Ammann in voetsporen van Nykänen

Verbazen deed de kleine Zwitser Simon Ammann vooral zichzelf. Na de gouden medaille op de 90 meter-schans veroverde hij gisteren de olympische titel op de 120 meter-schans. Een verbazingwekkende skispringer.

Een mannetje van net 53 kilogram vloog gisteren in Utah Olympic Park naar goud, geluk en glorie. Simon Ammann, een 20-jarige skispringer uit een miniscuul dorpje in Oost-Zwitserland, won drie dagen nadat hij de beste skiër was geweest op de schans van 90 meter de gouden medaille op de schans van 120 meter. Alleen de legendarische Fin Matti Nykänen was er eerder in 1988 in het Canadese Calgary in geslaagd tweemaal een gouden medaille bij de Winterspelen te veroveren.

Simmi, zoals de dorpsbewoners van Unterwasser hem liefkozend noemen, was geen favoriet voor de olympische titel. Dat was de Duitser Sven Hannawald, die na zijn successen in de Vierschansentournee in zijn eigen land al met Icarus werd vergeleken.

Maar waar in de persoon van Hannawald andermaal een favoriet op de Winterspelen faalde, slaagde de kleine, vederlichte Zwitser.

Na de eerste sprong stonden Ammann en Hannawald nog gelijk aan de leiding van het klassement met een afstand van 132,5 meter. Ammann voegde daar bij de tweede poging een afstand van 133 meter aan toe, terwijl zijn Duitse concurrent door een slechte landing terugviel naar de vierde plaats, achter de Pool Adam Malysz en de Fin Matti Hautamäki.

Ammann mag dan een merkwaardig mannetje zijn, hij is niet de mysterieuze sportman die de Fin Nykänen was. Nykänen was een in zichzelf gekeerde waaghals die in zijn vrije uren zijn toevlucht zocht tot alcohol en tal van andere roesmiddelen, om te ontspannen en zijn opwindende sprongen te kunnen afreageren.

Nykänen deed einde jaren tachtig de mensheid geloven dat skispringen een mythische vorm van leven was. De introversie van Finnen en hun hang naar gedurfde, eenzame vluchten van de skischans waren voer voor sportpsychologen. Hoe kwam het toch dat Finnen zo uitblonken in deze tak van sport?

Er is veel gezegd en geschreven over Finse skispringers. Helder was alleen dat skispringen zowat een volkssport is in Finland. Jongetjes springen al van jongs af van kleine schansjes in de hoop eens in het volle licht van de glorie te staan.

In de avonduren van de lange winternachten worden bij het licht van schijnwerpers overal in den lande wedstrijden gehouden. De sport wordt nog altijd door veel Finnen bedreven (nummer drie gisteren was de Fin Hautamäki), maar Oostenrijkers, Duitsers, Polen, Tsjechen, Noren, Zwitser en zowaar enkele Nederlanders kunnen het ook – over hen bestaan echter geen mythes.

Simon Ammann mag dan wel Harry Potter worden genoemd, omdat hij vaak zo verbaasd door de grote glazen van zijn bril kijkt, fantastische verhalen zijn over hem niet te schrijven. Hij springt al sinds hij jong is van een schans, zoals veel van zijn vrienden uit het skidorp Unterwasser domweg skiën. Het is een jongen die zich voortdurend wil verbazen, gewoon in het luchtledige springt en ziet wat er van komt. Angst om hard en ongelukkig te landen, heeft hij (nog) niet. `Simmi' vliegt gewoon graag. Vraag hem niet waarom.

Zoals dat gaat wordt Ammann nu al een `vogelmens' genoemd. Maar dat predikaat is alleen bestemd voor Nykänen, een man die slechts gelukkig was als hij van de schans afgleed om dan een handvol seconden te kunnen genieten van de stilte en van de wind in zijn gezicht en het lawaai van de toeschouwers beneden hem in zijn oren.

Toen Nykänen niet meer kon vliegen omdat zijn oude en versleten lijf niet meer met de thermiek kon spelen en hij zijn ski's niet meer wist te controleren, vluchtte hij nog meer dan voorheen in de alcoholische sferen. Seks, drugs en rock & roll waren voor Nykänen voor de hand liggende alternatieven.

Misschien dat Ammann als supporters van hem blijven eisen de gouden sprong van Utah Olympic Park nog eens over te doen of te verbeteren, misschien dat de vederlichte Ammann dan ook in geestelijke nood raakt. Misschien dat de angst dan ook vat op hem krijgt, de angst niet nog eens op de vleugels van geluk te kunnen meevliegen en de angst niet te kunnen landen zoals hij gewend is.

Zoiets overkwam de afgelopen dagen Sven Hannawald, de man die begin dit jaar nog superieur de prestigieuze Vierschansentournee won. Favoriet zijn in het schansspringen brengt ontegenzeglijk psyschisch zware lasten mee.

De wind, hoe staat de wind, te veel in de rug, te sterk, draaiend? Hoe reageren mijn ski's? Hoe kan ik mijn lichaam één laten zijn met mijn ski's? Simon Ammann dacht er nu slechts aan met positieve gevoelens. Hij ging gewoon, op de vleugels van het geluk dat hem een paar dagen eerder ook al goed gezind was.

En tot zijn verbazing kwam hij pas na 133 meter aan de grond. Hij trilde van verbazing en geluk. Simon Ammann was ineens een dolgelukkig mens. En toen na hem Hannawald uit balans raakte, kon hij zijn grote ogen niet geloven. Hij had weer een gouden medaille gewonnen.

Thuis in Unterwasser verbaasden vader en moeder zich met hem over de gelukkige escapades van de kleine Simon. Ze waren naar de buren gegaan om Simmi's sprongen te kunnen aanschouwen.

Een televisie hebben de Ammanns namelijk niet in huis. De grote wereld is hen vreemd. Ze zagen hun zoon nu in een andere wereld. Ver van huis, vliegend naar goud, geluk en glorie in Salt Lake City.