de inflatie zo kan oplopen van 12,3 procent nu tot tussen de 50 en 60 procent verderop in het jaar.

Venezuela, de vierde olie-exporteur ter wereld, profiteerde tot een half jaar geleden van de hoge olieprijs. Sinds de olieprijzen op de wereldmarkt sterk zijn gedaald na september, zijn er grote tekorten ontstaan op de begroting, die voor bijna de helft afhankelijk is van belastingopbrengsten op de olie-export.

President Chávez kondigde dinsdag, samen met het laten zweven van de wisselkoers van de bolívar, ook harde bezuinigingsmaatregelen aan. Economen vrezen echter dat hij straks alsnog de salarissen in de publieke sector fors zal moeten verhogen om de koopkracht te behouden en zich te vrijwaren van de publieke woede over de gedaalde waarde van de bolívar en de oplopende inflatie, die in Argentinië zorgde voor protesten en chaos in het openbare leven.