Van Velde was liever op z'n bek gegaan

,,Je kunt beter op je bek gaan dan vierde worden.'' Gisteren herhaalde de olympische geschiedenis zich in Salt Lake City voor Gerard van Velde. Op een pijnlijke manier werd de sprinter herinnerd aan zijn olympische debuut, tien jaar geleden in Albertville. Vierde werd hij toen op de 1.000 meter, op éénhonderdste seconde van de bronzen medaille. Gistermiddag, na zijn tweede 500 meter op de Olympic Oval, was hij opnieuw veroordeeld tot die plaats naast het podium. Nu op tweehonderdste van het brons. ,,Het gaat de verkeerde kant op'', sprak coach Geert Kuiper met een dosis ironie.

Vorige maand, bij de WK sprint in Hamar, greep Van Velde ook op het nippertje naast de bronzen medaille. Schrale troost: hij was in Noorwegen en in Salt Lake City de beste Nederlander.

,,Het mag waarschijnlijk gewoon niet lukken'', verzuchtte de 30-jarige autohandelaar die de afgelopen twee jaar als ploeggenoot van Rintje Ritsma en met Geert Kuiper als coach een fraaie comeback beleefde. Van Velde heeft nog een 1.000 meter voor de boeg (zaterdag), maar hij realiseerde zich dat zijn medaillekansen op de 500 meter groter waren dan op de dubbele afstand.

Van Velde beleefde de slotrit van de 500 meter ,,heel intensief''. Dat was het duel tussen de Amerikaan Casey FitzRandolph – winnaar van de eerste 500 meter – en diens landgenoot Kip Carpenter. Op dat moment bezette de Nederlander de tweede plaats in het klassement, achter de Japanse wereldrecordhouder en regerend olympisch kampioen Hiroyasu Shimizu. ,,Je hoopt altijd dat er iets gebeurt ten gunste van jou'', zei Van Velde over de slotrit. FitzRandolph en Carpenter reden langzamer dan Van Velde, maar hard genoeg om hun respectievelijk eerste en derde plaats te consolideren.

Van Velde schaatste de snelste volle ronde van allemaal, 24,99 seconde. Hij verspeelde zijn felbegeerde olympische medaille maandag in de opening, op de eerste honderd meter. Zijn eindtijd gisteren (34,77) was tweehonderdste sneller dan die van Carpenter, maar omdat de Amerikaan een dag eerder vierhonderdste sneller was dan Van Velde (34,68 om 34,72), hield hij de Nederlander over beide ritten met een fractie van een seconde van het podium.

Coach Kuiper was net zo terneergeslagen als Van Velde. Aanvankelijk wilde de 41-jarige coach de pers niet te woord staan. In het voorbijgaan maakte hij met zijn handen wat boksbewegingen. Hij zocht een deur, om zijn agressie op bot te kunnen vieren. ,,Ik heb het maar bij een slok water gelaten'', zei hij even later bij terugkomst. ,,Van een twintigjarige jongen die in Albertville op het nippertje brons mist, kun je nog zeggen dat hij zijn kans later nog wel krijgt'', sprak Kuiper in retrospectief over de Van Velde van de Winterspelen van 1992. ,,Maar als je dertig bent, is dat extra zuur.''

,,Je kunt beter dertigste worden dan vierde'', sprak de trainer met een verwijzing naar zijn stayer Bob de Jong, die zaterdag als dertigste eindigde op de 5.000 meter. Dat was de eerste tegenslag voor Kuiper op de Winterspelen, gisteren volgde nummer twee. ,,Ik kan Gerard niks verwijten. Hij heeft fantastisch gereden en gedaan wat hij moest doen. Hij maakte een paar foutjes, maar dat doet iedereen. Als anderen echt sneller zijn kun je daar mee leven, maar als de tijdsverschillen zo klein zijn, baal je daar enorm van.''

Toen Kuiper in de laatste rit Carpenter over het ijs zag gaan, hield hij nog even een gedeelde derde plaats voor mogelijk voor Van Velde. Het mocht niet zo zijn. ,,Ik zeg altijd dat je succes moet afdwingen, maar daar ga ik niet meer in mee. Het is net of het gewoon niet mag.'' Kuiper incasseerde naar eigen zeggen ,,een dreun van jewelste'', maar de ontgoocheling mag er volgens de coach niet toe leiden dat het vervolg van de Spelen er voor Van Velde onder lijdt. Zaterdag rijdt hij de 1.000 meter, de afstand waarop hij afgelopen seizoen, net als op de 500 meter, in wereldbekerwedstrijden één keer de beste was. Kuiper: ,,Dan moet hij laten zien dat hij het van zich af kan schudden.''

Aan Kuiper de taak Van Velde mentaal op het rechte pad te krijgen. ,,Ik probeer er altijd het positieve uit te halen'', zei hij over de leerzame kant van sportieve tegenslag. Ook gisteren zag hij een lichtpuntje. ,,Gerard deelt het Nederlands record met Jan Bos.'' Dat staat sinds maandag op 34,72. ,,En hij is niet gekraakt onder de spanning, wat bij Bob wel gebeurde.''

De rek is er bij Nederlands beste en oudste sprinter nog steeds niet uit, oordeelt Kuiper. ,,Hij kan misschien nog harder rijden, maar daar heeft hij nu niks aan. Dan maar op de 1.000 meter. Daar heeft hij de snelheid en de inhoud voor. Met zijn snelste tijd zit hij één seconde boven het wereldrecord en het is niet reëel te veronderstellen dat hij er nog zoveel kan afhalen. Maar misschien is hij nu zo boos dat het hem toch lukt.''

Kuiper had een uur na de race wel wat weg van een zombie. Met een doffe blik in zijn ogen, vol ongeloof. Even later moest hij voor de training het ijs weer op. Hij dacht een manier te hebben gevonden om zich te ontdoen van zijn teleurstelling, die hij als een loden last met zich meezeulde. ,,Misschien ga ik zelf ook maar een temporondje rijden.''